Dominicanen Leuven Zondagspreken
  15 maart - derde vastenzondag Afdrukken
 

Lezing:



Johannes 3,14-21

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Lijden op ons durven nemen


De vastentijd is een tijd van dieper gebed en van groter inzet voor een christelijk leven. Wat leert het evangelie van vandaag vooreerst over een dieper gebed? ‘God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door hem zou worden gered’.
Meerdere keren horen we in het Nieuwe Testament: uw geloof heeft u gered. We moeten niet vertrouwen op onszelf, maar alleen op God die de doden opwekt, die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar (2 Korintiërs 1,9-10). In deze hoop zijn we gered (Romeinen 8,24). Sint Paulus zegt zelfs: als we hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. De Geest helpt ons in onze zwakheid (Romeinen 8,25-26). Geloof en hoop gaan broederlijk en zusterlijk samen. Wie gelooft, hoopt, en wie hoopt, gelooft ook in God die ons redt. Ons diepste leven bestaat in een liefdevolle overgave aan God, die ons het eerst heeft liefgehad. We moeten niet krampachtig proberen perfecte mensen te zijn. Als we ons overleveren aan God, zullen we kunnen leven uit zijn kracht. Hij zal ons wel een weg laten vinden, hoe dan ook. Tegenover God kunnen we die kracht en die hulp ervaren in ons gebed in de stilte van ons hart.
We kunnen moedeloos zijn. Maar als we dan luisterend in de tegenwoordigheid van God treden, kunnen we ongemerkt weer levensmoed krijgen. Dat is geen hevig gevoel, maar een stil besef. We mogen God daarvoor danken. Want die moed is een onverdiend geschenk van hoop. In deze Geest moeten we bidden.

Wat leren we over de inzet voor een christelijk leven?
De dood van Jezus aan het kruis wordt vergeleken met de koperen slang die Mozes, bij de uittocht uit Egypte, in de woestijn aan een paal omhoog hief. De Israëlieten hadden tegen Jahwe zwaar gemord, en Jahwe had giftige slangen op hen afgestuurd. Als de Israëlieten vroegen om van de slangenbeten te worden verlost, beval Jahwe aan Mozes: Maak een koperen slang en hang die aan een paal. Door op te kijken naar die koperen slang, zullen de Israëlieten worden gered.
De eerste christenen zagen in dat beeld van die slang, hangend aan een paal, een voorafbeelding van Jezus, hangend aan het kruis. Als ook zij naar Jezus op zijn kruis zouden opzien, zouden ook zij worden gered. Hun geloof in Jezus zou hen redden. Maar dat beeld van de koperen slang suggereerde in de christelijke traditie dat God gewild zijn zoon slachtofferde aan het kruis om daardoor te worden verzoend. En dat is een valse indruk. Onze God is niet de onberoerde God in de hemel, die van Jezus het offer van zijn leven eiste. We moeten de dood van Jezus niet vanuit God – want over God weten we zo weinig – maar vanuit Jezus zelf bekijken. Zo zullen we een wenk voor een grotere inzet voor het christelijk leven vinden.
Jezus leefde van het besef dat zijn Vader in de hemel zo met zijn zwakke mensen meeleefde, dat hij zelfs met hen meeleed. Als plaatsvervanger van die God bij de mensen kon Jezus niet anders dan in dat meelijden van zijn God in te stappen. Hoe deed hij dat? Jezus wist dat de kans groot was dat hij zou worden gekruisigd als godslasteraar, als hij bleef beweren dat God de mens boven de wet stelde. Want Jezus’ tegenstanders meenden dat God de wet boven de mens stelde. Alleen door strikt onderhouden van de wet, konden de mensen God behagen. Jezus echter bleef openlijk beweren dat voor God de mens belangrijker is dan de wet. Zo nam hij op de koop toe de dood op het kruis op zich uit liefde voor God, zijn God en Vader. Daarbij hoopte hij dat God hem niet in de steek zou laten. Als antwoord daarop zou God Jezus uit de dood opwekken.

Ook wij moeten zoals Jezus en zijn God lijden op ons durven nemen, opdat zou blijken dat onze God echt een menslievende God is, voor wie de mens meer belang heeft dan de wet. Zo tonen we dat we uit God handelen. Dat is diep christelijk leven.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug