Dominicanen Leuven Zondagspreken
  23 april  - Paasnacht Afdrukken
 

 

Lezingen:

Genesis 1,1-2,2
Exodus 14,15-15,1
Jesaja 55,1-11
Romeinen 6,3-11
Matteüs 28,1-10

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Hij leeft, en wij zullen ook leven


Goede vrienden,
Er zijn reeds veel woorden en zinnen gelezen in deze paasnacht. Verhalen die we in grote lijnen herkennen. Het aloude scheppingsverhaal, de doortocht door de rode zee en de aansporingen van de profeet Jesaja. Met als einde het verbazingwekkende verrijzenisverhaal: het pakt ons op de gelovige adem.
Misschien is bij ons de vraag heimelijk binnen geslopen of dat allemaal zo, op die manier, is gebeurd. Zouden die beelden kunnen terug te vinden zijn op een moderne digitaalcamera met veel megapixels? Kunnen we die gebeurtenissen afdrukken en zo maar doorgeven?

Eigenlijk zijn die verhalen sterke geloofsgetuigenissen van wat mensen van alle tijden ooit in zich voelen opkomen. Ze hebben hun diepste ervaringsroerselen in beelden van die tijd gegoten zonder dat ze de perfecte afdruk waren van een realiteit. Het is de afdruk van hun eigen gemoed en gelovige lezing van wat er ooit gebeurde. Het zijn beelden die over het diepste van mensenervaringen gaan, over de etappes in elk mensen leven. Maar op het einde een correcte schets van wat nog geen mens ervaren heeft maar aan Jezus, onze broeder, overkomt: doorheen de dood naar een ongekend leven gaan.

Zo heeft Genesis ons verhaald hoe mensen, toen en nu, toch voelen dat alle bestaan gegeven is door Iemand die wij de liefhebbende God durven noemen. Niets bestaat, tenzij het komt uit Gods hand: zo geloven wij. De logica van het scheppingsverhaal is volkomen onlogisch . Wat wel logisch is, is het besef dat zon, maan, water, duisternis, lentenarcissen, meiklokjes, vermoeidheid, rust, liefde geboren worden in de warmte van Gods handen. Maar mensengeschiedenis heeft zijn vreugde en zijn pijn, zijn botte belevenissen en zijn haken naar bevrijding uit zoveel dat zijn greep in ons dagelijks leven heeft gezet. Ook wij moeten wegtrekken uit alles wat ons knecht en gaan doorheen de verkwikking van een zee waar wij toch de nabijheid van de Levende ervaren hebben.
Heb je nog nooit meegemaakt dat je in grauwe nood plotseling een mensenhart- en hand voelt dat je doorheen je rode zee van onmacht voert? Deze belevenis van toen en van vandaag kreeg zijn neerslag in het verhaal van de doortocht van de rode zee. Ook daar laat onze God zijn mensen niet alleen. En hebben we nog nooit meegemaakt dat we gestalkt worden door het besef dat we ons toch moeten omdraaien? De lezing uit Jesaja voert ons naar het Woord van de Levende dat we in ons leven moeten opnemen: echt leven en God: ze zijn de schering en de inslag van ons levensweefsel. En daarom smaakten we Jesaja omdat Hij ons duidelijk zegt dat we de Heer die we al lang overduidelijk hebben vermoed, moeten blijven zoeken.

Misschien denkt u: "Wanneer begint hij nu aan het verrijzenisverhaal?" Wel: nu! Want het is het nooit te begrijpen eindpunt van al wat vooraf ging. Er is Iemand die over alle tegenheden heen overeind blijft: Jezus, onze Heer. Zijn Vader heeft hem doorheen onmenselijk lijden,dat de politici van die tijd hem hebben aangedaan, tot bij Hem getrokken. Dat is ons vast geloof. Maar hier eindigt ook de beschrijving van onze levenservaringen.

Met beelden van een aardbeving, een engel, bliksemschichten, verschrikte vrouwen die toch als eersten naar het graf durfden gaan, met de verschijning van de Heer en met het bevel dat ze moesten gaan verhalen over die Levende, wordt eigenlijk verhaald wat in de eerste christengemeente heeft geleefd. Iets waarvan ook wij vandaag nog leven. Ten minste: als wij durven verhalen en verder vertellen, en leven zoals die Jezus ons dat heeft voorgedaan.

Ik beeld me in dat de moedeloze apostelen, aangespoord door het verhaal van Maria Magdalena en de andere Maria, uit een vorm van lethargie ontwaakten en, naar mekaar ziend en vertellend, iets in zich voelden dat ze niet anders konden uitdrukken dan met de woorden: "Heb ook jij het gevoel dat Hij leeft en midden onder ons is"? Ik vermoed dat de terneer gedrukte cenakelgezichten kleur kregen omdat ze zich inderdaad herkenden in wat de anderen hen vertelden: "Dat Hij aanwezig was…dat Hij leefde". Beschrijven met woorden konden ze niet. Maar niemand kon hen de zekerheid ontnemen dat Hij nabij was en leefde. Een gelovige van toen en van vandaag kan er niet buiten te verhalen over die aarzelende zekerheid: Hij leeft en wij….zullen ook leven.

Ik geef toe: het ligt buiten onze ervaring. Het is als een zekerheid die men niet ziet maar waarvan men toch zeker is. Dat is het mooie dwaze geloof dat christenen hebben. Ooit , ik was 7 of 8 jaar, zag ik een regenboog beginnen aan de overkant van de rivier waar wij woonden: ik zag de boog niet eindigen maar mijn moeder verzekerde mij dat die mooi verder boog en ergens wel zou neerkomen. Dat was een van mijn eerst kinderlijke religieuze ervaringen: wat ik eigenlijk niet zag, bestond tóch. Toen geloofde ik mijn moeder want ze was een wijze vrouw. Nu geloof ik zelf dat de veelkleurige boog van ons dagelijks leven neerkomt bij die liefhebbende God….al heb ik er geen woorden voor. Maar ik heb nood aan medegelovigen die mij verhalen hoe zij de weg van Jezus gaan en vast geloven dat doorheen de pijn van alle lijden er een overkant is waar de regenboog toch neerkomt: in de warme handen van onze lieve God. Ik bid dat we aan mekaar, onze broeders en zusters, dit nieuws verhalen. Zoals de vrouwen dit deden, weggaand van het graf. Dan beleven we het Pasen van toen én van vandaag.

A. Vaganée o.p.

 
   Terug