Dominicanen Leuven Zondagspreken
  22 november  - drie-en detigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Daniël 7,13-14
Apocalyps 1,5-9
Johannes 18,33-37

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Luisteren naar zijn stem 


Goede Vrienden,

Bij het feest van Christus-Koning voel ik altijd een zeker onbehagen. Het doet mij altijd denken aan de triomfantelijke huldekreten die destijds op deze dag in sommige jeugdbewegingen luid werden geuit, maar waarvan de inhoud soms zo weinig beleefd wordt,of, erger,aan het eerbetoon dat de Joden aan Jezus brachten toen ze Hem met palmen toewuifden bij zijn intocht in Jerusalem, maar die Hem enkele dagen later tot de kruisdood te veroordeelden.

Wij zien het koningschap zo vaak als een eretitel voor gekroonde hoofden, of als beloning voor geleverde prestaties.:Noemen de winnaars van schutterstornooien zich ook niet "koning" of "keizer"?  En wordt op onze dagen de voorzitter van de Europese gemeenschap ook al niet 'keizer van Europa' genoemd, spijt de kortdurige, dienende rol die hem te beurt zal vallen?

Toch hoorden wij Jezus tot Pilatus zeggen:  "Ja, koning ben Ik".   Maar van wie of wat?  Daniël in de eerste lezing zegde: "Alle vorsten, stammen en talen brachten hem hulde",  en "zijn koningschap gaat nooit ten gronde'"Dat is wat anders dan de heerschappij over een begrensde en vergankelijke natie!  En de Apocalyps in de tweede lezing sprak van de "vorst van de koningen der aarde" en van de "Albeheerser". Is Jezus dan een superkoning?   De oppermachtige op onze wereld?

 Jezus zelf zegt :  "Mijn koningschap is niet van deze wereld…, is niet van hier". Is het dan van elders, van een andere wereld?  Toch niet, want Jezus zegt ons dat hij voor zijn koningschap naar hier, in onze wereld gekomen is.    Alleen valt zijn Rijk niet samen met wat wij onze wereld noemen.  Zijn koningschap ligt niet elders, maar doorbreekt onze oppervlakkigheid.  Het ligt in de diepte.  Het grijpt over de verschillen van standen en rangen en vermogens heen.  Het wil niet overheersen.  Neen, zijn koningschap wil getuigenis afleggen van de waarheid,  zegt Jezus,  van wat ons ècht, in de diepte, tot een "rijk" maakt, tot een gemeenschap van echte verbondenheid.  En dat is iets wat voor de machten van "onze" wereld onverstaanbaar is.  Niet te verwonderen dat het evangelie dat wij vandaag hoorden voorlezen, in de bijbel vervolgd wordt met Pilatus' verzuchting:  "Wat is waarheid". 

En toch komt het daar op aan.  Op 29 juni van dit jaar vaardigde de paus een encycliek uit met als titel Caritas in veritate,  'liefde in waarheid'. En daarin ontmaskert hij alle dubbelzinnigheden die onze omgang in de wereld met zich meedraagt en die vaak onder het mom van maatschappelijke steun en hulpverlening, van mondiale zogezegde samenwerking, zoveel eigenbelang dient.   Wij moeten ons dus de vraag stellen wat wààr is in ons handelen,  of hetgeen wij doen werkelijk op de evenmens is afgestemd en daadwerkelijk, zonder bijbedoeling,  bijdraagt tot meer verstandhouding en geluk onder de mensen.

Jezus zegt dat wie uit de waarheid is, naar zijn stem luistert.  En Hij leert ons wat ons samenbindt, ja, Hijzelf is het die ons geheel samenhoudt vanuit zijn verbondenheid met God, de God die ons allen liefheeft en ons aan Jezus, Gods Zoon, gegeven heeft als zijn broers en zussen.

 Waar ligt dan zijn Gods rijk?  Aan de Farizeeën zegde Jezus "Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het, of daar is het.  Want het Rijk Gods is midden onder u"  (Lucas 17,21).   En talrijk zijn de parabels die Jezus over dat Godsrijk vertelt om aan te duiden dat het om een diepere band van eenheid gaat,  een rijk dat langzamerhand groeit – denk maar aan Jezus' parabel met het mosterdzaakje -  een rijk waarvan wij de komst dan ook afbidden in het onze Vader en dat erin bestaat dat Gods wil geschiedt.   "Uw Rijk kome, Uw wil geschieden op aarde als in de hemel".  Om die wil van God een menselijke gestalte te geven, is Jezus onder ons komen wonen.

Christus is dan ook onze koning, niet om over ons te heersen, maar om de dienaar te zijn van allen, om het oerbeeld te zijn van de broederlijke liefde die ons allen verenigt.   En Hij blijft dat doen.   Daarom zegde Hij: "Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld" (Matteüs.28,20).   Want alleen wanneer deze wereld met haar schijn ophoudt om een echte gemeenschap van allen te worden, is zijn Rijk gevestigd, komt de waarheid aan het licht, zijn wij één met Hem en met elkaar.

Het feest van vandaag wil dan ook die blijde zekerheid uitdrukken dat het Gods rijk aan het groeien is en dat wij op Jezus mogen rekenen als onze voortrekker als wij maar luisteren naar zijn stem.

 Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug