| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 11 april - Tweede paaszondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
‘Eerst zien, dan Geloven.’ Thomas, de kritisch gelovige Thomas, komen we
ook vandaag nog tegen. Het is tegelijk een heel oud verhaal én een heel
modern verhaal. Je kunt je volgende situaties indenken. Wellicht herkennen we ons wel in deze opmerkingen.
En dan komt Thomas naar voren. Thomas is geen
ongelovige maar een realist. Thomas is iemand die met beide voeten op de
grond staat. Een realist waarin we onszelf kunnen herkennen. Thomas
betekent letterlijk ‘tweeling’. Ieder van ons draagt een Thomas, een
tweeling met zich mee. Enerzijds de rotsvaste overtuiging en anderzijds
de knagende vragen of het allemaal wel waar is, of het allemaal wel de
moeite waard is om te doen wat je overtuiging, wat het geloof van je
vraagt.
Elke tweede zondag van Pasen wordt dit verhaal
gelezen. Met Pasen viert de Kerk de doorbraak van nieuw leven in Jezus,
de Levende. Eén week ‘alleluia’ zingen dat gaat nog maar weldra gaan er
andere stemmen op: "Als ik mijn handen niet kan leggen in zijn handen,
in zijn zijde." Thomas zegt niet: als ik maar harde bewijzen heb. Hij
zegt: "Als ik mijn handen niet kan leggen in de wonden van Jezus, dan
geloof ik het niet. Ik geloof niet in geesten, ik geloof pas als het
gaat om een gekruisigde, een geëxecuteerde. Als ik nu maar eens mijn
handen kan leggen in de tekenen van zijn lijden waardoor het duidelijk
is dat het echt dezelfde Jezus is van voor zijn dood. Ik heb het nodig
dat het gaat om concrete zaken."
Thomas is het voorbeeld voor de eigentijdse, moderne,
kritische gelovige. De weg van het geloof staat niet los van de
dagelijkse realiteit. Het is een aardse weg. Maar wel een weg die door
alle aardse beslommeringen heen leert zien dat het gaat om meer dan het
louter platte, het louter aardse. Thomas leert ons zien, leert ons
inzien. Hij leert ons een nieuwe manier van kijken.
Het stellen van kritische vragen in alle
omstandigheden van het leven leert ons dat we goed in de gaten moeten
houden waar het eigenlijk om gaat. Het gaat niet om de buitenkant van
ons geloof, het gaat om het hart. Het gaat om de ontdekking dat door
alles heen God met ons bezig is. "Mijn Heer en mijn God", zegt Thomas
vol vertrouwen. Het is een kreet waarmee hij duidelijk maakt: hier is
God aan het werk, mijn Heer en mijn God.
Thomas wijst ons ook de weg om met onze twijfels om
te gaan. Hij zegt: spreek je twijfels uit, maar niet zo maar in het
wilde weg. Spreek je twijfels uit in de gemeenschap van je broeders en
zusters. Daar mag alles gezegd worden en vertrouw erop dat ze je niet
zullen verketteren. Wij moeten er voorzorgen samen een veilige
gemeenschap te vormen, waarin kritische vragen mogen gesteld worden,
waar mensen niet worden neergesabeld, maar waar nieuwe openingen gemaakt
worden. Dan kunnen we onze handen leggen in de wonden die gemaakt zijn,
de wonden van Jezus onder ons. Als we dit doen zullen we misschien ook
zeggen: "mijn God". Dat is genezend, dat is de werking van Pasen in ons
midden, het werk van de levende Jezus in onze kerkgemeenschap.
Wim Schreyen o.p.
|
| |