| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 25 januari - Bekering van Paulus |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Speciaal op de feestdag van Paulus’ bekering, en dan
nog in het Paulusjaar, zou ik een portret van Paulus willen schetsen. Als farizeeër in hart en nieren
heeft Paulus een twintigtal jaar later - gedreven - de volgelingen van
Jezus tot de gevangenschap toe vervolgd. De Wet was voor hem een heilige
noodzaak.
Maar in die tijd is Paulus bij Damascus iets zeer
ingrijpends overkomen. Naar die innerlijke gebeurtenis verwijst hij als
hij zegt dat, toen hij in Damascus was, God besloot zijn Zoon Jezus
Christus in hem te openbaren (Galaten 1,15v). De wetgetrouwe Paulus
beseft in een soort verschijning plots dat de door de wet veroordeelde en
ter dood gebrachte Jezus leeft ‘leeft’: (Handelingen 25,19) en hem
oproept om hem te volgen. Dit werpt voor Paulus een nieuw licht op God.
Doordat hij Jezus, die zich tegen de heerschappij van de wet had afgezet,
uit de dood opwekte, werd duidelijk dat ook God zelf de liefde boven de
wet stelde. Dit inzicht was een verblindend licht. Paulus zag nu dat Jezus
zijn leven had gegeven voor de vrijheid van de mensen tegenover de
wet. Niet het onderhouden van de wet verzoende hen met God, maar God zelf
haalde hen in zijn vaderlijke liefde naar zich toe, zonder krampachtige
inspanning van hun kant. Het is God die ons redt. We worden
gedragen door God, die ons persoonlijk bemint. En dat geeft een grote
kracht.
Door deze ervaring werd Paulus helemaal onderste boven
geworpen. De rechtlijnige zag plots meer plaats voor vrijheid. Van
vervolger van de volgelingen van Jezus werd Paulus verkondiger van Gods
genade in Jezus. Hij zag ook dat Jezus, door het opheffen van de Wet, de
liefde van God openstelde voor de heidenen (Galaten 1,16). Eerst stichtte
hij meerdere kerkgemeenten ook voor de heidenen. Daarna bekampte hij
hardnekkig de christenen binnen die gemeenten die meenden dat ook voor
heidenen die christen werden de joodse besnijdenis nog noodzakelijk bleef,
om toegang te hebben tot God. Hij zei tot de heidenchristenen onder de
Galaten: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten (Galaten
5,2-3). Het is God die u verlost in Christus.
Maar er blijft een vraag: is de vrijheid van de liefde
niet een dekmantel voor de zelfzucht? Paulus zegt daarop: Wie dieper
doordringt in de ervaring van de vrijheid van de liefde, ervaart dat hij
steeds dieper wil beminnen. Door het kruis op te nemen, stierf Jezus door
de wet, om de mensen van de wet te bevrijden. Zo maakte hij de wet
onschadelijk (Galaten 3,13). Paulus schakelde zich daarin in. Bovendien
ervaart hij zijn zwakheid. Maar juist op dat moment mag hij op God
vertrouwen. Want als ik zwak ben, ben ik sterk, zegt hij (2 Korintiërs
12,10). Zo worden we volledig vrij van onszelf. We leven dan volgens de
geest: omwille van de ander. Dat heeft niets met zelfzucht van doen.
Deze preek is geïnspireerd door Peter SCHMIDT, In
vrijheid, trouw en hoop, Inleiding tot Paulus, de Katholieke Brieven en de
Apocalyps, Averbode, KBS, 1992 Jaak Vandenbulcke o.p. |
| |