Dominicanen Leuven Zondagspreken
  21 juni - twaalfde zondag Afdrukken
 

Lezingen:


Job 38,1.8-11
2 Korintiërs 5,14-17
Marcus 4,35-41

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Oversteken


'Komt, laten we oversteken.'
Met de vakantie in het vooruitzicht, klinken de woorden van Jezus als een aanlokkelijke uitnodiging om er eens, na een jaar van intensieve arbeid, op uit te trekken en te ontsnappen aan het jachtige ritme van het leven.
Maar ook al heeft elke mens, zeker in onze tijd, een beetje vakantie broodnodig, toch voelen we aan dat dit niet de bedoeling is van Jezuswoord wanneer hij ons oproept naar de overkant te gaan.

We moeten de oversteek maken van angst en pessimisme naar vertrouwen in God. 'Vertrouwen in God': dat is de overzijde waar Jezus ons wil hebben.

Oversteken van onverschilligheid en gemakzucht naar aandacht voor mensen, naar inzet in de gemeenschap. Wegtrekken van de oppervlakkige eendagsverlangens en op zoek gaan naar diepere, blijvende waarden.
Etty Hillesum schreef: "Je wordt uitgemoord door kleinigheden en aan het belangrijkere kom je niet toe". Laten we naar de overkant gaan, zeie Jezus.

Wegtrekken van het oppervlakkige naar diepere, blijvende waarden.
Altijd weer vraagt Jezus dat we die overtocht bewust zouden riskeren met Hem, dat we Hem zouden meenemen in onze boot en Hem een ereplaats geven bij het roer op het kussen, en op Hem vertrouwen in storm en ontij.

Maar of we nu bewust kiezen om met de Heer die overtocht te wagen of niet: oversteken moeten we toch. We kunnen er niet aan ontkomen; ons leven is een voortdurende overtocht. Steeds weer moeten we het vertrouwde alledaagse verlaten en opstappen naar een toekomst die we niet kennen, zodat we bezorgd en bang worden en soms panikeren omdat we niet weten waar we aan toe zijn.

Gewoon een verhuizing of een ander werkmilieu werpt dikwijls al het hele levenspatroon van mensen ondersteboven. Maar we hoeven niet te verhuizen opdat er van alles kan gebeuren op het werk, familiekring of vriendenrelaties waardoor we van de veilige, bekende oever afdrijven. We geraken in een stroomversnelling of in een storm of wat misschien even erg is we geraken in stilstaand water. Ons leven is een voortdurend oversteken; steeds kom je in een nieuwe fase en moet je totaal herbeginnen.

Van kleuterklas naar lagere school. Van lagere naar middelbare en naar hogere studies. En zo is het ook op het werk, in het huwelijk en in de opvoeding van de kinderen of als vroeggepensioneerde. Steeds denk je dat je er bent en steeds opnieuw wordt je een schacht, een groentje. Steeds moeten we het oude vertrouwde loslaten en ons riskeren in het onbekende.

De vraag is dan door wat we ons laten leiden! Laten we ons meedrijven zonder een vast doel door de wind of de stroming; of varen we mee waar de grootste hoop heenvaart.

In het evangelie staat er een eigenaardige zin: "De leerlingen namen Jezus mee omdat Hij toch al in de boot zat." Ze hadden Hem op het kussen achteraan gezet als een soort pronkstuk. Voor het varen hadden ze Hem niet nodig. Zij waren de vissers, zij kenden het meer. Hij mocht gerust slapen, zij zouden alles wel doen. En dan…., plots… Uitgerekend Hij is het die in de storm hun angst overwint en hen naar de overzijde leidt.

En als we nu even naar onszelf kijken, merken we dat ook bij ons Jezus reeds in onze boot zit. Wij zijn nu eenmaal christenen. Hij hoort er wel bij, maar het liefst hebben we dat Hij slaapt en dat Hij ons niet aanspreekt. Door de band genomen vinden we dat we het immers zelf allemaal kunnen beredderen.

In mijn jeugd heb ik meermaals gehoord dat de mensen zegden: het zou nog eens oorlog moeten worden om de mensen van hun verwaandheid af te helpen. En inderdaad: hebben wij echt een storm nodig om in te zien dat we Jezus niet louter als passagier zien maar als leidsman die onze boot veilig gericht houdt op koers naar de Overzijde. *

(*) naar Dries Morel, Zijn verhaal is ons verhaal. Tabor, 1993, blz. 80-82.

E. Costermans o.p.

Leuven, 21 juni 2009

 
   Terug