| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 21 juni - twaalfde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
'Komt, laten we oversteken.' We moeten de oversteek maken van angst en pessimisme
naar vertrouwen in God. 'Vertrouwen in God': dat is de overzijde waar Jezus ons
wil hebben.
Oversteken van onverschilligheid en gemakzucht naar
aandacht voor mensen, naar inzet in de gemeenschap. Wegtrekken van de
oppervlakkige eendagsverlangens en op zoek gaan naar diepere, blijvende
waarden. Wegtrekken van het oppervlakkige naar diepere,
blijvende waarden. Maar of we nu bewust kiezen om met de Heer die
overtocht te wagen of niet: oversteken moeten we toch. We kunnen er niet
aan ontkomen; ons leven is een voortdurende overtocht. Steeds weer moeten
we het vertrouwde alledaagse verlaten en opstappen naar een toekomst die
we niet kennen, zodat we bezorgd en bang worden en soms panikeren omdat we
niet weten waar we aan toe zijn.
Gewoon een verhuizing of een ander werkmilieu werpt
dikwijls al het hele levenspatroon van mensen ondersteboven. Maar we
hoeven niet te verhuizen opdat er van alles kan gebeuren op het werk,
familiekring of vriendenrelaties waardoor we van de veilige, bekende oever
afdrijven. We geraken in een stroomversnelling of in een storm of wat
misschien even erg is we geraken in stilstaand water. Ons leven is een
voortdurend oversteken; steeds kom je in een nieuwe fase en moet je totaal
herbeginnen.
Van kleuterklas naar lagere school. Van lagere naar
middelbare en naar hogere studies. En zo is het ook op het werk, in het
huwelijk en in de opvoeding van de kinderen of als vroeggepensioneerde.
Steeds denk je dat je er bent en steeds opnieuw wordt je een schacht, een
groentje. Steeds moeten we het oude vertrouwde loslaten en ons riskeren in
het onbekende.
De vraag is dan door wat we ons laten leiden! Laten we ons meedrijven zonder een vast doel door de
wind of de stroming; of varen we mee waar de grootste hoop heenvaart.
In het evangelie staat er een eigenaardige
zin: "De leerlingen namen Jezus mee omdat Hij toch al in de boot zat." Ze
hadden Hem op het kussen achteraan gezet als een soort pronkstuk. Voor het
varen hadden ze Hem niet nodig. Zij waren de vissers, zij kenden het meer.
Hij mocht gerust slapen, zij zouden alles wel doen. En dan…., plots…
Uitgerekend Hij is het die in de storm hun angst overwint en hen naar de
overzijde leidt.
En als we nu even naar onszelf kijken, merken we
dat ook bij ons Jezus reeds in onze boot zit. Wij zijn nu eenmaal
christenen. Hij hoort er wel bij, maar het liefst hebben we dat Hij slaapt
en dat Hij ons niet aanspreekt. Door de band genomen vinden we dat we het
immers zelf allemaal kunnen beredderen.
In mijn jeugd heb ik meermaals gehoord dat de mensen
zegden: het zou nog eens oorlog moeten worden om de mensen van hun
verwaandheid af te helpen. En inderdaad: hebben wij echt een storm nodig
om in te zien dat we Jezus niet louter als passagier zien maar als
leidsman die onze boot veilig gericht houdt op koers naar de Overzijde. *
(*) naar Dries Morel,
Zijn verhaal is ons verhaal. Tabor, 1993, blz. 80-82. E. Costermans
o.p. Leuven, 21 juni 2009 |
| |