Dominicanen Leuven Zondagspreken
  15 augustus  - Maria Hemelvaart Afdrukken
 

 

Lezingen:

Openbaring 11,19.-12,1-10 
Lucas 1,39-56

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Uit kracht van Gods genade


Vrienden,
Wij vieren vandaag het feest van de tenhemelopneming van Maria, de moeder van de Heer. Wat kunnen wij ons bij dit feest denken? Ik vraag dus niet wat wij ons daarbij kunnen voorstellen. Wij kunnen ons daarbij voorstellen dat Maria, zoals Jezus, ten hemel opsteeg of werd opgenomen. Van Jezus vertelt de evangelist Lucas, dat hij, terwijl hij de leerlingen zegende, wegging, en door God in de hemel werd opgenomen. Lucas ontwierp als eerste een beeldrijk verhaal om het einde van Jezus op aarde een triomfantelijke toets te geven. De kerkelijke traditie heeft die triomfantelijke toets sterker in de verf gezet door eraan toe te voegen, dat die hemelvaart ‘vóór de ogen van de leerlingen’ gebeurde. Dat voor Jezus. Maar het verrassende is nu dat we over het einde van de moeder van Jezus niets vinden in de geschriften van het Nieuwe Testament. Maar in de lijn van het triomfantelijke opstijgen van Jezus vóór de ogen van de leerlingen, heeft de kerk veel later - 1950 - een dogma ontworpen dat ook Maria ten hemel werd opgenomen met ziel en lichaam, zoals Jezus.

De verhalen over de hemelvaart van Jezus en over de tenhemelopneming van zijn moeder zijn door de evangelist Lucas, of door de latere kerkelijke traditie, ontworpen verhalen om de innige verbondenheid van Jezus en van Maria - langs Jezus om - met God te suggereren. In wezen gaat het om twee mensen - Jezus en Maria - die uit God leefden, en die door God na hun dood in zijn goddelijke liefde werden opgenomen. Zij waren mensen en bleven mensen.

Maar hoe moeten we Jezus en Maria als mensen in hun verhouding tot God denken? Door de kracht van God werden ze in staat gesteld om veel lijden voor anderen op zich te nemen. Zij waren geen sprookjesfiguren. Jezus leed, omdat hij zich opstelde tegen de kerkelijke gezagsdragers van zijn joodse godsdienst, die te weinig aandacht schonken aan de armen en ontrechten van zijn tijd. Hij eindigde daarom zelfs op het kruis. Hij ging dat kruis niet uit de weg. Maria, zijn moeder, leed met hem mee. Zij zal niet alles hebben begrepen. Maar zij moet wel hebben aangevoeld, dat Jezus leed voor een heel menselijke, edele zaak.

Ik vermoed dat ieder van ons wel voorbeelden kent van moeders en oma’s, die met hun kinderen en kleinkinderen heel diep meelijden, zelfs al verstaan ze niet alles. Kinderen en kleinkinderen gaan soms andere wegen dan de wegen die hun ouders en grootouders hadden verwacht en gehoopt. Moeders en oma’s - en waarom ook niet vaders en opa’s - kunnen desalniettemin toch meeleven met, en zich inleven in het leven van hun kinderen en kleinkinderen: in pijn en liefde. Ze blijven hopen dat die jonge mensen ooit wel het voor hen passende geluk zullen vinden. Ze willen niet geloven in een ‘nooit’. Zulke mensen zijn grote mensen. Zulke mensen lijken mij ook mensen naar Gods hart te zijn.

Dikwijls zijn ze mensen die weten dat ze hun liefdekracht niet uit zichzelf halen. Wat ze kunnen doen, doen ze uit Gods kracht. Sint Paulus zegt in zijn brieven aan de Korintiërs: ‘Ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dank zij Gods genade’ (eerste brief 15,10). ‘Onze overweldigende kracht komt niet van onszelf, maar van God’ (tweede brief 4,7). Hij merkt bovendien op, dat ‘zelfs als we zwak zijn, we leven door Gods kracht’ (tweede brief 13,4). Mensen die leven vanuit een verbondenheid met God, vanuit de stilte van hun hart, merken dat ze het krachtigst door God worden gesterkt, als ze zich in een schijnbaar hopeloze situatie ervaren. ‘In mijn zwakheid ben ik sterk’ kon Paulus zeggen (tweede brief 12,10). In niet religieuze taal zeggen wij: als de nood het hoogst is, is de redding nabij.

Danken wij God, die wel niet de pijn en het lijden uit ons leven wegneemt, maar die ons met zijn dragende liefde op onuitspreekbare wijze nabijblijft, in die pijn en dat lijden. We mogen dan ook soms ervaren dat na regen toch weer zonneschijn komt. God werkt innerlijk in ons, zoals de zon in de natuur: stil maar met grote kracht.

Jaak Vandenbulcke o.p.

   Terug