Dominicanen Leuven Zondagspreken
  11 april - Paaswake Afdrukken
 

Lezingen:


Romeinen 6,3-11

Marcus 16,1-8

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


'Dood voor de zonde en levend voor God'


Wij hoorden het verrijzenisverhaal volgens Marcus. Maar is het wel een verrijzenisverhaal?
Bij geen van de evangelisten zien we Jezus uit het graf opstaan, zoals dat in menig schilderij wordt voorgesteld. Wel klinkt overal de centrale zin "Hij is verrezen". Maar wat betekent dat? Misschien brengen de woorden, die de jongeman uit het evangelie van vandaag tot de drie vrouwen richt, ons wat meer duidelijkheid.

Er is eerst een negatieve zin. "Hij is niet hier", zegt de jongeman. Met andere woorden: je moet Jezus niet in het graf gaan zoeken. Bij andere evangelisten zal het klinken: "Waarom zoekt gij de levende onder de doden.?" Maar waar is Hij dan wel? Dat zegt ons de positieve zin: "Hij gaat u voor in Galilea."

Galilea is de streek waar Jezus opgroeide Het is ook het gebied waar Hij, na zijn doop in de Jordaan en zijn veertigdaagse woestijnervaring, heen trok om zijn eigenlijk optreden te beginnen. Nu, na Jezus' dood zal Galilea de plaats zijn voor een nieuw begin, voor een andere menswording van Jezus' boodschap. Zijn optreden en prediken zal nu gebeuren in de persoon van de apostelen en de andere leerlingen. Zoals de Vader eens de mens Jezus zond om ons zijn goddelijke liefde over te brengen, zo zend Jezus ons van bij de Vader om op onze beurt zijn blijde boodschap gestalte te geven.

Waar is Hij dus? Bij de Vader, en van bij de Vader, in ons, als we ons voor Hem openstellen, als wij geloven in zijn opstanding; als we Hem willen zien in de Blijde Boodschap die wij mogen brengen en die het haalt op het kwaad.; als ook wij, naar het woord van Sint-Paulus, dood willen zijn voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus, wiens leven alleen met God van doen heeft.

Zo is Hij verrezen! Geloven wij dat? of staan nog met verstomming geslagen, zoals de vrouwen in het evangelie die aanvankelijk van ontsteltenis wegvluchten en zwijgen over wat hun geopenbaard werd?

Jezus leeft! Hij gaat ons voor! Dat moet de drijfkracht zijn van ons christelijk leven om mee te werken aan de opbouw van zijn Rijk, in de overtuiging dat, zoals wij daarstraks bij Jesaja lazen, Gods woord en boodschap niet tot Hem terugkeren zonder vrucht te dragen en hun zending volbracht te hebben.

En zoals Jezus leeft, ook al is Hij gestorven, zullen ook wij over de dood heen leven. Misschien gaat u ook wel eens het graf van een verwante of vriend bezoeken: als blijk van eerbied en dank, gekoppeld aan een zichtbaar iets: het graf, dat ons helpt de overledene op te roepen in onze geest. Maar dan moeten wij ook daar de boodschap durven aanhoren: Hij of zij is niet hier. Hij of zij leeft nu bij de Heer, en gaat ons mèt de Heer voor op onze wegen. In Jezus zijn wij pas écht en voorgoed verbonden met elkander en dus ook met onze overledenen.

Pasen is niet zozeer de herdenking van een eenmalig gebeuren, van de triomfantelijke sprong uit het graf van een dood lichaam, dan wel de viering en beleving van een blijvend feit, het feit van Jezus' en ons aller intrede in een nieuw leven dat de dood overwint. Dat leven werd ons met de doop meegedeeld, en daarom gaan wij die doop hier ook dadelijk gelovig herbeleven. Denken wij daarbij dan aan de woorden van Sint-Paulus: "Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt".

Dat nieuwe leven, "dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus" is dan ook de opdracht die het paasfeest ons voorhoudt. En wie in dat geloof leeft, vindt de kracht om steeds weer op te staan voor wat goed is en blijvend, voor wat de gemeenschap rond de verrezen Heer opbouwt, voor wat de vrede dient die de Heer ons herhaaldelijk toewenst. Dat geloof, die kracht en die vrede is dan ook de inhoud van het ‘zalig Pasen’ dat ik U samen met onze communiteit van harte toewens.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug