| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 31 mei - Pinksteren |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
U hebt het gehoord: na Jezus' dood kropen zijn
leerlingen samen achter gesloten deuren uit angst voor de Joden.
Christenen lijken vandaag een beetje op hen. De meesten schuilen het
liefst achter de deuren van de eigen parochie, binnen de kring van
gelijkgezinden door wie ze zich aanvaard en begrepen voelen. De kardinaal
doet het wel bijzonder goed in de publieke opinie, beter nog dan de
katholieke Rik Torfs, maar ze zijn bijna de enigen. Christenen bij ons
treden niet gaarne uitdrukkelijk als katholiek naar buiten. Ze vrezen dat
ze in de publieke opinie niet ernstig zullen genomen worden, dat men hen
wat meewarig en neerbuigend zal bekijken en misschien belachelijk maken. Loop straks maar eens langs de Bondgenotenlaan en zeg
tegen bekenden die je tegenkomt: 'ik kom uit de kerk, we hebben daar het
talenwonder van Pinksteren gevierd'. De kans is niet klein dat je hen ziet
denken: 'een mooi sprookje, maar wie gelooft er nog in sprookjes?'
Maar het is helemààl geen sprookje. Er gebeuren onder
ons wel degelijk taalwonderen. We hebben het mooie pinksterlied gezongen:
'Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag!'
We zouden dit niet alleen vandaag moeten zingen, maar alle dagen. 'Het
waaien van de Geest vandaag.' Ik zie wel degelijk taalwonderen gebeuren.
Taal is meer dan woorden en zinnen. Eerst en vooral is ze lichaamstaal. Je
kunt iemand toespreken en je doen verstaan zonder één woord te spreken,
door de manier waarop je lichamelijk uitdrukt wat je hen of haar wil
zeggen. Je kunt, bijvoorbeeld, een anderstalige vreemdeling door je
lichaamstaal zonder één woord te zeggen doen verstaan hoe zeer hij of zij
bij jou welkom is.
We kunnen taalwonderen bewerken door de geestdrift
waarmee we tot anderen spreken over wat ons echt ter harte gaat. De geest
die ons drijft brengen we naar hen over, en ze verstaan in hun taal wat we
zeggen. Waar deelhebbing in dezelfde geest tot stand komt of tot stand
wordt gebracht, kunnen we uit kracht van die gemeenschappelijke geest
spraakverwarring, misverstand uit de weg ruimen.
Volgens het evangelie bestaat het wonder dat we tot
stand moeten brengen hierin, dat er dankzij ons werk vergiffenis wordt
gegeven en gekregen. Waar mensen uit kracht van de Geest vergiffenis en
verzoening aan elkaar doorgeven, scheppen ze een nieuwe wereld. Dan mogen
ze terecht zingen: 'De geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt'.
Ik heb een mooie bezinning van iemand gevonden van
iemand over zijn droom van een nieuw pinksterfeest. Wat zag hij in die
droom gebeuren? Ze waren weer allemaal samen: katholieken en protestanten,
gelovigen uit de orthodoxe kerken, allerlei losse groepen, baptisten,
methodisten, quakers, moslims en boeddhisten, confucianisten en
antroposofen van verschillende strekkingen, leden van allerlei sekten en
godsdienstige verenigingen.
Ze waren er allemaal samen toen er plotseling over
hen een stormwind losbrak en boven hun hoofden een teken verscheen. Het
teken van Hem die over de wereld heerst en die teruggekomen was om nu
eens en voorgoed zijn heerschappij in te zetten.
En juist zoals de Geest het hen ingaf begonnen allen
te spreken. Van het eerste pinksterfeest zeggen we dat het de
geboortedag was van de kerk. Vandaag heeft de kerk bij ons het zeer
moeilijk om zodanig over Gods grote daden te spreken dat iedereen dit in
zijn eigen taal verstaat. Daarom moeten we op dit pinksterfeest vooral ook
bidden voor de kerk. Dat de Geest haar vaardig zou maken om taalbarrières
te overwinnen en de inspiratie zou vinden om Gods woord overal
verstaanbaar te doen klinken. We moeten het hoopvol blijven zingen: 'Het
waaien van de Geest gebeurt aan ons vandaag. Dat vuur van het begin, wij
ademen het in, Gods woord dat antwoord vraagt.'
B.J. De Clercq o.p.
|
| |