| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 15 februari - zesde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden, De schets van de
situatie kan niet duidelijker zijn. Met de diagnose van de priester werd
hij of zij van de gemeenschap afgesloten en moest apart wonen. Nu zouden
we zeggen dat die op een isoleerkamer in een ziekenhuis zou terecht
gekomen zijn waar niemand binnen mag zonder isolerende kledij. Met dit als achtergrond is dit begin van
het optreden van Jezus ‘breaking news’: een zogezegde profeet durft
het aan de reinheidswetten gewoon opzij te schuiven. En als klap op de
vuurpijl durft hij de melaatse aanraken. Wat geen enkele
schijnrechtgeaarde van die tijd ooit zou durven doen! En bovendien geneest
hij de zieke. Twee verzen slechts in de evangelietekst die ons concreet
laten zien hoe Jezus brandhout maakt van een Joodse reinheidswet. Waarom?
Omdat een medemens in het geding is en daar loop je niet in een boog
omheen. Wel rechttoe rechtaan naar de getormenteerde medemens en hem
wederrechterlijk omhelzen tot hij genezen is. Van genezende liefde
gesproken!! Wil Jezus een parlementaire vraag ontwijken door de genezen man te vermanen aan niemand iets te zeggen? De parlementaire vragen zullen binnen het jaar uitlopen op kruisiging wegens wetsovertreding. De Bergrede bemediterend is het duidelijk dat
Jezus aan deze melaatse daadwerkelijk grenzeloze barmhartigheid heeft
bewezen, het riskeert vervolgd te worden om de gerechtigheid, het aandurft
zich te laten beschimpen en van allerlei kwaad te worden beticht. De
verdere hoofdstukken van het Marcusevangelie zullen het duidelijk maken
dat Jezus om zijn mensenliefde weggepest wordt.
Eigenlijk hoorden we dus een verhaal over een goede
mensengemeenschap waaruit niemand buitengesloten wordt omdat hij of zij te
arm of te rijk, te lelijk of te charmant, te ziek, te bruin of te zwart,
te vooruitstrevend of te conservatief, te haveloos of te chic, te links of
te rechts, te geleerd of te dom, te veel homo of hetero, zou zijn. Dat zou
dan echt het Rijk Gods op aarde zijn. Een evangelieperikoop die beklijft
omdat wijzelf dagelijks geconfronteerd worden met de neiging sommigen een
inreisvisum voor onze binnenkring te weigeren. Soms lijkt onze huidige
samenleving op een rijpe honingraat waar alles in te net afgelijnde vakjes
zit die met lichte was bovenaan zijn toegemaakt.
Eigenlijk heeft dit evangelieverhaal een bijna
bovenmenselijke goddelijke moraal: hoe en wie de andere ook moge zijn…ik
zal hem of haar op een af andere manier nooit volledig uit de weg mogen
gaan. Wat niet zeggen wil dat iedereen tot mijn beste vrienden moet
behoren. Wel dat zorg om anderen altijd de bovenhand haalt op mijn
innerlijke gevoelens: ik wil wel hartelijk schouderkloppen met de
sympathieke maar verfomfaaide tooghanger en de kwalijke geur er bij nemen.
Vraag is maar of ik het opbreng de antipathieke zeurder met de eeuwig
onsamenhangende verhalen een lang moment tijd te gunnen om zijn oeroud
miserieverhaal van zich af te vertellen. Jezus, leert ons dat we gevoelens
van sympathie of antipathie niet uit de weg kunnen gaan (Hij weende toch
ook bij het graf van Lazarus!) maar dat ze op zich geen morele betekenis
hebben. De echte evangelische vraag is: ‘Wil je de barmhartige Samaritaan
zijn die de andere vanuit het vuil van de straat de herberg van mededogen
binnen brengt?’
Op dit moment loopt er op de TV een quiz waarbij een
mens het hoofd schudt. De quiz waarin dakloze vrouwen de titel van ‘Miss
Dakloos’ kunnen halen. De twee eindkandidates zijn bijna letterlijk uit de
eerste lezing van Leviticus gestapt: wat verlodderde kleding en haren die
in jaren de geparfumeerde hand van de coiffeuse niet meer hebben gevoeld.
Beiden zouden wel de prijs willen: een jaartje, welgeteld één jaar, een
dak boven het hoofd hebben. Een wat zuinige prijs maar het is crisis, zie
je…. Eigenlijk zou de christengemeenschap van dat één jaar een
gerechtelijk ‘levenslang’ moeten maken: dat is de prijs die Jezus zelf zou
geven. Jezus geeft aan verkommerden: een visum waarop in kalligrafie zou
geschreven staan: ‘Levenslang toegelaten bij en tussen de mensen die Mij
willen volgen’.
Ieder van ons moet voor zichzelf die twee
evangeliezinnen van de genezing van de melaatse, invullen. Net díé twee
zinnen rakelen een beetje in ons gerust geweten. Maar we kunnen ze niet
lezen en dan gewoon het boek sluiten. Wie straks in deze viering een
beetje heilige onrust heeft opgedaan (en ik hoop mezelf ook er bij te
mogen rekenen) wens ik hiermee van harte proficiat.
A. Vaganée o.p.
|
| |