| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 10 mei - vijfde paaszondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Iedereen die een beetje tuin heeft maakt het mee dat daar plots iets
begint te groeien, het moet geen onkruid zijn, dat hij of zij niet geplant
of gezaaid heeft. Dat gebeurt hier in onze tuin bijna jaarlijks. In 2005
werden de gevels gerenoveerd en vorig jaar heb ik moeten ingrijpen want
een soort klimop tegen de muur had reeds de tweede verdieping bereikt. Het
eigenaardige daaraan was dat de hoofdrank geen enkel blaadje had. Ze leek
verdort maar dat kon niet want anders zouden de zij ranken geen bladeren
dragen. Bovendien situeerde die plant zich boven een ijzeren rooster van
ongeveer één meter breed en je moest goed toekijken om te ontdekken dat ze
toch vanaf de grond vertrok, anders zou gewoon niet kunnen. Er moet
verbondenheid zijn met de stam en met de grond wil het kunnen groeien,
bloeien en vruchten dragen
Daarover gaat het in het evangelie van vandaag. In onze streken zijn we
echter niet vertrouwd met de wijngaardenier, de wijnstok, ranken, vruchten
dragen. Jezus' tijd- en landgenoten. leefden te midden van wijngaarden. De
wijnstok is voor hen niet alleen een beeld uit het alledaagse leven, het
is ook een beeld dat voor gelovige joden erg betekenisvol is. In hun
heilige boeken, ons Oude of Eerste Testament, wordt dikwijls gebruik
gemaakt van beeldspraak die hierbij aansluit. De wijngaard is een beeld
van vruchtbaarheid en staat symbool voor het beloofde land. Maar ook van
Gods zorg voor het volk en zijn teleurstelling over zijn volle Bovendien
sierde de wijnstok de ingang tot de tempel.
In de evangelielezing wordt dit beeld uitgewerkt om de verbondenheid
uit te drukken die er dient te bestaan tussen God, Jezus Christus en zijn
leerlingen. Jezus is de wijnstok, de leerlingen zijn de ranken, en God is
de zorgzame wijngaardenier. Die boodschap is duidelijk voor iedereen die
iets van wijnbouw afweet: los van de wijnstok hebben de wijnranken geen
enkele waarde, ze verdorren en hebben geen toekomst... En dan is de stap
snel gezet: als christenen niet leven in verbondenheid met Jezus Christus
dan hebben ze geen toekomst, ontbreekt het hun aan levenskracht.
Christenen die niet leven in verbondenheid met de verrezen Heer die
verdorren. Ze hebben geen voeling met de bron van hun leven. Kortom: als
christenen niet verbonden blijven met de Christus kunnen zij zijn blijde
boodschap niet meer begrijpen en beleven, laat staan uitdragen naar
anderen.
In de eerste christengemeenschappen waren er dikwijls onenigheden, soms
zelfs fundamentele twisten. In de eerste lezing wordt er getwist over de
aanwezigheid van Paulus en zijn 'status' als apostel. Er was onenigheid en
er diende bemiddeld te worden. .. Is dit niet iets van alle tijden: mensen
die het goed menen en die uit overtuiging met elkaar in de clinch gaan?
Het gebeurt in parochiegemeenschappen waar geëngageerde gelovigen met
elkaar ruziën omdat ze van mening verschillen. Het gebeurt in gezinnen
waar zowel ouders als kinderen het beste met elkaar voor hebben en het
elkaar toch moeilijk maken. Het gebeurt tussen groepen mensen met
verschillende geloofsovertuigingen, tussen zogenaamde vooruitstrevenden en
behoudsgezinden, tussen actieve en meer contemplatieve groepen. Hoe
dikwijls zijn er niet in de geschiedenis oorlogen gevoerd 'in de naam van
God'? Hoe vaak hebben gelovigen niet afstand genomen van medegelovigen
'omwille van God'? Hoe vaak werden mensen niet verketterd of uitgesloten
omdat ze een andere weg wilden gaan?
En toch is er maar één criterium dat allesbepalend is: christenen die
leven in verbondenheid met Jezus Christus zijn de ware gelovigen. Zij
kunnen herkend worden aan de vruchten die zij voortbrengen! Zij preken de
liefde niet met woorden, maar jn doen en laten. Ze geven gestalte aan de
droom die Jezus had voor deze wereld.
Laten we ons vanuit deze viering opgeroepen weten om in verbondenheid
met Jezus de Christus te leven. Dan zullen we ook in verbondenheid met
elkaar leven en de liefde die Jezus ons heeft voorgeleefd handen en voeten
geven. Laten we vanuit onze verbondenheid met de verrezen Heer in ons
bidden en ons vieren het beste van onszelf geven voor elkaar. En als we
het dan eens wat moeilijk krijgen met iemand, laten we ons dan eerst
richten op onze verbondenheid met de Heer. Verschillen tussen mensen
hoeven geen geschillen te worden.
Iedereen die een eigen tuintje heeft, weet hoe prachtig bomen in de
lente vol bloesem staan. Als je die mooie bloesem wat dichterbij wilt
halen en afknipt en in een vaas in de huiskamer plaatst, dan weetje dat
die takjes wel open komen en gaan bloeien, maar dat er geen vruchten aan
komen. Zo gaat het ook met christenen die niet verbonden blijven met de
Heer: zij brengen geen vruchten meer voort.
En ten slotte nog dit: het is vandaag moederdag. Aan alle moeders van
harte proficiat en denken wij ook eens piëteitsvol aan onze overleden
moeders. Wim Schreyen o.p. |
| |