Dominicanen Leuven Zondagspreken
  27 november 2011 - eerste advantszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 63,16-19.64,3-7
Marcus 13, 33-37

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Zich laten uitdagen door wat nog zal komen


Enkele maanden geleden kreeg ik van een man een sms-je met de mededeling "Ik denk dat in 2056 de Mensenzoon zich zal openbaren. Vermoedelijk weet men dit al in het Vaticaan." Ik voelde me heel gerust, want ik verwacht niet dat ik 120 jaar zal worden. Misschien stak in de aandacht van die man ook de vraag hoelang onze aarde het nog uithouden. Hoe kan onze wereld verder gaan met allerlei problemen, zoals oorlogen, het steeds maar stijgende aantal mensen op aarde, enzoverder. Zulke vragen worden wel eens gesteld.

Zij staken in de loop van geschiedenis al heel vaak de kop op. Zo staat het ook in de lezing uit het boek Jesaja. Een grote groep Joden leefde bijna zeshonderd jaar voor onze tijdrekening leefden in ballingschap in Babylon. Zij waren gedeporteerd uit Jeruzalem, dat grotendeels was verwoest. De Joden voelden zich verloren. Waar was God nu? Leefde Hij nog mee met hen? Hun vraag ging niet alleen over hun toekomst maar evenzeer over God. Was het nog wel de moeite in God te geloven? Was Hij nog echt hún God, de God van hun geloof?

De vragen over God en over de betekenis van onze kerkgemeenschap, zeker in Europa, worden steeds maar scherper. Er waren de scherpe reacties na de vele onverkwikkelijke gebeurtenissen in ons land en elders in de wereld. De kerk heeft het steeds moeilijker om haar roeping en haar taak goed te vervullen. Er zijn veel mensen die zich vragen stellen en die ook oplossingen voorstellen of suggereren, zoals het in de pers de jongste dagen te lezen is.

Het is niet gemakkelijk de impuls van Jezus zo maar levend te houden en uit te dragen. Jezus had aan zijn leerlingen het "beheer over gedragen en aan ieder zijn taak aangewezen", om de parabel te citeren. Zij moesten vooral waakzaam zijn. Tot vier maal toe staat er dat zijn waakzaam moeten zijn, en nog eens op een andere vorm als "weest op uw hoede!"

Zij moeten niet zomaar zitten wachten, zonder aandacht of inzet. Zij moeten actief zijn en de Heer, Jezus eigenlijk, verwachten. Er is een verschil tussen wachten en verwachten. Wij moeten heel vaak wachten in ons leven, op de bus, of tot iemand thuis komt. Het zijn momenten zonder grote gevoelens of inhoud. Als ik iets of iemand echt ‘verwacht’, raakt dat meer mijn hart en mijn verlangen.

Wat zijn mensen die niets of niemand meer kunnen verwachten? Verwachten geeft kracht aan ons leven. Wij laten ons uitdagen door wat nog kan komen. Wij willen met vertrouwen vooruit kijken en bezig zijn. In onze geloofsbelijdenis zeggen wij dat Jezus van bij de Vader zal wederkomen om ‘de levenden en de doden te oordelen’. Nergens wordt gezegd wanneer dat zal gebeuren. Dit geloofspunt wil mensen niet onrustig of ongerust maken. Het wil ons wel zeggen dat wij met open ogen vooruit moeten kijken en actief of zoals de tekst zegt: waakzaam blijven! Wij moeten Jezus verwachten door onze zorg voor deze wereld en het welzijn en het goed van de mensen.

Jezus geeft geen concrete aanduidingen. Hij vraagt naar Hem op te kijken en ons te spiegelen aan zijn leven en woorden. Wij moeten terugbladeren in de bijbel en speciaal naar de evangelies, verhalen over dat leven van Jezus, van zijn geboorte tot aan zijn dood. Zo horen wij hoe hij geleefd heeft en wat hij gezegd heeft. Hij heeft een heel bijzondere duw aan de geschiedenis van mensen gegeven door te wijzen op de centrale plaats van de liefde, door ons te spreken over het ‘koninkrijk van God’. Hij legt in de handen van wie hem volgen "het beheer, aan ieder zijn taak". Zij moeten het nu maar verder doen. Er is nog zoveel te doen om de wereld te maken zoals Jezus dit voorstelt. Hem verwachten is daarom veel doen en ondernemen.

De advent nodigt ons uit weer eens naar die Jezus te kijken en met Kerstmis weer te vieren dat Hij mens is geworden, als een die ons voorgaat en tegelijk toonde hoe ‘menselijk’ God is.

Mark De Caluwe o.p.

   Terug