Dominicanen Leuven Zondagspreken
  1 augustus  - achtiende zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Prediker 1,2.2,21-23
Kolossenzen 3,1-5.9-11
Lucas 12,13-21

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Rijk bij God


Om het familiebezit veilig te stellen en niet te versnipperen gingen, volgens de joodse wet in Jezus' tijd, de onroerende goederen bij overlijden naar de oudste zoon en de jongste moest zich tevreden stellen met wat vee en een beurs.

Omdat Jezus reeds vele bevrijdende woorden had gesproken tot de mensen meende iemand zijn kans schoon te hebben en vroeg hij aan Jezus om tussenbeide te komen om de erfenis in zijn voordeel te beslechten.
Maar Jezus zei hem: man, ik ben noch rechter noch notaris. Ik heb niet te beslissen hoe een erfenis praktisch geregeld moet worden.

En dan vertelde hij aan ieder die het horen wil hoe men tegenover erfenissen en bezit, tegenover geld en goed en tegenover zijn eigen leven moet staan.

Jezus waarschuwde: zie er op toe dat je niet door hebzucht geregeerd wordt, want  al bezit een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet. Daarom, ook al heb je geen zorgen over wat je zult eten, deel het weinige genot wat je hebt met je medemensen en zo zul je een schat verwerven in de hemel en rijk zijn in de ogen van God.

Jezus noemde de hardwerkende man een dwaas omdat hij slechts aan zichzelf dacht. Lucas laat hem zesmaal 'ik' zeggen en viermaal 'mijn'.
Wat moet IK doen, IK heb geen ruimte genoeg, IK breek mijn schuren af. Ik bouw grotere. IK berg er MIJN rijkdom, MIJN schuren, MIJN koren. Altijd weer IK en MIJN!

Dwaas, zei Jezus: graan kun je zaaien en koren kun je oogsten, maar je bent niet bekwaam om maar één korrel te laten opschieten en te doen groeien.

De gaven van de oogst worden de man immers door Gods kracht om niet geschonken. Maar toch denkt hij er niet aan wat hij zou kunnen doen om zijn dankbaarheid hiervoor te tonen.
Hij denkt er alleen aan hoe hij zijn bezit kan veilig stellen en vasthouden nl. door grotere schuren te bouwen. Het komt bij hem niet op, iets van zijn overvloed met anderen te delen.
Ook al bezit de man grote materiële rijkdom zijn geestelijke armoede is er niet minder groot om.

Dwaas, zo hebben we gelezen, nog in deze nacht zal ik je je leven ontnemen en wat je vergaard hebt, voor wie zal het zijn?

De volksmond heeft er twee mooie uitdrukkingen voor:

  • Op een doodskleed worden er geen zakken genaaid.
  • Aan een doodskist wordt geen trekhaak bevestigd.

Nee, zoals een mens uit de schoot van zijn moeder gekomen is moet hij terug: even naakt, van zijn bezittingen kan hij niets meenemen. Zo spreekt Prediker (4,14). Daarom is de houding van de rijke dom, want het leven en rijkdom zijn zo stabiel als een "vlaagje wind". Voor God komen we uiteindelijk met lege handen te staan, maar we mogen steeds rekenen op zijn barmhartigheid.

Jezus noemt de hebzuchtige man niet dwaas omdat hij hard gewerkt heeft en voorspoed kent, ook niet omdat het hem goed gaat. En zeker niet omdat hij van nu af wil rusten en genieten.

Voor veel mensen die we kennen zou dat al een prachtig voornemen zijn: eindelijk eens tevreden zijn met al wat je reeds hebt en stoppen met het gejaag naar steeds meer. Dit kunnen we onmogelijk dwaas noemen.

Neen, Jezus noemt die rijke een dwaas omdat hij zijn eigen waarde zoekt in zijn graanschuren, in zijn bankrekening, in zijn prestige, zijn stand, zijn status, zijn relaties: hij stelt het hebben boven het zijn. Hij hangt zijn leven op aan uiterlijkheden die wisselvallig zijn en broos, die elk moment in elkaar kunnen storten. De rijke sluit hierdoor een slechte levensverzekering af.

Jezus noemt die rijke een dwaas omdat hij alleen aan zichzelf denkt, zich van iedereen afsluit, en niet bekommerd is om zijn broeder.

In deze vakanietijd mogen we de wijze raad van Prediker (2,24) in praktijk brengen: "Het beste voor de mens is nog: eten en drinken en genieten van wat men met veel zwoegen bereikt heeft. Want ook dat, zo begreep ik, komt uit de hand van God." Jezus voegt hier wel aan toe dat we van onze overvloed moeten meedelen aan de zwakkere. Immers, geef toe, alleen gelukkig zijn, zoals onze rijke uit het evangelie is toch ook maar een eenzaam gedoe.

Liefde en zorg voor elkaar, verlangen naar rechtvaardigheid en vrede zijn de ware middelen om een schat in de hemel te verwerven en rijk te zijn in de ogen van God.

E.Costermans o.p., Leuven 2010

Inspiratie: Nico ter Linden, Het verhaal gaat… deel 6, blz 52, uitg. Balans 2003
Dries Morel, Woorden voor reisgenoten, blz 241-243

   Terug