| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 14 september - Kruisverheffing |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Van schandpaal tot overwinningstrofee Wij kennen allemaal de slang als symbool van de
geneeskunde en genezing. Het zou kunnen dat dit beeld uit de Griekse
mythologie het verhaal beïnvloed heeft dat wij in de eerste lezing
beluisterden. Toch gaat het daar niet om de god Asklepios die genezing zou
brengen, maar om een ommekeer in het gedrag van de Joden. Die waren op weg
van Egypte naar het beloofde land. Maar door omstandigheden moesten zij
een omweg maken in hun woestijntocht en ze begonnen te morren. De bijbel
vertelt trouwens meermaals over het gemor van de Joden tegen Mozes, en
dus eigenlijk tegen God. Nu echter treedt de slang op als symbool van
venijn en dood. De Joden worden gebeten en velen sterven zelfs. Hun eigen
kwaad, hun opstandigheid tegenover God vrat hen aan.
Alleen wanneer zij terug hun aandacht naar God zouden
richten, zich tot Hem verheffen zouden ze gered kunnen worden. Dan zal de
slang een teken van redding worden. En daartoe richtte Mozes een
brandende, in de zon glinsterende koperen slang op: opdat alle venijn door
God worde weggeschitterd voor wie zijn eigen kwaad erkent en weer
gehoorzaam naar God wil opkijken.
Ook Jezus zal op een paal omhoog geheven worden. In Hem
wordt onze boosheid aan het kruis geslagen. Want Hijzelf is de gehoorzame
Dienaar Gods, ja, in zijn gehoorzaamheid is Hij God zelf die zich met ons,
mensen, vereenzelvigd heeft. Hij is uit de hemel neergedaald, zegt Jezus,
en – aldus Paulus - "als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door
gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan het kruis". "Zozeer
heeft God de wereld lief gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven
heeft, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig
leven zal hebben."
Geloven nu is opkijken naar dat kruis en op die manier
binnentreden in de opofferende liefde van Christus, een liefde die het
leven door eenheid met God over de dood heen vereeuwigt. Het komt er dus
op aan ons op te richten uit onze aardse beslommeringen en misnoegdheden
om binnen te treden in het offer van de Zoon en zo te beleven dat wie
zichzelf verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert - zoals
Jezus het deed, - zal verheven worden. Heeft Jezus ons niet geleerd dat
wie zijn leven geeft, het voor de eeuwigheid redt?
De kruisverheffing mag dan al een feest zijn dat
historisch gegroeid is uit de verering van het kruishout dat door Helena
zou gevonden zijn ten tijde van keizer Constantijn, en dat in de zevende
eeuw een nieuwe gestalte kreeg toen het triomfantelijk in de kerk werd
opgericht nadat het werd heroverd op de Perzen die het vervreemd hadden,
ons gaat het om de verheffing van dood naar leven, van eigenliefde naar
zelfgave, van aardse vergankelijkheid naar blijvende eenheid met God en
met elkander.
En zo verheffen wij het kruis van schandpaal tot
overwinningtrofee, van doodsoorzaak tot levensbron, en begrijpen wij
waarom Jezus zei: "Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door
zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen" (Lucas
9,23), maar ook "Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben
zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Matteüs 11,29-30).
Het feest van vandaag moge ons de moed geven de
kruisjes van ons leven te dragen en te geloven in de verlossende kracht
van de beproeving, als die met liefde gedragen wordt zoals Jezus ons dat
voordeed.
Joris Backeljauw o.p. |
| |