Dominicanen Leuven Zondagspreken
  11 januari - Doop van Jezus Afdrukken
 

Lezingen:


Jesaja 55,1-11
1 Johannes 5,1-9
Marcus 1,7-11

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Kinderen van God


Het evangelie van vandaag nodigt ons niet alleen uit om na te denken over de doop van Jezus, maar ook over onze eigen doop.

Zo weten we dat tot in de jaren vijftig van vorige eeuw, wanneer een kind geboren was, het ’s anderendaags gedoopt werd. In het beste geval in de warme kapel van de kraamkliniek en in het slechtste geval in een koude kerk.
Meestal waren alleen peter en meter erbij aanwezig. Het was een plicht die men moest vervullen. Want stel dat het kind zou sterven dan zou het niet naar de hemel gaan maar naar het voorgeborchte der hel.

Oude verpleegsters kunnen ons nog vertellen hoe bij een moeilijke bevalling de dokter even opzij moest gaan staan zodat de verpleegster met een pipet enkele druppels water op het hoofdje van de baby in de opening van de baarmoeder kon inbrengen om het te dopen.
Missionarissen kochten dodelijk zieke slavenkinderen van Arabieren zodat ze vlug gedoopt konden worden en de hemel voor hen openging.

De drijfveer van dit handelen had ontegensprekelijk te maken met een vurig geloof. Een geloof dat gevoed werd door de angst voor de vurige vlammen van de hel. En vandaag vragen wij ons af: hoe is het allemaal zo ver kunnen komen!
Gelukkig heeft onze huidige paus gezegd dat we beter niet meer over het voorgeborchte spreken.

Geloof wordt doorgegeven door mensen en ook gelovige mensen, geestelijke leiders inbegrepen, blijven kinderen van hun tijd.
Zo zien we dat tot op de dag van vandaag Afrikanen in hun dagelijks leven omgaan met veel angst. Deze angst weerspiegelt zich ook in hun geloofsleven. Daarom zijn ze zo beïnvloedbaar door sekten en charismatische groeperingen.

Zo zien we dat geloofsleven door angst kan ontsporen, maar dat geloofsleven gevoed door liefde en vertrouwen eveneens een werkelijke steun is.

Geloofsleven moet telkens en telkens opnieuw gevoed worden door de bijbel. De blijde boodschap moeten we telkens opnieuw lezen en ontdekken.
De sleutel om de bijbel te lezen is niet angst maar blijde boodschap.

Marcus, de evangelist waaruit we vandaag gelezen hebben begint er zijn evangelie mee. Hij schrijft : 'Begin van de blijde boodschap van Jezus Christus, Zoon van God.'
En het is deze Jezus Christus, Zoon van God, die vandaag door Johannes de Doper gedoopt werd in solidariteit met het Joodse volk.

De beschrijving van de doop van Jezus is één geloofsverklaring van de evangelist om ons duidelijk te maken dat Jezus, de Messias, de Christus, de Zoon van God is.
Jezus is de bevrijder, de nieuwe Mozes die alle mensen tot bij God zal brengen.

Wij weten dat het Mozes niet toegestaan was om zijn volk binnen te leiden in het beloofde land. Wegens zijn gebrek aan vertrouwen in God bij de wateren van Meriba-Kades had Jahwe hem gezegd: "Gij komt de Jordaan niet over" (Deuteronomium 31,2).

Jezus sprak niet van het beloofde land maar wel van het Rijk Gods dat met hem een aanvang nam. Door zich te laten onderdompelen in de Jordaan en eruit te herrijzen toonde Jezus dat hij alle mensen in dit Rijk Gods wil binnen leiden en eraan laten deelnemen.

Door zijn doopsel, zo lazen we vandaag, ging de hemel open en werd Jezus door Gods Geest bezield. Door zijn doopsel heeft Jezus de band tussen de hemel en de aarde vernieuwd.
Door Gods Geest verneemt Jezus dat hij geliefd is en dat God welbehagen in hem heeft en dat hij zich aanvaard mag weten als Gods eigen Zoon.

Mensen die zich laten dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest treden in het voetspoor van Jezus. Door het doopsel vernieuwt elke gedoopte de goede band tussen de hemel en de aarde en mag elke gedoopte zich aanvaard weten als kind van God.

"Vrienden", zegt de evangelist Johannes, "iedereen die gelooft dat Jezus de verlosser is, is een kind van God. Welnu, wie de vader liefheeft bemint ook het kind. Willen wij God liefhebben dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf" (1 Johannes 5,1).

De consequentie van ons doopsel betekent dat we elk schepsel van God eerbiedigen in liefde en gerechtigheid, en zo wordt het veelvuldige kwaad in de wereld, waar we niet blind voor mogen zijn, door het goede overwonnen.

E. Costermans o.p.

 
   Terug