| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 11 april - Paaswake |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Wij hoorden het verrijzenisverhaal volgens Marcus. Maar
is het wel een verrijzenisverhaal? Er is eerst een negatieve zin. "Hij is niet hier", zegt
de jongeman. Met andere woorden: je moet Jezus niet in het graf gaan
zoeken. Bij andere evangelisten zal het klinken: "Waarom zoekt gij de
levende onder de doden.?" Maar waar is Hij dan wel? Dat zegt ons de
positieve zin: "Hij gaat u voor in Galilea."
Galilea is de streek waar Jezus opgroeide Het is ook
het gebied waar Hij, na zijn doop in de Jordaan en zijn veertigdaagse
woestijnervaring, heen trok om zijn eigenlijk optreden te beginnen. Nu, na
Jezus' dood zal Galilea de plaats zijn voor een nieuw begin, voor een
andere menswording van Jezus' boodschap. Zijn optreden en prediken zal nu
gebeuren in de persoon van de apostelen en de andere leerlingen. Zoals de
Vader eens de mens Jezus zond om ons zijn goddelijke liefde over te
brengen, zo zend Jezus ons van bij de Vader om op onze beurt zijn blijde
boodschap gestalte te geven.
Waar is Hij dus? Bij de Vader, en van bij de Vader, in
ons, als we ons voor Hem openstellen, als wij geloven in zijn opstanding;
als we Hem willen zien in de Blijde Boodschap die wij mogen brengen en die
het haalt op het kwaad.; als ook wij, naar het woord van Sint-Paulus, dood
willen zijn voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus, wiens
leven alleen met God van doen heeft.
Zo is Hij verrezen! Geloven wij dat? of staan nog met
verstomming geslagen, zoals de vrouwen in het evangelie die aanvankelijk
van ontsteltenis wegvluchten en zwijgen over wat hun geopenbaard werd?
Jezus leeft! Hij gaat ons voor! Dat moet de drijfkracht
zijn van ons christelijk leven om mee te werken aan de opbouw van zijn
Rijk, in de overtuiging dat, zoals wij daarstraks bij Jesaja lazen, Gods
woord en boodschap niet tot Hem terugkeren zonder vrucht te dragen en hun
zending volbracht te hebben.
En zoals Jezus leeft, ook al is Hij gestorven, zullen
ook wij over de dood heen leven. Misschien gaat u ook wel eens het graf
van een verwante of vriend bezoeken: als blijk van eerbied en dank,
gekoppeld aan een zichtbaar iets: het graf, dat ons helpt de overledene op
te roepen in onze geest. Maar dan moeten wij ook daar de boodschap durven
aanhoren: Hij of zij is niet hier. Hij of zij leeft nu bij de Heer, en
gaat ons mèt de Heer voor op onze wegen. In Jezus zijn wij pas écht en
voorgoed verbonden met elkander en dus ook met onze overledenen.
Pasen is niet zozeer de herdenking van een eenmalig
gebeuren, van de triomfantelijke sprong uit het graf van een dood lichaam,
dan wel de viering en beleving van een blijvend feit, het feit van Jezus'
en ons aller intrede in een nieuw leven dat de dood overwint. Dat leven
werd ons met de doop meegedeeld, en daarom gaan wij die doop hier ook
dadelijk gelovig herbeleven. Denken wij daarbij dan aan de woorden van
Sint-Paulus: "Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat
ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van
zijn Vader uit de doden is opgewekt".
Dat nieuwe leven, "dood voor de zonde en levend voor
God in Christus Jezus" is dan ook de opdracht die het paasfeest ons
voorhoudt. En wie in dat geloof leeft, vindt de kracht om steeds weer op
te staan voor wat goed is en blijvend, voor wat de gemeenschap rond de
verrezen Heer opbouwt, voor wat de vrede dient die de Heer ons
herhaaldelijk toewenst. Dat geloof, die kracht en die vrede is dan ook de
inhoud van het ‘zalig Pasen’ dat ik U samen met onze communiteit van harte
toewens.
Joris Backeljauw o.p. |
| |