Dominicanen Leuven Zondagspreken
  18 oktober  - negenentwintigste zondag Afdrukken
 

 

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Pater Damiaan heilig - missiezondag


Goede vrienden,

We kunnen het ons niet voorstellen: de man die vorige week zondag te Rome heilig werd verklaard heeft als kind geen elektriciteit gekend: geen koelkast, geen telefoon, geen radio, geen TV, geen gsm, geen computer. Wel werd tijdens zijn leven de dynamo uitgevonden die elektriciteit voortbrengt. Pas in 1941 zal er een medicijn zijn tegen de lepra.
In de tijd van Damiaan werd nog geen petroleum ontgonnen: er waren geen auto’s, geen vliegtuigen, geen benzine motoren. Maar tijdens zijn leven werden grote technologische ontdekkingen gedaan, die pas later werden gecommercialiseerd. Toch wijst dit alles er op dat de wereld aan het veranderen was.
Wat Damiaan wel gekend heeft is de industriële revolutie. Er worden grote staalfabrieken gebouwd, de stoommachine en het weefgetouw waren reeds uitgevonden. Dat brengt mee dat vele Europese landen opzoek gaan naar grondstoffen en daarom hebben ze koloniën nodig.

Toen Damiaan geboren werd waren de ideeën van de Frans revolutie – vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid – en de Franse cultuur over heel de wereld verspreid. Jozef De Veuster trad als religieus in een Franse Congregatie en hij sprak Frans met zijn confraters. In de geest van de Franse Revolutie en van haar beste aspecten heeft Damiaan aandacht voor het volk, voor het sociaal aspect van zijn missie.

Aan de andere kant, wordt hij opgemerkt in de Engelse wereld. Londen was de politieke wereldhoofdstad en Damiaan was op missie gestuurd naar een streek die door Engelsen ontdekt was: de Hawaiaanse eilanden.

België wordt onafhankelijk in 1830, 10 jaar voor de geboorte van Damiaan. De toenmalige katholieken gaan in grote lijnen akkoord met de liberalen wat de vrijheid van denken en ondernemen betreft. De liberalen van hun kant waren dan weer bereid de kerk een plaats te geven in de samenleving. Daarom vormden zij samen een eenheidspartij, om de Nederlanders uit België te verjagen. De Belgen nemen hun lot in eigen handen, en voeren een modern beleid in: de Grondwet uit 1830 is, voor haar tijd, de modernste ter wereld Men staat wel huiverig tegenover deze nieuwe Grondwet maar de staat garandeert dat de kerk vrij is. De religieuze ordes mogen voor het eerst in 40 jaar weer jongeren aantrekken.

Het is in deze kerk dat Damiaan opgroeit. Een kerk die vasthoudt aan de tradities van geloof en solidariteit, maar ook een moderne en dynamische kerk, die het liberaal-democratische beleid steunt. Damiaan zal gedragen worden door deze geest van enthousiasme. Overal in het land worden scholen opgericht. Het zijn apostolische religieuzen die de opleiding van jongeren op zich nemen, samen met vele nieuwe sociale projecten.

Deze ondernemingsgeest ontwikkelt zich ook in de Belgische economie. Er heerst een absolute vrijheid van ondernemen en een onbegrensde ontwikkeling van het kapitalisme. Zo worden er enkelen heel rijk en de armen worden armer. In 1849 breekt hier een hongersnood uit als gevolg van een aardappelziekte. Damiaan is 9 jaar, en lijdt onder deze situatie. Hij maakt deel uit van families, voor wie de industriële revolutie geen welvaart bracht. Daarom voelt hij zich niet geroepen zijn leven aan de economie te wijden, maar wel aan een religieuze orde en aan de missie.

Damiaan treedt binnen bij de paters van de Heilige Harten, een Franse congregatie in 1800 gesticht. Deze orde richt zich op de essentie van het evangelie: het liefdevolle hart van Jezus en Maria, een godsdienst van het hart, van hartelijkheid. Daarbij gaat het niet enkel om het overdenken, maar om het concreet maken van deze liefde. Ze hebben dus een zending uit te voeren in de wereld. Wat in 1800 nog typisch Franse problemen waren zijn 50 jaar later wereldproblemen

Het is in deze geest, dat Damiaan, een jonge Vlaamse boer, geraakt wordt door de internationale geest van een nieuwe religieuze orde en in 1860, op 20-jarige leeftijd, intreedt. In 1863 vertrekt hij naar de Hawaiaanse eilanden, in de Stille Oceaan, een gebied dat later Amerikaans zal worden. In 1873 komt hij aan op het eiland Molokai, in Kalawaho, de plaats waarheen de melaatsen werden verbannen.

Deze plaats lag ver van alles, arm, aan zichzelf overgeleverd. De aanwezigheid van missionarissen – eerst protestantse en later ook katholieke – betekende een enorme verplaatsing, naar een plaats die maar weinig mogelijkheden bood. Het is een engagement dat een groot isolement met zich meebrengt

Maar Damiaan zal twee nieuwe elementen van de missionering ontwikkelen. Het eerste, en belangrijkste, is dat hij zich niet tevreden stelt met de verkondiging van het evangelie, maar dat hij ook hulp wil bieden aan de melaatsen, die ver van iedereen worden afgezonderd, uit angst voor besmetting. Door het werk van zijn handen, verbetert hij de levensomstandigheden van de melaatsen.

Het tweede nieuwe element is dat hij op goede voet leeft met de anglicanen en de protestanten. De Hawaiaanse eilanden waren ontdekt door een Engelsman, James Cook, er bevonden zich dus beduidend meer anglicanen en protestanten dan katholieken. Het is daarom ook dat Damiaan, op het einde van zijn leven, bekender was in de Engelstalige wereld dan in de Franstalige streken. Hij is, zonder het gewild te hebben, een voorganger van de oecumene. De protestanten zullen later erkennen dat geen van hen heeft gedurfd wat Damiaan heeft gedaan. Damiaan zal zo ook gevierd worden in de Verenigde Staten, in niet-katholieke kringen.

Deze twee aspecten maken van hem een profeet. Hij heeft een vorm van missionering getoond die tot op vandaag wordt verder gezet, en waar ieder in onze moderne wereld zich nog door aangesproken voelt.

Sommigen voegen daar nog een derde profetisch element aan toe. Damiaan heeft nooit een medebroeder kunnen vinden om hem te helpen, maar er was een priester die er vurig naar verlangde zich bij hem te kunnen voegen, en die in 1888 op Molokai is aangekomen. Het ging hier om Lambert Conrady, een Luikenaar. Dit maakt dat Damiaan, de Vlaming, de laatste 2 jaren van zijn leven, geholpen werd door een Waal, die zijn werk heeft verder gezet na zijn dood.

Bron: Jean-Pierre Delville in Suara nr 37

Wim Schreyen o.p.

 
   Terug