| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 15 november - drie-en detigste zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden,
Soms gebeuren er dingen, die je
niet voor mogelijk had gehouden. Dat kan zijn in je persoonlijk leven of
familieleven, maar ook in de grote wereld. Voorbije maandag heeft men de
20ste verjaardag van de val van de Berlijnse muur herdacht. Wie in 1988
zei dat het communisme zou verdwijnen, liep de kans opgesloten te
worden. Sterker nog: op 11 november werd in de Westminster Abbey in
Londen onder de titel Passing of a generation hulde gebracht aan
de laatste drie oudstrijders uit de Groote oorlog die dit jaar overleden
zijn Rond dezelfde tijd stonden de Duitse kanselier en de Franse
president zij aan zij diezelfde oorlog te gedenken. Wie had 91 jaar
geleden dit durven voorspellen? Wie anderhalf jaar geleden gezegd had,
dat wereldwijd grote banken en industrieën in problemen zouden raken,
was voor gek verklaard. En toch zijn die dingen gebeurd – en de wereld
gaat nog steeds door. En er zijn ook mensen geweest, die, zo werd later
opgemerkt, de voortekens hebben gezien. Maar ze wisten niet hoe ze die
moeten duiden en hun woorden vonden in elk geval geen weerklank.
De lezingen die we vandaag horen, gaan ook over
ongehoorde dingen. Ze zijn geschreven in tijden van grote spanningen.
Het boek Daniël ontstond ten tijde van de Makkabese vrijheidsstrijd, in
de tweede eeuw voor Christus. Het joodse volk vocht dan om het eigen
geloof te mogen belijden en kreeg te maken met vervolgingen en
martelingen. En dan
rees de vraag: als we zo moeten lijden voor
ons geloof, waarom helpt God ons dan niet?
En
als Marcus zijn evangelie schrijft, heeft de
kerk te maken met vervolgingen in Rome. En de gelovigen vragen zich af:
had Christus niet beloofd dat alles goed zou komen? Waarom worden we
dan zo bedreigd?
Deze schrijvers geven hun angsten weer in de taal en
de beelden van die tijd. Maar ze doen ook meer. Ze maken het niet mooier
dan het is: ja, het is een verschrikkelijke tijd en er zullen nog meer
vreselijke zaken gebeuren. Maar ze schrijven ook dat uiteindelijk de
krachten die van God uitgaan, sterker zullen zijn dan de machten van het
kwaad. 'Michaël' heet een van die krachten Dat betekent: 'Wie is als God?'. Een naam als een geloofsbelijdenis: wie is
in staat God te weerstaan? We kunnen lange tijd doen en denken dat God
dood is, maar de ervaring is dat zij die dat dachten, gestorven zijn,
terwijl God nog leeft. In de verhalen over de eindtijd is de aartsengel
Michaël de aanvoerder van Gods legermacht.
Iemand anders die de kracht van God belichaamt, is de
Mensenzoon, die namens God orde op zaken komt stellen. Daarom komt hij
op de wolken des hemels, zo zegt Marcus en neemt daarbij gedachten en
beelden van het boek Daniël over. In de jonge kerk en mogelijk ook al
door Jezus zelf, wordt dit beeld op Hem zelf toegepast: Hij, Jezus, is
die Mensenzoon die van Godswege uit de hemel zal komen om het
uiteindelijk oordeel te vellen, om definitieve beslissingen te nemen.
Beelden van onmacht van de kleine mensen die we zijn, tegen de
machinaties van onbekende krachten kunnen we misschien in deze tijd
vergelijken met de kleine spaarder. Kleine spaarders zijn weerloos tegen
de machten die spelen op wereldniveau van banken en investeerders, van
oplichters en flitskapitaal. De wanhoop, als je tot de ontdekking komt dat, waar je je leven lang voor gespaard had, ineens weg is, omdat
iemand anders verkeerd heeft gegokt. Of het verdriet, omdat ziekte uw
leven of dat van verwanten opeens tot een vraagteken maakt
Als dat alles gebeurt, zo houden Daniël en Marcus
ons voor, verlies dan de moed niet, want zie…, de vijg en de druif
lopen alweer uit, ondanks de winter. Op vele plaatsen is deze week het
einde van de eerste wereldoorlog herdacht. Als je ooit beelden van de
Westhoek en vooral Ieper hebt gezien, dan zien we ook dat op die
puinhopen van het kwaad iets nieuw is opgebouwd. We mogen dus geloven
dat geen enkel kwaad definitief is. En soms zie je in je eigen omgeving
hoe mensen zich weten te ontworstelen aan verdriet en gemis. Hoe
onmogelijk het soms ook kan lijken, er is altijd toekomst mogelijk.
We staan voor het einde van het kerkelijk jaar. We
hoorden hoe Marcus ons vertelde van de Blijde Boodschap van Jezus van
Nazareth over Gods wereld, zijn Rijk van vrede en gerechtigheid, op
menselijk en op wereldniveau. Wie durft te geloven, kan juist daarin de
kracht vinden om zich tegen het noodlot en doemdenken te verzetten en
een andere geluid te laten horen, een andere manier van zijn leven een
plaats te geven in de wereld.
Wim Schreyen o.p.
|
| |