De vastentijd is een tijd van dieper gebed en van
groter inzet voor een christelijk leven. Wat leert het evangelie van
vandaag vooreerst over een dieper gebed? ‘God heeft zijn Zoon niet naar de
wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door hem
zou worden gered’.
Meerdere keren horen we in het Nieuwe Testament: uw geloof heeft u
gered. We moeten niet vertrouwen op onszelf, maar alleen op God die de
doden opwekt, die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde
doodsgevaar (2 Korintiërs 1,9-10). In deze hoop zijn we gered (Romeinen
8,24). Sint Paulus zegt zelfs: als we hopen op wat nog niet zichtbaar is,
blijven we in afwachting daarvan volharden. De Geest helpt ons in onze
zwakheid (Romeinen 8,25-26). Geloof en hoop gaan broederlijk en zusterlijk
samen. Wie gelooft, hoopt, en wie hoopt, gelooft ook in God die ons redt.
Ons diepste leven bestaat in een liefdevolle overgave aan God, die ons het
eerst heeft liefgehad. We moeten niet krampachtig proberen perfecte mensen
te zijn. Als we ons overleveren aan God, zullen we kunnen leven uit
zijn kracht. Hij zal ons wel een weg laten vinden, hoe dan ook.
Tegenover God kunnen we die kracht en die hulp ervaren in ons gebed
in de stilte van ons hart.
We kunnen moedeloos zijn. Maar als we dan luisterend in de
tegenwoordigheid van God treden, kunnen we ongemerkt weer levensmoed
krijgen. Dat is geen hevig gevoel, maar een stil besef. We mogen God
daarvoor danken. Want die moed is een onverdiend geschenk van hoop. In
deze Geest moeten we bidden.
Wat leren we over de inzet voor een christelijk leven?
De dood van Jezus aan het kruis wordt vergeleken met de koperen slang die Mozes, bij de uittocht uit Egypte, in de woestijn aan een paal omhoog
hief. De Israëlieten hadden tegen Jahwe zwaar gemord, en Jahwe had giftige
slangen op hen afgestuurd. Als de Israëlieten vroegen om van de
slangenbeten te worden verlost, beval Jahwe aan Mozes: Maak een koperen
slang en hang die aan een paal. Door op te kijken naar die koperen slang,
zullen de Israëlieten worden gered.
De eerste christenen zagen in dat
beeld van die slang, hangend aan een paal, een voorafbeelding van Jezus,
hangend aan het kruis. Als ook zij naar Jezus op zijn kruis zouden opzien,
zouden ook zij worden gered. Hun geloof in Jezus zou hen redden. Maar dat
beeld van de koperen slang suggereerde in de christelijke traditie dat God
gewild zijn zoon slachtofferde aan het kruis om daardoor te worden
verzoend. En dat is een valse indruk. Onze God is niet de onberoerde God
in de hemel, die van Jezus het offer van zijn leven eiste. We moeten de
dood van Jezus niet vanuit God – want over God weten we zo weinig – maar
vanuit Jezus zelf bekijken. Zo zullen we een wenk voor een grotere inzet
voor het christelijk leven vinden.
Jezus leefde van het besef dat zijn
Vader in de hemel zo met zijn zwakke mensen meeleefde, dat hij zelfs met
hen meeleed. Als plaatsvervanger van die God bij de mensen kon Jezus niet
anders dan in dat meelijden van zijn God in te stappen. Hoe deed hij dat?
Jezus wist dat de kans groot was dat hij zou worden gekruisigd als
godslasteraar, als hij bleef beweren dat God de mens boven de wet
stelde. Want Jezus’ tegenstanders meenden dat God de wet boven de mens
stelde. Alleen door strikt onderhouden van de wet, konden de mensen God
behagen. Jezus echter bleef openlijk beweren dat voor God de mens
belangrijker is dan de wet. Zo nam hij op de koop toe de dood op het kruis
op zich uit liefde voor God, zijn God en Vader. Daarbij hoopte hij dat God
hem niet in de steek zou laten. Als antwoord daarop zou God Jezus uit de
dood opwekken.
Ook wij moeten zoals Jezus en zijn God lijden op
ons durven nemen, opdat zou blijken dat onze God echt een menslievende God
is, voor wie de mens meer belang heeft dan de wet. Zo tonen we dat we uit
God handelen. Dat is diep christelijk leven.
Jaak
Vandenbulcke o.p.