| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 4 december 2011 -tweede adventszondag |
|
|
Lezingen: Jesaja
40,1-5.9
|
||
|
Vrienden,
Johannes de Doper predikte: ‘ik heb u gedoopt met
water, maar Jezus van Nazareth zal u dopen met heilige Geest’. Dopen met
heilige Geest: wat betekent dat? Dopen met water is een uitwendig gebeuren.
Met water worden uitwendige vlekken weggenomen. Maar iemand in een nieuwe
geest dopen, belooft een verandering van ingesteldheid. We hangen vast aan
zoveel dingen: aan de eerbiedwaardige opvattingen en normen van onze
godsdienst en cultuur, maar vooral aan onszelf. Het is uitermate moeilijk
daarvan te durven loskomen.
Met het manifest ‘Gelovigen nemen het woord’ en met
het laatste nummer van het Benedictijner tijdschrift ‘De kovel’ dat vijf
bijdragen over het celibaat brengt, is een moment gecreëerd dat aanspoort
durf te tonen tegenover de opvattingen van de traditie over het celibaat.
Het feit dat er de laatste jaren maar weinig roepingen meer zijn - zowel
voor parochiepriesters als voor religieuze orden – is een teken aan de
wand. Proberen we daarom op te sporen, waar het echt mis loopt. Want er is
grondige verandering nodig.
Wat heeft een mens - al of niet celibatair - vooral
nodig, om goed in zijn vel te zitten? Zijn grootste nood is, intimiteit
te kunnen ervaren. ‘Het is precies de erkenning, bevestiging en
geborgenheid die we bij de ander ervaren, die aan onze psychische
heelwording bijdraagt’ schrijft de Nederlandse pastoraal psychologe Anke
Bisschops. ‘Naar intimiteit is ieder mens op zoek, niet in eerste
instantie naar seksualiteit’, schreef de Gentse prof Jos Van Ussel in
1970. Deze geborgenheid lijkt me volgens de seksuoloog Piet Nijs
lichamelijkheid niet uit te sluiten, maar juist in te sluiten. Wij zijn geen
zuivere zieltjes, maar mensen met een lichaam. De Duitse dieptepsycholoog
Erich Neumann, die groot belang hecht aan het onderbewuste, schreef reeds in
1949: ‘Het probleem van een partner te vinden vormt het hoofdthema
gedurende de eerste levenshelft van de mens’. Iemand vinden bij wie men
thuis mag zijn, is van kapitaal belang in de vorming van de persoonlijkheid
van de mens.
Ik heb de indruk dat de klassieke opvatting over het
priestercelibaat aan dat gegeven weinig gewicht toekent. Volgens Roger
Burggraeve zit er in het celibaat een ‘taaie objectieve kern’ die moet
worden gerespecteerd, ‘namelijk het leven-in-onthouding’, waaruit de
eenzaamheid op intiem-relationeel vlak voortvloeit’. De katholieke kerk
vraagt dan ook aan elke priester en kloosterling zich te onthouden van elk
vrijwillig opgewekt orgastisch genot en dus geen seksuele handelingen uit te
voeren, noch met zichzelf noch met een ander. Volgens Bert Claerhout gaat de
traditionele bepaling van het celibaat zeker op voor kloosterlingen, omdat
ze vrijwillig ongehuwd willen blijven omwille van het Rijk Gods,
omdat ze God boven alles beminnen.
Nu lijkt me de grote vraag te zijn, of de vrijwilligheid
van het ongehuwd blijven uit liefde voor God de psychologische wet van de
zoektocht naar een partner bij wie men intiem thuis kan zijn ongestraft
links kan laten liggen. Is een dergelijke vrijwilligheid niet eerder een
miskenning van een reële psychologische nood? Zo miskent men zichzelf.
Bovendien ontneemt men door deze gevraagde vrijwillige keuze voor
eenzaamheid op intiem-relationeel vlak de kandidaten voor een religieus
celibatair leven een grote kracht tot ontvankelijkheid voor anderen.
Door liefdevolle intieme relaties aan te gaan, kunnen we uit de kramp
geraken van het gevoel ons voortdurend te moeten bewijzen, en laten we de
vrees voor afwijzing, uitsluiting en tekortschieten varen, zoals Anke
Bisschops ook schrijft.
Ik denk dat de theologie en de spiritualiteit hier
terdege naar de psychologen moeten luisteren, om zich de ernst van
deze bevindingen te kunnen realiseren. Het traditionele denken moet hier de
leiding aan de psychologie laten. Theologen en kerkmensen hebben geen
privilege op de toegangsweg tot de menselijke werkelijkheid. Dat is de
verandering van denken en doen, die van de kerk wordt gevraagd. Een kleinere
verandering is niet genoeg. Moge de heilige Geest, waarmee we zijn gedoopt,
ons tot de grondige verandering inspireren.
Jaak Vandenbulcke o.p. |
| |