| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 24 april - Paaszondag |
|
|
Lezingen:
Kolossenzen 3,1-4
|
|||
|
Goede vrienden, Misschien hoopt gij dat ik ook een goede mop zal
vertellen, maar ik moet bekennen dat ik daarin niet bedreven ben.
Wel is het zo dat Pasen een dag van vreugde is, een dag waarop wij,
zoals wij daarnet zongen: ‘verheugd zijn dat wij leven’.
Vreugde is meer dan lachen meteen goede mop. Die helpen ons wel veel
in het leven te relativeren. Vreugde is ook meer dan zich over iets
blij voelen. Vreugde dringt dieper door. Zij is als een grondstroom
of een grondhouding die vertrouwen en moed geeft om door te gaan met
het leven, zeker met de zaken die meevallen, maar ook met datgene
wat moeite kost of tegenvalt. Vreugde wil er ons voor behoeden
somber en pessimistisch te worden. Vreugde in het leven wil ons elke
dag weer vertrouwen geven.
Maria Magdalena was dat vertrouwen kwijt. Met een
heel bezwaard hart gaat zij naar het graf. Ze wil proberen toch nog
iets vast te houden van het verleden, maar door de dood van Jezus is
dat niet mogelijk. Als het graf dan nog leeg is, worden de vragen
voor haar nog groter.
Voor de evangelist is het duidelijk: zij en de
leerlingen hadden het nog niet begrepen, dat Hij uit de
dood moest opstaan. De leerling, die het eerst bij het graf kwam
zag en geloofde!
Wat geloofde hij? De tekst zegt het: ‘dat Jezus
uit de dood moest opstaan’ en dat Hij dus leeft.
Op dat leven ligt de klemtoon! De kracht van zijn
leven wordt verder getrokken of misschien beter gezegd, alles wat
Hij heeft gezegd en gedaan valt niet in de vergetelheid of in een
mooie herinnering. Hij blijft zijn leerlingen op een nieuwe manier
nabij en blijft hen voorgaan. Hij blijft hen aanspreken en voorgaan!
Met Witte Donderdag hoorden we nog hoe Hij getoond had dat de hele
drijfveer van zijn leven liefde was, een teken van de liefde van
God. Had Hij ook niet gezegd dat Hij het levende brood was, dat uit
de hemel zou neerdalen en een spijs voor hun hele leven en bestaan
zou zijn?
In dit perspectief
De leerling moest nu leren dat alles wat hij en
zijn medestanders hadden beleefd en gehoord, zou blijven nawerken in
hun leven als zij ‘geloofden’, als zij op Hem bleven vertrouwen.
Zij werden gevraagd op een diepere manier naar God te kijken, nl.
als een God die op een heel bijzondere manier had getoond in Jezus,
zijn Zoon. God wilde duidelijk maken dat Hij een God van
verrassingen is, die altijd weer nieuwe vormen kan vinden om zich
naar mensen toe te wenden.
De beminde leerling werd, zoals in feite iedereen
die naar Jezus en zo naar God opziet, uitgedaagd zijn leven in dat
perspectief te zien en van daaruit te leven. Dit inzicht moest de
grond van zijn leven worden. De evangelist zegt dat hij ‘geloofde’.
Dit is veel meer dan een ‘aannemen’ dat iets bestaat of gebeurd
is. Dit geloof is tegelijk vertrouwen, als een diepe kracht om zijn
leven en denken vorm te geven. De dynamiek van de persoon van Jezus
moet ook in hem werken. Ligt daarin niet de vreugde, die Pasen in
ons wil voeding geven? Het besef en vertrouwen dat God ons door de
verrijzenis diep in ons leven wil raken en zo ons levenskracht en
dynamiek geven. In de tweede lezing zei Paulus daarom: "Als
gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt dan wat boven is...
Uw leven is met Christus verborgen in God. Christus is uw leven!
Laat Christus bron van vreugde zijn, levenskracht, vertrouwen!
Dat vertrouwen hebben wij altijd weer nodig in
ons leven, en rondom ons. Als christengemeenschap hebben wij in de
voorbije maanden en weken heel wat te incasseren gekregen: zaken die
pijn doen en droef maken. De vreugde van Pasen is een vreugde, die
in het leven van Jezus ook samenhangt met lijden en dood. Pasen gomt
deze zaken niet uit, maar zegt ons dat God ook daarin aanwezig is en
toch gestadig verder wil gaan met ons mensen.
Daarom: maken wij deze paasdag tot een dag van
vreugde, - en als gij kunt ook met heel wat plezante verhalen en
moppen – voor uzelf en alle mensen rondom u!
Zalig en vreugdevol paasfeest!.
Mark De Caluwe o.p.
|
| |