| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 15 januari 2012 - tweede zondag B |
|
|
Lezingen:
1 Samuël 3, 3b-10.19
|
||
|
Goede vrienden, Het begin van het gewone alledaagse kerkelijk jaar:
dit is de zondag van vandaag. Zou het toeval zijn dat het in de lezingen
duidelijk over roeping gaat? De jonge Samuël wordt geroepen. In de
evangelielezing vraagt Jezus aan twee leerlingen gewoon om met Hem mee
te gaan. En dan vertellen zij aan de anderen dat ze de Heer gevonden
hadden. Net alsof het allemaal vanzelfsprekend is. Roepingenzondag dus?
In zekere zin wel. Neem nu de jonge Samuël. Het is zijn leermeester Eli
die hem na drie keer horen roepen doet verstaan dat niet Eli zelf heeft
geroepen -wat voor de hand zou liggen – maar wel iemand anders: de Heer
zelf. Zonder zijn tochtgenoot Eli zou Samuël uiteindelijk nooit de
juiste stem op een juiste manier hebben gehoord. Zelfs al roept de Heer
zelf: ik heb steeds iemand nodig die mij op de geestelijke schouder tikt
en mij alert maakt op het àndere geluid, de andere roeping die van de
Heer zelf komt. In moderne termen zou ik zeggen: een terechte
regelrechte aanval op het strikte individualisme waar ik denk op mijn
alleen het centrum van het heelal te zijn. Geloof groeit nooit als het
alleen uit mezelf opschiet: dan verwelkt het vooraleer het de eigenlijke
sociale levenslucht heeft gezien. Gaan we naar de evangelielezing. Een heerlijk stuk
waarin het ‘nabij zijn ‘, het ‘samen zijn’ de hoofdrol spelen in
geloofsgroei. Johannes is de wegwijzer voor die twee leerlingen zoals
Eli dat was voor Samuël Veel heeft Jezus aan die twee novicen in het
geloof niet gezegd. Enkel dat ze maar een dagje gewoon bij hem moesten
blijven en hem meemaken. Zien hoe Hij zijn dag vol maakte met zorgen
voor anderen, hoe die er ook mochten uitzien. En dan is het Andreas, een
van die twee, die zijn broer Simon ontmoet en hem vertelt dat ze de
Messias gevonden hebben. Zo gaat roeping en geloofsgroei in zijn werk. Mensen
die horen en luisteren, vertellen, in de nabijheid blijven, een gelovig
sociaal netwerk vormen, verschillende karakters hebben, eventueel een
‘off day’ hebben of dan weer helemaal opgeruimd zijn. En dan inderdaad:
de Heer die roept, blijven volgen en handelen zoals ze hem dat zagen
doen: omgaan met kleinen, discussie met priesterlijke betweters, een
babbel met dametjes die zich vooral in havenbuurten etaleren, met
zieken, met feestvierders… Hebben we genoeg zoekende woorden en eigen
getuigenissen over die Jezusfiguur? Durven we ze in het oor van de
andere zoekende mens fluisteren en hem wijzen naar die Gezalfde? Hebben
we genoeg lef om aan anderen te durven zeggen dat we zaken doen of laten
precies omdat we willen leven vanuit die Bergrede van Jezus? En dit
alles heeft niets te maken met hoge of lage functies, met al dan niet
letters gevreten te hebben. Het heeft te maken met het durven zijn zoals
Eli tegenover Samuël en Andreas tegenover Simon: wegwijzer zijn zonder
dewelke de andere eigenlijk wat ronddwalen. En mocht dat ooit helpen: ik zou een gebod tot
christelijke samenscholing uitvaardigen omdat dit de enige plaats is
waar we mekaar helpen die liefhebbende God en zijn zoon Jezus te
beleven. Maar gelukkig bestaan ze al: de gezinsgroepen, de
Bijbelgroepen, de bezinningsgroepen …dat mag ons troosten en aansporen!! |
| |