| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 2 juni -Hemelvaart |
|
|
Lezingen:
Handelingen
1,1-11
|
|||
|
Op de hoogfeesten van de kerk stond mijn vader erop dat
wij hem ’s morgens een ‘zalige hoogdag’ wensten. Als wij het
vergaten, vroeg hij: ‘en moeten jullie niets meer zeggen?. Er was wel
een uitzondering voor het feest van vandaag, de hemelvaart van Jezus. Als
wij hem of anderen dat toch deden, zei hij: ‘je moet mij niet te vlug
een hemelvaart wensen’. Dat wilden wij ook niet. Met het feest van vandaag neemt Jezus wel afscheid van
zijn leerlingen, maar Hij legt de klemtoon op het feit dat er iets nieuw
begint. Aan de apostelen zegt Hij in feite: 'ik ben wel weg, maar nú
begint het eigenlijk voor jullie'. Nu moeten jullie eraan beginnen. Nu
moeten jullie ervoor zorgen "alle volkeren mijn leerlingen worden en
gedoopt worden in de naam van Vader en de Zoon en de heilige Geest".
Er is dus werk aan de winkel voor hen en voor alle christenen in de
wereld. Het is een zeer ambitieus plan dat, als wij eens terugkijken naar
de twintig eeuwen sinds Jezus leefde, wel erg overdreven en veel te hoog
gegrepen lijkt.
Jezus heeft niet gezegd dat het vlug zou gerealiseerd
worden. Als de leerlingen hem daarover iets vragen, of dat koninkrijk Gods
nu heel vlug al is het maar in Israël, zal hersteld worden, zegt Hij dat
het ‘hen
niet toekomt dag en uur te kennen die de Vader in zijn macht heeft
gesteld". Wel voegt hij eraan toe dat zij "kracht zullen
ontvangen om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en
Samaria en tot het einde der aarde". Het is belangrijk dat de
leerlingen op pad gaan en eraan beginnen!
1 Het gaat immers om iets heel belangrijk. Het gaat
om de Goede Boodschap, die Jezus brengt: God houdt van alle mensen. Die
liefde is de dragende kracht van het leven van elke mens en zo van de hele
wereld. Het is een liefde voor alle mensen. Daarom wil
Jezus dat zijn leerlingen tot ‘alle volkeren’ gaan. Voor Jezus is het
duidelijk dat mensen met anderen en met elkaar te maken hebben. Dat heeft
Hij duidelijk willen maken. Iedere mens telt voor God! Iedere mens is
door God uitgenodigd tot volheid van leven door die liefde van God. Voor
ieder geldt het perspectief van de tweede lezing:: "hoe groot de
hoop is waartoe Hij u roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te
midden der heiligen is".
2 De leerlingen worden daarom door Jezus gezonden, zoals
het evangelie zegt, om "alle volkeren tot mijn leerlingen maken… en
hen te leren onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Het is een
scherpe opdracht, "mensen tot leerlingen maken". In de
eerste lezing klinkt het: "getuigen te zijn in Jeruzalem, in
geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde". Er zijn getuigen
nodig. Getuigen is niet zozeer iets uiteenzetten over iets dat gebeurd is
of over iets dat de anderen niet kennen of niet verstaan, maar wel een
spreken uit eigen ervaring, uit eigen beleving. Daar kan natuurlijk ook
wel informatie in steken, maar de klemtoon ligt bij alle kennis of
wetenswaardigheid op de persoonlijke betrokkenheid: het eigen gevoel en de
persoonlijke kijk. Als het over geloof of over onze verhouding tot Jezus
gaat is een getuigenis heel belangrijk. Alleen door getuigenis zal het
mogelijk zijn dat mensen leren doen wat Jezus heeft bevolen, en inderdaad
aansluiten bij de visie die Jezus in het evangelie voorhoudt.
3 Dat getuigenis wil mensen niet alleen attent
maken op God en dus God mogen leren kennen. De boodschap is dat zij in
de liefde van die God mogen leven. Het voorzetsel ‘in’ heeft veel
betekenissen. In Van Dale’s taalwoordenboek staat als een van die betekenissen: ‘ter
aanduiding van een omstandigheid, een gesteldheid’. Als wij gedoopt
werden ‘in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’ betekent
‘in de naam van’ dus niet ‘namens’ maar veeleer dat wij ons mogen
opgenomen weten in de gesteldheid van de Vader, de Zoon en de heilige
Geest: wij behoren tot Hem, en daar ligt de volle betekenis van ons leven. Daarvan mogen wij getuigen zijn, doorheen alles wat het
leven brengt. Jezus zegt dat Hij precies bij zijn leerlingen is tot aan de
voleinding. Dus ook in moeilijke tijden, die er altijd ook in ons
leven en in een christen gemeenschap zullen zijn.
Als wij elkaar vandaag een zalige hoogdag zouden
wensen, wensen wij dat we altijd weer mogen leven ‘in de
gesteldheid die ons verbindt met wij de verheerlijkte Christus' en zo
altijd weer met God verbonden.
Mark De Caluwe o.p. |
| |