Dominicanen Leuven Zondagspreken
  8 maart - tweede vastenzondag Afdrukken
 

Lezingen:


Genesis 22,1-18
Romeinen 8,31-34
Marcus 9,2-10

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Op weg haar hèt leven


Goede Vrienden,
"Heer, het is goed dat wij hier zijn, laat ons hier drie tenten bouwen". Zo sprak Petrus, maar de Schrift voegt eraan toe: "Hij wist niet goed wat hij zegde". En inderdaad, van een visioen kan je niet leven en een bestendig geluk hier op aarde is ons niet gegeven. Tegen de achtergrond van de ervaring die de leerlingen op de Taborberg meemaakten, wijst Jezus erop dat aan zijn echte en duurzame verheerlijking een dood moet voorafgaan.

De dood is het volledig afsterven van alle menselijke beperkingen waardoor wij ons ten volle kunnen overleveren aan het echte leven. En daarop moeten wij ons voorbereiden. Op Witte Donderdag zullen wij het vieren, en in elke eucharistie gedenken wij het: dat Jezus zich ziet als een lichaam dat voor ons gegeven is; als een bloed – zeg maar, een hart – dat voor ons vergoten wordt tot vergeving van de zonden.

Zo moet ook ons geloof in de God van alle leven gestalte krijgen door een volkomen zelfgave in navolging van Jezus' voorbeeld. God roept ons niet tot een zelfverheerlijkt leven hier op aarde, maar tot medewerking in de opbouw van zijn rijk van vrede en eenheid, dat eens alle mensen van goede wil samenbrengt . En die opbouw geschiedt niet zonder pijn en moeite, zonder echte 'ver-sterving'.

Die pijn en moeite moeten we zelf niet zoeken als een losprijs voor onze zonden. Jezus was zondeloos en heeft toch ook lijden en dood doorstaan?! Eerder moeten wij, zoals Hij, het leed, dat de onvolkomenheid van ons aards bestaan meebrengt, aanvaarden en er een kans in zien om elkander bij te staan en in die gegevenheid de opheffing van alle fouten en kwaad te bewerken.

Zo zocht ook Jezus zijn eigen lijden niet, - Hij bad de Vader zelfs dat die kelk aan Hem voorbij zou gaan, - maar Hij aanvaardde het leed dat men Hem zou aandoen als de prijs die gevergd werd om in zijn menselijk bestaan, door volkomen dienstbaarheid, Gods verlossende wil te volbrengen.

Ten onrechte dacht Abraham dat het Gods wil was om zijn zoon te offeren als losprijs voor de belofte die hij van Jahwe ontvangen had, maar waarvan de uitwerking op zich liet wachten. In Abrams omgeving waren kinderoffers aan de goden geen uitzondering. Zou het dan Gods wil niet zijn, dat hij dat ook zou doen? Maar in het diepst van zichzelf voelde Abraham wel dat niet hij Gods belofte moest afdwingen, maar gewoon zijn eigen plannen moest vrij geven om Gods wil te verwezenlijken op het ogenblik dat God zelf dat zou willen. En dat besef hield uiteindelijk zijn dodende hand tegen.

Want God is getrouw. Hij wil ons heil. Maar ieder van ons krijgt een groei te verwerkelijken in de opgang naar dat heil. En Jezus is ons daarbij tot voorbeeld. In zijn volkomen gegevenheid aan Gods heilswil, vervulde hij de wet en de profeten, die in het Taborvisioen door Mozes en Elia worden voorgesteld. In zijn verbondenheid met de Vader en met allen die Gods wil willen volbrengen is hij de welbeminde Zoon, naar wie wij moeten luisteren. Luisteren naar zijn verbondenheid met de Vader als Hij de berg opgaat om te bidden; luisteren naar zijn verbondenheid met de mensen als Hij de berg afdaalt om ons leven te delen in getrouwheid aan die Vader, ook al kost dat lijden en dood.

Want Jezus leert ons dat die volgehouden getrouwheid aan God doet opstaan uit de dood. Hoorden wij Paulus niet in de Romeinenbrief uitroepen: "Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?". En zei Jezus niet: "Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven" (Johannes 11,25)? Die overtuiging moet ons leven dragen en ons doen volharden als wij moeilijke tijden meemaken. In die overtuiging ging Jezus ons voor, hij die aan zijn leerlingen verklaarde: "mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mijn gezonden heeft en zijn werk te volbrengen" (Johannes 4,34). En die opdracht draagt Hij aan ons over: "Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u" (Johannes 20,21): een zending met een zekerheid: God staat achter u, Hij zendt u en steunt u; Hij waarborgt het uiteindelijk welslagen van uw leven als gij het uit zijn hand aanvaardt en er naar zijn intenties mee omgaat.

Het Taborvisioen wordt dan ook ons aller toekomstbeeld, want juist voor zijn heengaan bad Jezus: "Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen die Gij Mij gegeven hebt" (Johannes 17,24).

In die hoop mogen wij leven en sterven.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug