Dominicanen Leuven Zondagspreken
  25 januari - Bekering van Paulus Afdrukken
 

Lezingen:


Handelingen  22,3-15
Marcus 1,35-42

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De vrijheid tegenover de wet


Speciaal op de feestdag van Paulus’ bekering, en dan nog in het Paulusjaar, zou ik een portret van Paulus willen schetsen.
Sint Paulus was een man die heel intens leefde. Als we hem leren kennen vervolgde hij verbeten de christenen, die het onderhouden van de Joodse Wet als toegang tot God afwezen. Als farizeeër was hij een fervent verdediger van een zo strikt mogelijk onderhouden van de Joodse wet. Zo alleen kon hij God behagen. Jezus van Nazareth daarentegen had in zijn leven het gevaar doorzien van de eigengerechtigheid, die in het ideaal van het strikte onderhouden van de Wet ingebakken zat. Eigenlijk wil men door eigen inspanning God goed stemmen. Jezus’ levensdevies daarentegen was dat de kleine mens in zijn noden en verlangens boven de wet stond. Ze moesten zich niet krom werken om alle wetten te volgen. ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat’ (Marcus 2,27). Jezus durfde de mens als een vrij en volwassen kind - zoon of dochter - van God beschouwen. De mens moest geen slaaf zijn van de wet, maar mocht zoeken naar een steeds beter leven en mocht daartoe de religieuze wetten, die zogezegd door God waren opgelegd, onder kritiek plaatsen. Voor mensen die een meer angstige visie op God hadden, was Jezus’ ingaan tegen de wetten van God een groot gevaar voor de godsdienst. Daarom is Jezus zelfs door de religieuze leiders ter dood gebracht op een kruis.

Als farizeeër in hart en nieren heeft Paulus een twintigtal jaar later - gedreven - de volgelingen van Jezus tot de gevangenschap toe vervolgd. De Wet was voor hem een heilige noodzaak.

Maar in die tijd is Paulus bij Damascus iets zeer ingrijpends overkomen. Naar die innerlijke gebeurtenis verwijst hij als hij zegt dat, toen hij in Damascus was, God besloot zijn Zoon Jezus Christus in hem te openbaren (Galaten 1,15v). De wetgetrouwe Paulus beseft in een soort verschijning plots dat de door de wet veroordeelde en ter dood gebrachte Jezus leeft ‘leeft’: (Handelingen 25,19) en hem oproept om hem te volgen. Dit werpt voor Paulus een nieuw licht op God. Doordat hij Jezus, die zich tegen de heerschappij van de wet had afgezet, uit de dood opwekte, werd duidelijk dat ook God zelf de liefde boven de wet stelde. Dit inzicht was een verblindend licht. Paulus zag nu dat Jezus zijn leven had gegeven voor de vrijheid van de mensen tegenover de wet. Niet het onderhouden van de wet verzoende hen met God, maar God zelf haalde hen in zijn vaderlijke liefde naar zich toe, zonder krampachtige inspanning van hun kant. Het is God die ons redt. We worden gedragen door God, die ons persoonlijk bemint. En dat geeft een grote kracht.

Door deze ervaring werd Paulus helemaal onderste boven geworpen. De rechtlijnige zag plots meer plaats voor vrijheid. Van vervolger van de volgelingen van Jezus werd Paulus verkondiger van Gods genade in Jezus. Hij zag ook dat Jezus, door het opheffen van de Wet, de liefde van God openstelde voor de heidenen (Galaten 1,16). Eerst stichtte hij meerdere kerkgemeenten ook voor de heidenen. Daarna bekampte hij hardnekkig de christenen binnen die gemeenten die meenden dat ook voor heidenen die christen werden de joodse besnijdenis nog noodzakelijk bleef, om toegang te hebben tot God. Hij zei tot de heidenchristenen onder de Galaten: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten (Galaten 5,2-3). Het is God die u verlost in Christus.

Maar er blijft een vraag: is de vrijheid van de liefde niet een dekmantel voor de zelfzucht? Paulus zegt daarop: Wie dieper doordringt in de ervaring van de vrijheid van de liefde, ervaart dat hij steeds dieper wil beminnen. Door het kruis op te nemen, stierf Jezus door de wet, om de mensen van de wet te bevrijden. Zo maakte hij de wet onschadelijk (Galaten 3,13). Paulus schakelde zich daarin in. Bovendien ervaart hij zijn zwakheid. Maar juist op dat moment mag hij op God vertrouwen. Want als ik zwak ben, ben ik sterk, zegt hij (2 Korintiërs 12,10). Zo worden we volledig vrij van onszelf. We leven dan volgens de geest: omwille van de ander. Dat heeft niets met zelfzucht van doen.

Deze preek is geïnspireerd door Peter SCHMIDT, In vrijheid, trouw en hoop, Inleiding tot Paulus, de Katholieke Brieven en de Apocalyps, Averbode, KBS, 1992

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug