| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 12 juni - Pinksteren |
|
|
Lezingen:
Handelingen 2,1-11
|
|||
|
Ze waren met ongeveer 120, staat er in de Handelingen
der apostelen: de volgelingen van Jezus die geregeld bijeen kwamen om
samen te bidden. Dus niet alleen de apostelen, ook Jezus' moeder en zijn
broers en nog een aantal vrouwen en mannen. Daar kwam de Geest als een
wind en een vuur over hen en dreef hen naar buiten. De goddelijke Geest
werkt als een geestdrift, een drijfkracht en vurigheid waardoor
mensen aangestoken worden. De eerste parochie, zouden we kunnen zeggen,
achter gesloten deuren.
Christenen lijken vandaag een beetje op de eerste
christelijke parochie voor de komst van de Geest. De meesten
schuilen het liefst achter de deuren van de eigen vertrouwde groep, binnen
de kring van gelijkgezinden door wie ze zich aanvaard en begrepen voelen.
Christenen bij ons treden niet gaarne uitdrukkelijk als katholiek naar
buiten. Hun kerk staat in haar hemd, ontluisterd door schandalen en
falingen allerhande.
We zijn wel allemaal gedoopt met de Geest, maar dat is
lang geleden. Van de drift van de Geest valt tegenwoordig weinig of niets
te bespeuren. Integendeel.
In het evangelie lezen we over de eerste volgelingen
van Jezus iets heel anders. Toen ze hem op de avond van Pasen, toen al,
dus geen 50 dagen later, in hun midden zagen verschijnen, stuurde hij hen
naar buiten. Hij blies hen de heilige Geest in met de opdracht om in
kracht van de Geest te bewerken dat er in hun wereld vergiffenis werd
gegeven en gekregen.
Vijftig dagen later, op het joodse pinksterfeest, is
door de geestdrift van de eerste christenen een opzienbarend taalwonder
bewerkt. Vandaag zingen we op Pinksteren het inspirerende lied: 'Wat
altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag.' We
zouden dit niet alleen vandaag moeten zingen, maar alle dagen. Alle dagen
Alle dagen kan het aan ons, dóór ons, gebeuren. Je kunt iemand
toespreken door je lichaamstaal, door lichamelijk uit te drukken wat je
hen of haar wil zeggen. Je kunt, bijvoorbeeld, een anderstalige
vreemdeling door je lichaamstaal doen verstaan hoe zeer hij of zij bij jou
welkom is.
We kunnen taalwonderen bewerken door de geestdrift
waarmee we tot anderen spreken over wat ons echt ter harte gaat. De geest
die ons drijft brengen we naar hen over, en ze verstaan in hun taal wat we
zeggen. Waar deelhebbing in dezelfde geest tot stand komt, kunnen we uit
kracht van die gemeenschappelijke geest spraakverwarring, misverstand uit
de weg ruimen.
In het meest bekende pinksterlied, Veni, Creator
Spiritus, wordt tot de scheppende Geest gebeden: 'Gij taal waarin wij
God verstaan, Gij schenkt uw gaven zevenvoud.' Zeven is een symbolisch
getal. Het betekent de volheid van de geestesgaven. Ze zullen aan iedereen
geschonken worden: aan jong en oud, aan mannen en vrouwen, aan knechten en
meiden (zie Handelingen 2,17-18). Wat zou er gebeuren als het waar zou
worden, die volheid der gaven van de Geest die zich overal realiseert?
Herman Vanoverbeke heeft het beschreven in zijn droom van het definitieve
pinksterfeest. Ik citeer een stuk uit die droom.
Juist zoals de Geest het hun ingeeft gaan allen aan
het spreken. Niemand spreekt de ander tegen. Niemand pleit voor
zichzelf, verkettert de anderen, dweept met zijn heilige schriften,
maar bewondert die van anderen. Hoewel velen het woord nemen, heerst
er toch geen verwarring: iedereen verstaat de anderen in zijn taal.
Allen die naar elkaar luisteren dragen het stempel
dat men hun heeft gegeven in de loop der jaren, het etiket dat men op
hen heeft gekleefd. Jongelieden, voor wie zogezegd niets meer heilig
is en die men voor niets meer warm kan maken. Mensen die blind zijn
aan de linkerkant, mensen die blind waren aan de rechterkant.
Onderdrukten en uitgehongerden. Door geld verblinde rijken en door
wapens verblinde militairen. Broeders en zusters, mannen en vrouwen
richting Moskou of Peking, Genęve of Rome. Ze luisteren allemaal vol
verbazing, want iedereen hoort in zijn eigen taal spreken over God. En
iedereen begrijpt het als was het voor hem gezegd.
Niemand kan zeggen: geen mens die mijn probleem
begrijpt. De jongeren horen hoe men tot hen spreekt zonder die
spottende ondertoon, met eerbied voor hun eigen taal. Slachtoffers van
uitbuiting zeggen: die weet nu waarlijk waar het schoentje wringt. De
machtigen hebben geen tolk nodig en de armen zeggen: nu spreekt men
eens niet als blinden over kleuren. De zwakken vinden troost en de
sterken beginnen na te denken. Die onder lijden gebukt gingen voelen
zich opgetild en de onderdrukkers gewaarschuwd.
Van het eerste pinksterfeest zeggen we dat het de
geboortedag was van de kerk. Vandaag heeft de kerk bij ons het zeer
moeilijk om zodanig over Gods grote daden te spreken dat iedereen dit in
zijn eigen taal verstaat. Daarom moeten we vooral ook bidden voor de kerk.
Dat de Geest haar vaardig zou maken om taalbarričres te overwinnen en de
inspiratie zou vinden om Gods woord overal verstaanbaar te doen klinken.
We moeten het hoopvol blijven zingen: 'Het waaien van de Geest gebeurt aan
ons vandaag.'
B.J. De Clercq o.p. |
| |