Dominicanen Leuven Zondagspreken
  12 juni  - Pinksteren Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 2,1-11
Johannes 20,19-23

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Taalwonderen


Ze waren met ongeveer 120, staat er in de Handelingen der apostelen: de volgelingen van Jezus die geregeld bijeen kwamen om samen te bidden. Dus niet alleen de apostelen, ook Jezus' moeder en zijn broers en nog een aantal vrouwen en mannen. Daar kwam de Geest als een wind en een vuur over hen en dreef hen naar buiten. De goddelijke Geest werkt als een geestdrift, een drijfkracht en vurigheid waardoor mensen aangestoken worden. De eerste parochie, zouden we kunnen zeggen, achter gesloten deuren.

Christenen lijken vandaag een beetje op de eerste christelijke parochie voor de komst van de Geest. De meesten schuilen het liefst achter de deuren van de eigen vertrouwde groep, binnen de kring van gelijkgezinden door wie ze zich aanvaard en begrepen voelen. Christenen bij ons treden niet gaarne uitdrukkelijk als katholiek naar buiten. Hun kerk staat in haar hemd, ontluisterd door schandalen en falingen allerhande.

We zijn wel allemaal gedoopt met de Geest, maar dat is lang geleden. Van de drift van de Geest valt tegenwoordig weinig of niets te bespeuren. Integendeel.

In het evangelie lezen we over de eerste volgelingen van Jezus iets heel anders. Toen ze hem op de avond van Pasen, toen al, dus geen 50 dagen later, in hun midden zagen verschijnen, stuurde hij hen naar buiten. Hij blies hen de heilige Geest in met de opdracht om in kracht van de Geest te bewerken dat er in hun wereld vergiffenis werd gegeven en gekregen.

Vijftig dagen later, op het joodse pinksterfeest, is door de geestdrift van de eerste christenen een opzienbarend taalwonder bewerkt. Vandaag zingen we op Pinksteren het inspirerende lied: 'Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag.' We zouden dit niet alleen vandaag moeten zingen, maar alle dagen. Alle dagen Alle dagen kan het aan ons, dóór ons, gebeuren. Je kunt iemand toespreken door je lichaamstaal, door lichamelijk uit te drukken wat je hen of haar wil zeggen. Je kunt, bijvoorbeeld, een anderstalige vreemdeling door je lichaamstaal doen verstaan hoe zeer hij of zij bij jou welkom is.

We kunnen taalwonderen bewerken door de geestdrift waarmee we tot anderen spreken over wat ons echt ter harte gaat. De geest die ons drijft brengen we naar hen over, en ze verstaan in hun taal wat we zeggen. Waar deelhebbing in dezelfde geest tot stand komt, kunnen we uit kracht van die gemeenschappelijke geest spraakverwarring, misverstand uit de weg ruimen.

In het meest bekende pinksterlied, Veni, Creator Spiritus, wordt tot de scheppende Geest gebeden: 'Gij taal waarin wij God verstaan, Gij schenkt uw gaven zevenvoud.' Zeven is een symbolisch getal. Het betekent de volheid van de geestesgaven. Ze zullen aan iedereen geschonken worden: aan jong en oud, aan mannen en vrouwen, aan knechten en meiden (zie Handelingen 2,17-18). Wat zou er gebeuren als het waar zou worden, die volheid der gaven van de Geest die zich overal realiseert? Herman Vanoverbeke heeft het beschreven in zijn droom van het definitieve pinksterfeest. Ik citeer een stuk uit die droom.

Juist zoals de Geest het hun ingeeft gaan allen aan het spreken. Niemand spreekt de ander tegen. Niemand pleit voor zichzelf, verkettert de anderen, dweept met zijn heilige schriften, maar bewondert die van anderen. Hoewel velen het woord nemen, heerst er toch geen verwarring: iedereen verstaat de anderen in zijn taal.

Allen die naar elkaar luisteren dragen het stempel dat men hun heeft gegeven in de loop der jaren, het etiket dat men op hen heeft gekleefd. Jongelieden, voor wie zogezegd niets meer heilig is en die men voor niets meer warm kan maken. Mensen die blind zijn aan de linkerkant, mensen die blind waren aan de rechterkant. Onderdrukten en uitgehongerden. Door geld verblinde rijken en door wapens verblinde militairen. Broeders en zusters, mannen en vrouwen richting Moskou of Peking, Genęve of Rome. Ze luisteren allemaal vol verbazing, want iedereen hoort in zijn eigen taal spreken over God. En iedereen begrijpt het als was het voor hem gezegd.

Niemand kan zeggen: geen mens die mijn probleem begrijpt. De jongeren horen hoe men tot hen spreekt zonder die spottende ondertoon, met eerbied voor hun eigen taal. Slachtoffers van uitbuiting zeggen: die weet nu waarlijk waar het schoentje wringt. De machtigen hebben geen tolk nodig en de armen zeggen: nu spreekt men eens niet als blinden over kleuren. De zwakken vinden troost en de sterken beginnen na te denken. Die onder lijden gebukt gingen voelen zich opgetild en de onderdrukkers gewaarschuwd.

Van het eerste pinksterfeest zeggen we dat het de geboortedag was van de kerk. Vandaag heeft de kerk bij ons het zeer moeilijk om zodanig over Gods grote daden te spreken dat iedereen dit in zijn eigen taal verstaat. Daarom moeten we vooral ook bidden voor de kerk. Dat de Geest haar vaardig zou maken om taalbarričres te overwinnen en de inspiratie zou vinden om Gods woord overal verstaanbaar te doen klinken. We moeten het hoopvol blijven zingen: 'Het waaien van de Geest gebeurt aan ons vandaag.'

B.J. De Clercq o.p.

 
   Terug