| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 11 januari - Doop van Jezus |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Het evangelie van vandaag nodigt ons niet alleen uit om
na te denken over de doop van Jezus, maar ook over onze eigen doop.
Zo weten we dat tot in de jaren vijftig van vorige
eeuw, wanneer een kind geboren was, het ’s anderendaags gedoopt werd. In
het beste geval in de warme kapel van de kraamkliniek en in het slechtste
geval in een koude kerk. Oude verpleegsters kunnen ons nog vertellen hoe bij een
moeilijke bevalling de dokter even opzij moest gaan staan zodat de
verpleegster met een pipet enkele druppels water op het hoofdje van de
baby in de opening van de baarmoeder kon inbrengen om het te dopen. De drijfveer van dit handelen had ontegensprekelijk te
maken met een vurig geloof. Een geloof dat gevoed werd door de angst voor
de vurige vlammen van de hel. En vandaag vragen wij ons af: hoe is het allemaal zo ver
kunnen komen! Geloof wordt doorgegeven door mensen en ook gelovige
mensen, geestelijke leiders inbegrepen, blijven kinderen van hun tijd. Zo zien we dat geloofsleven door angst kan ontsporen,
maar dat geloofsleven gevoed door liefde en vertrouwen eveneens een
werkelijke steun is.
Geloofsleven moet telkens en telkens opnieuw gevoed
worden door de bijbel. De blijde boodschap moeten we telkens opnieuw lezen
en ontdekken. Marcus, de evangelist waaruit we vandaag gelezen hebben
begint er zijn evangelie mee. Hij schrijft : 'Begin van de blijde
boodschap van Jezus Christus, Zoon van God.' De beschrijving van de doop van Jezus is één
geloofsverklaring van de evangelist om ons duidelijk te maken dat Jezus,
de Messias, de Christus, de Zoon van God is. Wij weten dat het Mozes niet toegestaan was om zijn
volk binnen te leiden in het beloofde land. Wegens zijn gebrek aan
vertrouwen in God bij de wateren van Meriba-Kades had Jahwe hem gezegd:
"Gij komt de Jordaan niet over" (Deuteronomium 31,2). Jezus sprak niet van het beloofde land maar wel van
het Rijk Gods dat met hem een aanvang nam. Door zich te laten
onderdompelen in de Jordaan en eruit te herrijzen toonde Jezus dat hij alle
mensen in dit Rijk Gods wil binnen leiden en eraan laten deelnemen.
Door zijn doopsel, zo lazen we vandaag, ging de hemel
open en werd Jezus door Gods Geest bezield. Door zijn doopsel heeft Jezus
de band tussen de hemel en de aarde vernieuwd. Mensen die zich laten dopen in de naam van de Vader, de
Zoon en de Heilige Geest treden in het voetspoor van Jezus. Door het
doopsel vernieuwt elke gedoopte de goede band tussen de hemel en de aarde
en mag elke gedoopte zich aanvaard weten als kind van God.
"Vrienden", zegt de evangelist Johannes, "iedereen die
gelooft dat Jezus de verlosser is, is een kind van God. Welnu, wie de
vader liefheeft bemint ook het kind. Willen wij God liefhebben dan moeten
wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf" (1 Johannes 5,1).
De consequentie van ons doopsel betekent dat we elk
schepsel van God eerbiedigen in liefde en gerechtigheid, en zo wordt het
veelvuldige kwaad in de wereld, waar we niet blind voor mogen zijn, door
het goede overwonnen.
E. Costermans o.p. |
| |