| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 11 december 2011 - derde adventszondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 61,1-2a.10-11
|
||
|
Kerstmis zal een dag van jubelen en juichen zijn in de
Heer. Wees blij, wees altijd verheugd, zegt Jesaja in de eerste
lezing: want onze God heeft zijn dienstknecht gezonden om
aan armen de blijde boodschap te verkondigen dat Hij allen zal
genezen wier hart gebroken is, dat Hij de gevangenen zal vrijlaten en
dat Hij een einde zal maken aan de uitbuiting. En er word een genadejaar van
de Heer aangekondigd.
Maar wat blijft er in onze tijd nog over van die 'blijde' boodschap? Dit kind spreekt uit wat vele mensen in hun hart denken
en ook wel uitspreken: dat die zogenaamd blijde boodschap van God en zijn
dienstknecht Jezus hen allesbehalve blij maakt. Want, zeggen zij, hoe kan
een God die begaan is met zijn volk, toelaten dat een moeder van jonge
kinderen sterft, dat kinderen door een dodelijke ziekte of door een dom
ongeval weggerukt worden?. Waarom moeten er zoveel mensen van honger
omkomen? Waarom is er overal oorlog en vloeit er zoveel onschuldig bloed?
Waarom krijgen sommige mensen miserie op miserie en blijven anderen
gespaard?" Onze voorouders in het geloof leerden ons dat we in alles
Gods wijze Voorzienigheid moesten zien. Alles wat goed gaat was genade van
God. Alles wat verkeerd liep werd door God toegelaten om de mensen op de
proef te stellen. Veel mensen, en niet alleen ouderen, blijven, wat religie
betreft, hun hele leven vastzitten in dit patroon dat ze geleerd hebben in
hun kinderjaren en raken nooit verder in hun geloof.
Nog veertien dagen en we vieren Kerstmis. We verwachten
Jezus, de Messias, de gezalfde van God die ons zal verlossen. Maar, maakt de
aankondiging van Jezus’ geboorte u echt nog blij? Of stelt ge u niet
eerder de vraag: Ja, wat verwachten we nu eigenlijk? Hoe trekt God zich het
lot van de mensen aan en hoe brengt Jezus echt verlossing?
Voor ons christenen staat de aangekondigde vreugde in
schril contrast met alles wat vierkant draait in onze wereld. Hoe is
christelijke vreugde te verzoenen met zoveel aardse ellende? Dikwijls weten
we echt niet meer hoe we ermee verder moeten.
Misschien vinden we in de literatuur van mystici toch wel
een spoor dat ons verder kan helpen. Zij schrijven dat ze als het ware
overvallen werden met een gevoel van vreugde juist op momenten van diepste
ellende. De Advent roept ons op tot bekering en tot een grondige
bezinning over onze verwachtingen wat betreft Jezus en de God van Jezus. Ja,
de verwachtingen die wij tegenover God koesteren moeten we telkens
verfijnen.
We moeten leren God te nemen zoals Hij is, niet zoals
wij Hem zouden willen. God laat zich telkens anders zien dan wij verwachten.
Johannes de doper zegde het reeds: "De Messias naar wie gij zo
uitgezien hebt, staat midden onder u en gij erkent hem niet."
Niemand van de leerlingen van Jezus had ooit verwacht dat
Jezus op het kruis zou sterven. Zoals zij het pas veel later, na Zijn lijden
en Zijn dood begrepen hebben, zo spoort de adventstijd ons aan om onze
verwachtingen uit te zuiveren: ondanks pijn en leed zullen wij dan troost en
vreugde ervaren, want het kind dat geboren wordt wijst ons een weg van
liefde en gerechtigheid, van vreugde en blijheid ondanks en doorheen al de
pijn en het verdriet die we in onze wereld ervaren..
E. Costermans o.p.
Eric Vanden
Berghe, Van U is het Woord, Lannoo 1999, blz. 291-292 |
| |