| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 22 januari 2012 - derde zondag B |
|
|
Lezingen: Jona
3,1-5.10
|
||
|
Toen ik nog op het college
studeerde, vertelde mij een medeleerling dat hij de
avond voordien naar een preek van de volksmissie in zijn parochie was
gegaan. Daar had de predikant, gezegd: ‘Het einde van de wereld is nog
nooit zo nabij geweest als nu!" De mensen waren gepakt, zei mijn
klasgenoot. Eigenlijk zei die predikant iets dat iedereen weet: het
einde van gelijk wat is nooit dichter dan op dit moment. Met zulke boodschap trok volgens het verhaal ook Jona naar Nineve. Het
klonk als een bedreiging, maar het was in feite een oproep tot bekering
en… de profeet kreeg gehoor.
Jezus
deed ook zulk een
oproep, maar
volgens het evangelie op een heel positieve
wijze: ‘De tijd is vervuld en het
koninkrijk van
God is nabij’.
Het is tijd om zich werkelijk in te zetten voor datgene wat telt. In
feite is het elke dag opnieuw de tijd om zich voor de zaak van Jezus in
te zetten. Zulke uitspraak klinkt nogal vroom, dat weet ik. Maar dat is
ze in feite niet.
Deze week schreef iemand op het internet een
commentaar over de economische crisis, waarover wij bijna elke dag wel
iets horen. Hij schreef: "De economische crisis is meer dan de
crisis van de economie en de ethiek. Ten gronde hebben we te maken met
de spirituele crisis van een Europa dat zijn geestelijk kompas kwijt is."
In zijn opvatting gaat
het in onze samenleving veel te veel over de vragen van de economie en
te weinig over de andere elementen van het leven: te veel over geldgewin
en snelle winst en zo meer als graaicultuur, de angst bij vele mensen,
de vlucht soms uit het leven. En veel te weinig over positieve elementen
en uitdagingen, en die zijn er ook.
Wanneer Jezus zegt dat het ‘Gods koninkrijk
nabij is’, heeft Hij het ook over een wereld waarin
goede en kwade aspecten te vinden zijn. Hij wil echter vooral wijzen op
de innerlijke kracht, die Hij wil brengen om er het beste van te maken
wat mogelijk is. Het Rijk Gods is meer dan een gemeenschap van gebed en
inkeer tot God. Als Jezus over dat ‘Rijk Gods’ spreekt, heeft Hij
het over de innerlijke kracht en inspiratie van het samenleven van
mensen: de inspiratie die de diepste waarden van het leven van een mens
wil naar boven laten komen. Dan gaat het uiteraard over de liefde als de
centrale sleutel, zoals Jezus ook preekte en wilde gerealiseerd zien.
Dan gaat het concreet om zorg voor alle mensen in deze wereld: zorg dat
mensen niet moeten achterblijven, dat mensen steun krijgen, dat mensen
zich verbonden voelen. Zijn boodschap is een boodschap die altijd weer
wegen wil zoeken en de hoop levend houdt
doorheen alles.
Als Jezus zo spreekt,
gaat het ook om mensen die zich hiervoor willen inzetten. Jona was zo
iemand. Niet dat hij dat meteen graag deed. Wie het hele verhaal van
Jona kent, weet dat hij eigenlijk niet naar Nineve wilde gaan. Hij
vluchtte en Jahwe redde hem met een walvis als hij over boord van het
schip was geworpen. Ook als mensen menen ‘er geen doen aan te zien’
kunnen zij het wellicht toch. De leerlingen werden ook aangesproken. Zij
moesten vissers van
mensen worden. Dat klinkt erg onvriendelijk, alsof mensen zich moeten
laten vangen. Misschien moeten wij eerder naar het beeld van de ‘vissers’
kijken. Vissers kunnen uren lang heel geduldig zitten kijken met de hoop
iets te vangen en niet met een lege mand naar huis te
moeten rijden. Maar zelfs als het tegenvalt
zitten ze er een van de
volgende dagen er toch weer.
Zelfs als het thans, in deze tijd,
voor onze kerk niet gemakkelijk is, blijft het nodig dat mensen durven
uitgaan, Jezus achterna, en met zijn zorg voor dat Rijk van God, elke
dag opnieuw. In deze week waar elke dag gebeden wordt voor de eenheid
van alle christenen, willen wij bidden dat alle kerken
zich eensgezindheid daarvoor blijven inzetten.
Mark De Caluwe o.p.
|
| |