Dominicanen Leuven Zondagspreken
  31 mei - Pinksteren Afdrukken
 

Lezingen:



Handelingen 2,1-11
Johannes 20,19-23

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Taalwonderen bewerken


U hebt het gehoord: na Jezus' dood kropen zijn leerlingen samen achter gesloten deuren uit angst voor de Joden. Christenen lijken vandaag een beetje op hen. De meesten schuilen het liefst achter de deuren van de eigen parochie, binnen de kring van gelijkgezinden door wie ze zich aanvaard en begrepen voelen. De kardinaal doet het wel bijzonder goed in de publieke opinie, beter nog dan de katholieke Rik Torfs, maar ze zijn bijna de enigen. Christenen bij ons treden niet gaarne uitdrukkelijk als katholiek naar buiten. Ze vrezen dat ze in de publieke opinie niet ernstig zullen genomen worden, dat men hen wat meewarig en neerbuigend zal bekijken en misschien belachelijk maken.
Maar toen Jezus' leerlingen hem in hun midden zagen verschijnen, stuurde hij hen naar buiten. Hij blies hen de heilige Geest in met de opdracht om in kracht van de Geest te bewerken dat er in hun wereld vergiffenis werd gegeven en gekregen.

Loop straks maar eens langs de Bondgenotenlaan en zeg tegen bekenden die je tegenkomt: 'ik kom uit de kerk, we hebben daar het talenwonder van Pinksteren gevierd'. De kans is niet klein dat je hen ziet denken: 'een mooi sprookje, maar wie gelooft er nog in sprookjes?'

Maar het is helemààl geen sprookje. Er gebeuren onder ons wel degelijk taalwonderen. We hebben het mooie pinksterlied gezongen: 'Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag!' We zouden dit niet alleen vandaag moeten zingen, maar alle dagen. 'Het waaien van de Geest vandaag.' Ik zie wel degelijk taalwonderen gebeuren. Taal is meer dan woorden en zinnen. Eerst en vooral is ze lichaamstaal. Je kunt iemand toespreken en je doen verstaan zonder één woord te spreken, door de manier waarop je lichamelijk uitdrukt wat je hen of haar wil zeggen. Je kunt, bijvoorbeeld, een anderstalige vreemdeling door je lichaamstaal zonder één woord te zeggen doen verstaan hoe zeer hij of zij bij jou welkom is.

We kunnen taalwonderen bewerken door de geestdrift waarmee we tot anderen spreken over wat ons echt ter harte gaat. De geest die ons drijft brengen we naar hen over, en ze verstaan in hun taal wat we zeggen. Waar deelhebbing in dezelfde geest tot stand komt of tot stand wordt gebracht, kunnen we uit kracht van die gemeenschappelijke geest spraakverwarring, misverstand uit de weg ruimen.

Volgens het evangelie bestaat het wonder dat we tot stand moeten brengen hierin, dat er dankzij ons werk vergiffenis wordt gegeven en gekregen. Waar mensen uit kracht van de Geest vergiffenis en verzoening aan elkaar doorgeven, scheppen ze een nieuwe wereld. Dan mogen ze terecht zingen: 'De geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt'.

Ik heb een mooie bezinning van iemand gevonden van iemand over zijn droom van een nieuw pinksterfeest. Wat zag hij in die droom gebeuren? Ze waren weer allemaal samen: katholieken en protestanten, gelovigen uit de orthodoxe kerken, allerlei losse groepen, baptisten, methodisten, quakers, moslims en boeddhisten, confucianisten en antroposofen van verschillende strekkingen, leden van allerlei sekten en godsdienstige verenigingen.

Ze waren er allemaal samen toen er plotseling over hen een stormwind losbrak en boven hun hoofden een teken verscheen. Het teken van Hem die over de wereld heerst en die teruggekomen was om nu eens en voorgoed zijn heerschappij in te zetten.

En juist zoals de Geest het hen ingaf begonnen allen te spreken.
Maar niemand sprak de andere tegen.
Niemand pleitte voor zichzelf.
Niemand deed een aanval op een ander.
Niemand verketterde de anderen.
Niemand begon te boffen op zijn dogmatiek.
Niemand dweepte met zijn heilige schriften, maar bewonderde die van anderen.
Niemand hield krampachtig aan zijn eigen aard.
En ofschoon velen er het woord namen, was er toch geen verwarring: ze spraken allen dezelfde taal!
En zij die naar hen luisterden hadden allen hun eigen verleden en hun eigen verhaal.
Ze droegen allen de stempel die men hun had gegeven in de loop der jaren, en het etiket dat men op hen had gekleefd.
Jonge lieden, voor wie zogezegd niets meer heilig was en die men voor niets meer warm kon maken.
Werklozen en playboys.
Mensen die blind waren langs de linker kant, mensen die blind waren langs de rechter kant.
Onderdrukten en uitgehongerden.
Door geld verblinde rijken en door wapens verblinde militairen.
Arabische vluchtelingen en Israëlische kolonisten, bommenleggers en vrijheidsstrijders, zwarten uit de krottenwijken van New-York en grootgrondbezitters uit Californië.
Patiënten uit de psychiatrische inrichtingen van Rusland en leden van het Politbureau.
Broeders en zusters, mannen en vrouwen richting Moskou of Peking, Genêve of Rome.
Ze luisterden allemaal vol verbazing, want iedereen hoorde nu in zijn eigen taal spreken over God.
En iedereen begreep het alsof het voor hem gezegd was.
En niemand kon zeggen: geen mens die mijn probleem begrijpt.
De jongeren hoorden hoe men tot hen sprak zonder die spottende ondertoon, met eerbied voor hun eigen taal.
En slachtoffers van uitbuiting zeiden: die weet nu waarlijk waar het schoentje wringt.
De linksen schenen hun eigen woorden te horen en de rechtsen even goed.
De machtigen hadden geen tolk nodig en de armen zeiden: nu spreekt men eens niet als blinden over kleuren.
De zachtgeaarde vond het niet autoritair en de zelfzekere vond het niet flauw.
De zwakken vonden troost en de sterken begonnen na te denken.
Die onder lijden gebukt gingen voelden zich opgetild en de onderdrukkers voelden zich gewaarschuwd.

Van het eerste pinksterfeest zeggen we dat het de geboortedag was van de kerk. Vandaag heeft de kerk bij ons het zeer moeilijk om zodanig over Gods grote daden te spreken dat iedereen dit in zijn eigen taal verstaat. Daarom moeten we op dit pinksterfeest vooral ook bidden voor de kerk. Dat de Geest haar vaardig zou maken om taalbarrières te overwinnen en de inspiratie zou vinden om Gods woord overal verstaanbaar te doen klinken. We moeten het hoopvol blijven zingen: 'Het waaien van de Geest gebeurt aan ons vandaag. Dat vuur van het begin, wij ademen het in, Gods woord dat antwoord vraagt.'

B.J. De Clercq o.p.

 
   Terug