| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 6 september - drie-entwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 35,4-7
|
|||
|
Vrienden, Nu kan het zelfs zo zijn dat de last die rond onze
hals hangt zo groot is, dat wij ons in eerste instantie totaal verlaten
voelen, ook van God. Maar dan kan het nog zijn, dat we toch in ons -
tegen onszelf in - een kracht voelen om te blijven hopen dat God zal
helpen, al weten we niet hoe. God laat zich dan ervaren in de honger
in ons naar zijn hulp. Iemand die nog honger heeft naar hulp, is iemand
die nog leeft, die nog niet alles heeft opgegeven. Misschien is dit een
uitgesproken religieuze vorm van het ‘hoop doet leven’. Zoals de hoop
kracht krijgt uit het mee-dragen van iemand anders, zo komt de honger
naar hulp van een ander niet door onszelf, maar door iemand die ons niet
verlaat, zelfs als iedereen ons verlaat. We kunnen zien dat de situatie
niet zonder uitweg is.
God kan zich bovendien in moeilijke situaties juist
laten ervaren in het weten dat we geen spectaculaire hulp nodig
hebben. Dat er geen spectaculaire hulp komt, is geen teken dat God er
niet is, in onze benarde situatie. We weten dan dat we geduld
kunnen leren. We vermoeden zelfs dat we met God mogen meelijden. God
lijdt met ons mee uit liefde voor ons, zoals een minnaar met zijn
geliefde. God staat niet boven het lijden. Ook God is geduldig. Zo
kunnen we ervaren dat we God kunnen beminnen niet omwille van zijn
spectaculaire gaven, maar om wie hij in zichzelf is: een liefdevol
iemand. Een liefdevol iemand mogen ontmoeten - hij moet nog niets doen!
– is voor ons een deugddoende kracht. We kunnen wel zonder de gaven van
God, maar niet zonder God zelf, die bij ons blijft in ons lijden - ook
in ons lijden voor anderen.
In dergelijke ervaringen achterhalen we niet met ons
verstand hoe het lijden nu eigenlijk in elkaar steekt, ook niet waarom
we moeten lijden, of waarom die bepaalde mens zoveel moet lijden, en
andere mensen veel minder. Wat we in ons gemoed ervaren aan hoop, honger
aan hulp en onverklaarbare aanwezigheid in het lijden, dat ons of
anderen overkomt, daar moeten we de aandacht van ons hart op richten.
Deze emoties moeten we in ons hart laten binnensijpelen.
Als we God langs het hart leren kennen, zullen we
wellicht leren zien dat hij eigenlijk anders is dan men hem ons heeft
leren kennen, of dan we hem ons wellicht zelf hebben proberen voor te
stellen. We zullen hem leren zien als iemand die met ons meeleeft, en
zelfs meelijdt. Hij zal niet een God zijn, die boven ons staat en ons
controleert. Hij is niet een God van doden, maar van levenden - van
levenden door liefde.
Jaak Vandenbulcke o.p. 6 september 2009
|
| |