| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 23 april - Paasnacht |
|
|
Lezingen:
Genesis 1,1-2,2
|
|||
|
Goede vrienden, Eigenlijk zijn die verhalen sterke
geloofsgetuigenissen van wat mensen van alle tijden ooit in zich
voelen opkomen. Ze hebben hun diepste ervaringsroerselen in beelden
van die tijd gegoten zonder dat ze de perfecte afdruk waren van een
realiteit. Het is de afdruk van hun eigen gemoed en gelovige lezing
van wat er ooit gebeurde. Het zijn beelden die over het diepste van
mensenervaringen gaan, over de etappes in elk mensen leven. Maar op
het einde een correcte schets van wat nog geen mens ervaren heeft
maar aan Jezus, onze broeder, overkomt: doorheen de dood naar een
ongekend leven gaan.
Zo heeft Genesis ons verhaald hoe mensen, toen en
nu, toch voelen dat alle bestaan gegeven is door Iemand die
wij de liefhebbende God durven noemen. Niets bestaat, tenzij het
komt uit Gods hand: zo geloven wij. De logica van het
scheppingsverhaal is volkomen onlogisch . Wat wel logisch is, is het
besef dat zon, maan, water, duisternis, lentenarcissen, meiklokjes,
vermoeidheid, rust, liefde geboren worden in de warmte van Gods
handen. Maar mensengeschiedenis heeft zijn vreugde en zijn pijn,
zijn botte belevenissen en zijn haken naar bevrijding uit zoveel dat
zijn greep in ons dagelijks leven heeft gezet. Ook wij moeten
wegtrekken uit alles wat ons knecht en gaan doorheen de verkwikking
van een zee waar wij toch de nabijheid van de Levende ervaren
hebben. Misschien denkt u: "Wanneer begint hij nu
aan het verrijzenisverhaal?" Wel: nu! Want het is het nooit te
begrijpen eindpunt van al wat vooraf ging. Er is Iemand die
over alle tegenheden heen overeind blijft: Jezus, onze Heer. Zijn
Vader heeft hem doorheen onmenselijk lijden,dat de politici van die
tijd hem hebben aangedaan, tot bij Hem getrokken. Dat is ons vast
geloof. Maar hier eindigt ook de beschrijving van onze
levenservaringen.
Met beelden van een aardbeving, een engel,
bliksemschichten, verschrikte vrouwen die toch als eersten naar het
graf durfden gaan, met de verschijning van de Heer en met het bevel
dat ze moesten gaan verhalen over die Levende, wordt eigenlijk
verhaald wat in de eerste christengemeente heeft geleefd. Iets
waarvan ook wij vandaag nog leven. Ten minste: als wij durven
verhalen en verder vertellen, en leven zoals die Jezus ons dat heeft
voorgedaan.
Ik beeld me in dat de moedeloze apostelen,
aangespoord door het verhaal van Maria Magdalena en de andere Maria,
uit een vorm van lethargie ontwaakten en, naar mekaar ziend en
vertellend, iets in zich voelden dat ze niet anders konden
uitdrukken dan met de woorden: "Heb ook jij het gevoel dat Hij
leeft en midden onder ons is"? Ik vermoed dat de terneer
gedrukte cenakelgezichten kleur kregen omdat ze zich inderdaad
herkenden in wat de anderen hen vertelden: "Dat Hij aanwezig
was…dat Hij leefde". Beschrijven met woorden konden ze niet.
Maar niemand kon hen de zekerheid ontnemen dat Hij nabij was en
leefde. Een gelovige van toen en van vandaag kan er niet buiten te
verhalen over die aarzelende zekerheid: Hij leeft en wij….zullen
ook leven.
Ik geef toe: het ligt buiten onze ervaring. Het is als
een zekerheid die men niet ziet maar waarvan men toch zeker is. Dat
is het mooie dwaze geloof dat christenen hebben. Ooit , ik was 7 of
8 jaar, zag ik een regenboog beginnen aan de overkant van de rivier
waar wij woonden: ik zag de boog niet eindigen maar mijn moeder
verzekerde mij dat die mooi verder boog en ergens wel zou neerkomen.
Dat was een van mijn eerst kinderlijke religieuze ervaringen: wat ik
eigenlijk niet zag, bestond tóch. Toen geloofde ik mijn moeder want
ze was een wijze vrouw. Nu geloof ik zelf dat de veelkleurige boog
van ons dagelijks leven neerkomt bij die liefhebbende God….al heb
ik er geen woorden voor. Maar ik heb nood aan medegelovigen die mij
verhalen hoe zij de weg van Jezus gaan en vast geloven dat doorheen
de pijn van alle lijden er een overkant is waar de regenboog toch
neerkomt: in de warme handen van onze lieve God. Ik bid dat we aan
mekaar, onze broeders en zusters, dit nieuws verhalen. Zoals de
vrouwen dit deden, weggaand van het graf. Dan beleven we het Pasen
van toen én van vandaag.
A. Vaganée o.p.
|
| |