| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 15 augustus - Maria Hemelvaart |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Vrienden, De verhalen over de hemelvaart van Jezus en over de
tenhemelopneming van zijn moeder zijn door de evangelist Lucas, of door de
latere kerkelijke traditie, ontworpen verhalen om de innige verbondenheid
van Jezus en van Maria - langs Jezus om - met God te suggereren. In wezen
gaat het om twee mensen - Jezus en Maria - die uit God leefden, en die door
God na hun dood in zijn goddelijke liefde werden opgenomen. Zij waren mensen
en bleven mensen.
Maar hoe moeten we Jezus en Maria als mensen in
hun verhouding tot God denken? Door de kracht van God werden ze in staat
gesteld om veel lijden voor anderen op zich te nemen. Zij waren geen
sprookjesfiguren. Jezus leed, omdat hij zich opstelde tegen de kerkelijke
gezagsdragers van zijn joodse godsdienst, die te weinig aandacht schonken
aan de armen en ontrechten van zijn tijd. Hij eindigde daarom zelfs op het
kruis. Hij ging dat kruis niet uit de weg. Maria, zijn moeder, leed met hem
mee. Zij zal niet alles hebben begrepen. Maar zij moet wel hebben aangevoeld,
dat Jezus leed voor een heel menselijke, edele zaak.
Ik vermoed dat ieder van ons wel voorbeelden kent van
moeders en oma’s, die met hun kinderen en kleinkinderen heel diep
meelijden, zelfs al verstaan ze niet alles. Kinderen en kleinkinderen gaan
soms andere wegen dan de wegen die hun ouders en grootouders hadden verwacht
en gehoopt. Moeders en oma’s - en waarom ook niet vaders en opa’s -
kunnen desalniettemin toch meeleven met, en zich inleven in het leven van
hun kinderen en kleinkinderen: in pijn en liefde. Ze blijven hopen dat die
jonge mensen ooit wel het voor hen passende geluk zullen vinden. Ze
willen niet geloven in een ‘nooit’. Zulke mensen zijn grote mensen.
Zulke mensen lijken mij ook mensen naar Gods hart te zijn.
Dikwijls zijn ze mensen die weten dat ze hun liefdekracht
niet uit zichzelf halen. Wat ze kunnen doen, doen ze uit Gods kracht.
Sint Paulus zegt in zijn brieven aan de Korintiërs: ‘Ik heb harder
gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dank zij Gods
genade’ (eerste brief 15,10). ‘Onze overweldigende kracht komt niet van
onszelf, maar van God’ (tweede brief 4,7). Hij merkt bovendien op, dat ‘zelfs
als we zwak zijn, we leven door Gods kracht’ (tweede brief 13,4). Mensen
die leven vanuit een verbondenheid met God, vanuit de stilte van hun hart,
merken dat ze het krachtigst door God worden gesterkt, als ze zich in een
schijnbaar hopeloze situatie ervaren. ‘In mijn zwakheid ben ik sterk’
kon Paulus zeggen (tweede brief 12,10). In niet religieuze taal zeggen wij:
als de nood het hoogst is, is de redding nabij.
Danken wij God, die wel niet de pijn en het lijden uit
ons leven wegneemt, maar die ons met zijn dragende liefde op onuitspreekbare
wijze nabijblijft, in die pijn en dat lijden. We mogen dan ook soms
ervaren dat na regen toch weer zonneschijn komt. God werkt innerlijk in ons,
zoals de zon in de natuur: stil maar met grote kracht.
Jaak Vandenbulcke o.p.
|
| |