Dominicanen Leuven Zondagspreken
   28  februari  - tweede vastenzondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Genesis 15,5-18
Lucas 9,28-36

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Werkelijkheid en lijden


Vrienden,

Het evangelie van vandaag vertelt de gedaanteverandering van Jezus. In het Oude Testament werd reeds van Mozes verteld dat zijn aangezicht van aanblik veranderde. Van Jezus, de nieuwe Mozes, wordt nu gezegd dat zijn hele gedaante in heerlijkheid veranderde. Dat de omvorming door God zich zo duidelijk in Jezus toonde, gaf Petrus een goed gevoel: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn’. En hij stelt voor: ‘Laat ons hier drie tenten bouwen’, om het goede gevoel te laten voortduren. Zelf merkt de evangelist Lukas - in een ogenschijnlijk bijkomstig zinnetje - daarbij fijntjes op: Maar Petrus wist niet wat hij zei. Waarom wist Petrus niet wat hij zei? Lukas moet hebben gevonden, dat het goed gevoel van Petrus het gevaar liep iets te gemakkelijk te zijn. Hij laat dan ook een stem uit de wolken zeggen: ‘Jezus is mijn Zoon, de Uitverkorene, luister naar hem’. D.w.z. kijk niet vooral naar zijn verheerlijkte gedaante, zoals de leerlingen na de hemelvaart van Jezus werd aangemaand niet naar de hemel te blijven staren. Dat betekent eigenlijk: mensen, denk niet te vlug dat de doorbraak van een godgelijk leven in Jezus geen levensconsequenties meebrengt. Ge moet vooral leren luisteren naar wat Jezus, die naar God toe omgevormd leeft, van u zal vragen.

En wat zal Jezus van de leerlingen vragen? Vanuit de twee lijdensvoorspellingen van Jezus - vlak vóór en vlak na het verhaal van de gedaanteverandering - kunnen we vermoeden dat Jezus zal vragen de pijnlijke kanten, die het leven vanuit God kan meebrengen, op ons te nemen, en ze - zoals hijzelf - niet te ontvluchten. Dat roept bij mij de vraag op: Maar waarom blijkt er geen liefde mogelijk te zijn zonder lijden? Liefde en lijden lijken toch elkaar tegen te spreken. Liefde geeft toch aan lijden geen plaats.

Hoe kunnen lijden en liefde echt samengaan? In de mystiek vinden we een diepe reden die liefde en lijden innerlijk laat samengaan. Hoe? Laten we uitgaan van de algemene vaststelling dat we, als we in nesten zitten, als we lijden, hopen op iemand die zal helpen. We leggen ons niet bij het lijden neer. Er is méér dan het lijden. Wanneer we dan bij mensen geen hulp bespeuren, hopen we dat die hulp van elders zal komen. Hier wijst de grote moslim-mysticus uit de negende eeuw, Mansur, ons een weg. Hij wees erop dat Gods liefde juist wordt uitgelokt, doordat hij het lijden van de mensen ervaart. Lijden van mensen wekt de meelijdende liefde van God. Vervolgens moet God vanuit innerlijke aandrang zijn meelijdende liefde aan ons, mensen, meedelen. Omdat hijzelf ten diepste medelijden is, wil hij dat ook wij medelijden zouden zijn. Zo deelt God werkelijk zichzelf mee. Dat is de grootste gunst die hij wil schenken. Want zo is hij. God zal dus niet het lijden van de mensen door een of ander wonder wegnemen. Hij zal ook niet onze opdracht tot meelijden met mensen in nood wegnemen. Hij zal ons juist de innerlijke kracht geven, om in de pijnlijke situatie van mensen toch een uitweg te kunnen vermoeden, en te helpen realiseren. Door liefde wordt lijden draagbaar, en smeedt banden.

Als we dan de kracht tot meelijden in ons leven mogen ervaren, zullen we op een moment zelfs graag lijden voor de ander op ons nemen. Want door wat wij met Gods kracht kunnen meelijden, maken we voor de ander en voor onszelf vreugde mogelijk. We worden opgenomen in een warme stroom van goedheid, die ons meesleept. We worden boven onszelf opgetild. Alles wordt licht om dragen. Dan wordt het ‘zure’ dat in de liefde kan opgesloten liggen, en dat ons juist doet mee-lijden, zoet. Dat is het wonder van het samengaan van liefde én lijden. Zuur wordt dan zoet, zei Johannes Tauler, de Duitse dominicaanse mysticus uit de veertiende eeuw.

Laten ook wij ons meeslepen door de meelijdende liefde van God voor zijn mensen - liefde die het lijden niet wegneemt, maar het ook niet uit de weg gaat.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug