| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 10 oktober - achtentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
'Godzijdank!' hoor je mensen soms zeggen als ze aan een
dreigend gevaar zijn ontsnapt of hun onverhoopt iets te beurt is gevallen
waar ze vergeefs naar uitgekeken hebben. Maar menen ze echt wat ze zeggen?
Danken ze God omdat hij ervoor heeft gezorgd? Zeer waarschijnlijk is het
niet meer dan een spontane uitroep van blijdschap. Toch hebben we veel
redenen om God te danken voor veel dingen die ons te beurt vallen. De Joodse wet schreef voor dat iemand die officieel
melaats was verklaard "zijn kleren (moest) scheuren, zijn haar los
laten hangen, baard en snor bedekken en 'onrein, onrein' roepen"
(Leviticus 13,45). Een luide waarschuwing: 'Pas op, blijf uit mijn
buurt!'. Hij moest apart gaan wonen, afgezonderd van de gemeenschap der
gezonde mensen. De Samaritaan die onderweg zijn genezing constateerde,
keerden zich om. Hij bekeerde zich tot de ware God die geen onderscheid
tussen personen maakt en tussen hen niet de grenzen trekt die mensen
trekken. En hij loofde God. Dat deed ook de melaatse Syrische generaal die
weer een gezonde huid kreeg (zie de eerste lezing). Eigenlijk zijn de twee
genezingsverhalen dus bekeringsverhalen. Een les voor de 'ware' Joodse
gelovigen.
Van melaatsheid hebben wij in onze streken nooit veel
last gehad. Waar ze vandaag nog voorkomt is die huidziekte gemakkelijk te
genezen. Een doeltreffende behandeling kost volgens de Damiaanactie maar
40 euro per patiënt. Maar er bestaat ook een onderhuidse melaatsheid en
daar hebben wij wel veel last van. Iedereen dreigt erdoor aangetast te
worden. De symptomen zijn duidelijk zichtbaar. We zien ze aan het woekeren
in allerhande vormen van openlijke en subtiele sociale uitsluiting. Ze
woekert waar mensen andere mensen mijden als de pest en in de marge
isoleren. Mensen die niet tot 'de onzen' behoren omdat ze uit den vreemde
komen. Omdat ze anders leven en denken dan onze normen voorschrijven.
Onderhuidse melaatsheid maakt ons samenleven ziek.
Tegen die ziekte is geen geneeskundig kruid gewassen.
Om ervan genezen te worden is een bekering nodig. We moeten ons bekeren
tot onze God die tussen de mensen niet de lijnen en grenzen trekt die wij
trekken. En als we dan de tekenen van onze genezing ervaren, moeten we een
voorbeeld nemen aan de genezen Samaritaan. God loven en danken.
Want ook ondankbaarheid is een ziekte waaraan veel
mensen lijden. Ze vinden het normaal dat hun wieg hier stond, dat er
mensen zijn die om hen geven, dat ze talenten hebben gekregen en ze konden
ontwikkelen, dat ze gezonde kinderen hebben, een fatsoenlijk inkomen en
welvaart en welzijn. Ze staan er niet bij stil dat het hun zomaar,
onverdiend is gegeven. God zij dank!
We beseffen veel te weinig hoe veel redenen we hebben
om God op beide knieën te danken. Aan God hebben we het ook te danken dat
we veel goede mensen mogen danken die er mee voor zorgen dat ons de dingen
te beurt vallen die we niet zelf hebben verdiend. Onze dankbaarheid
bewijzen we het best door hen die zo veel levensbelangrijke dingen moeten
missen niet te mijden als waren ze melaats, maar er mee voor te zorgen dat
ze menswaardig te kunnen leven.
B.J. De Clercq o.p. |
| |