| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 26 december 2010 - Feest Heilige Familie |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden, God is zeker de beloner van het goede en de
bestraffer van het kwaad. Dat staat vast. De grote vraag blijft echter:
wat is goed en wat is kwaad? We moeten oppassen met woorden die in de
Bijbel God in de mond worden gelegd. Zou God zo gemakkelijk fouten zien
in de verhoudingen in een gezin? Zijn de verhoudingen in een gezin in
zijn ogen zo zonneklaar? Zijn ze niet veel complexer dan Jezus Sirach
zich lijkt voor te stellen? Waarschijnlijk is het Jezus Sirach, die van
God vooral een beloner en bestraffer maakt. In ieder geval maken veel
gelovigen ook nu nog van God een autoritair iemand.
Maar ik kan me maar moeilijk voorstellen, dat de God
van Jezus van Nazareth aan een dergelijk beeld beantwoordt. Hij lijkt
toch veeleer iemand te zijn die de reële omstandigheden van het leven
heel goed ziet en er op een barmhartige wijze rekening mee houdt. Jezus
leerde ons zijn hemelse Vader kennen als iemand die niet vlug oordeelt,
en zeker niet vlug veroordeelt (Matteüs 7). Die hemelse Vader lijkt
niet veel belang te hechten aan de onderscheidingen tussen goeden en
kwaden die wij mensen gemakkelijk aanbrengen. Wie in nood is, moet
worden geholpen, of hij nu Jood is of niet. Voor ons, of hij christen is
of niet. Zoals in de parabel van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10).
In het evangelie van Johannes wil God in het gesprek van Jezus met de
Samaritaanse vrouw evengoed op de berg in Samaria - dit is: bij de
heidenen - als op die in Jeruzalem worden aanbeden. Want wie de Vader
echt aanbidt, aanbidt hem in Geest en in waarheid. Dat lijkt me in te
sluiten dat God zich niet gebonden acht aan onze onderscheidingen tussen
goed en kwaad, maar dat hij ziet dat de werkelijkheid een mengeling is
van goed en kwaad, en dat we daarmee rekening moeten houden (Johannes
4). Daarenboven waarschuwt Jezus de knechten in de parabel van het
onkruid tussen de tarwe, om niet te vlug het onkruid te willen
uitwieden. De reden waarom hij dat niet wil doen, is veelzeggend. ‘Nee,
doet dat niet, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan
lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik,
wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘wied eerst het
onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het
graan bijeen in mijn schuur’(Matteüs 13).
Toch kunnen we nog een zin geven aan het ideaal van
het gezin dat geborgenheid geeft. Het is een paradijselijk
ideaal, dat we kunnen en moeten nastreven, maar dat wel niet kan worden
gehanteerd om mensen die daar om gegronde redenen niet in slagen, te
veroordelen of te kritiseren. We mogen en moeten in vader en moeder de
oorsprong van ons persoonlijk leven eren. Vader en moeder zijn de
medewerkers met God om ons het leven te schenken, zodat we daarover toch
ook gelukkig kunnen zijn.
En wat God betreft, ik zie hem toch liever als degene
die in de soms grote moeilijkheden, die mensen in hun relaties kunnen
hebben, steun en kracht is, om niet kopje onder te gaan. Dat doet hij
vanuit een grote liefde voor al de betrokkenen in de moeilijke relaties.
Voor de ambetanterikken en voor de geduldige dragers. Zo is de God, die
in Jezus heeft getoond dat hij de mensen zo nabij wil komen, dat hij hun
menselijk leven in lief en leed helemaal wil delen.
Jaak Vandenbulcke o.p.
|
| |