Dominicanen Leuven Zondagspreken
  21 november  - vierendertigste zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Kolossenzen 1,12-20
Lucas 23,35-43

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


Feest van nooit te versmachten hoop

Goede vrienden,

De evangelielezing van vandaag zou kunnen dienen voor een Tv-aflevering van ‘Royalty’: met dit verschil dan dat de afstandbediening vlug op ‘uitschakelen’ zou gezet worden omdat er in déze Royalty te weinig liefs en zachts te zien is. Nochtans gaat het over een ‘koning’. Die van de toenmalige Joden dan. Het zou een uitzending zijn waar men de royalisten zou zien bekvechten met de antiroyalisten. Het is duidelijk dat beide groepen van die zogezegde koning totaal andere dingen verwachten: zelfredding, eigen glorie en almacht voor de ene groep. De anderen kijken even dieper en voelen waar het eigenlijk om gaat. Het is er in de aflevering eigenlijk maar één: men noemt hem ‘de goede moordenaar’ die in een heldere glimp door heeft dat het om andere dingen gaat dan ‘kroon’ en ‘rode loper’. Er is wel iets roods maar dat rood is bloed dat uit de handen van de gekruisigde loopt: dat is een totaal andere ‘rode loper’!

Als wij hier Christus koning vieren, hoop ik dat we iets hebben van de goede moordenaar. Niet dat we eerst een dodelijke homejacking zouden moeten uitvoeren. Wel dat we, bewust van eigen falen, ons naar die Christus zouden keren die het voor gekwetste mensen opneemt. Wie met dat soort mensen begaan is (en eigenlijk behoren we allemaal tot dat soort mensen) die mag je terecht ‘koning’ noemen.

In mijn jeugd toen ik bij de Chiro was heb ik talloze keren de leiders horen roepen: ‘Aan Christus Koning…!!’ Met alle stemvolume dat we hadden hebben we geantwoord: ‘Trouw’. De buren van ons chirolokaal moeten meermaals opgeschrikt zijn door het overdadige aantal decibels van ons antwoord.

De leiders van toen zijn helaas meestal reeds over de randen van de dood in dat koninkrijk aangekomen waarover Christus sprak tegen de goede moordenaar. Soms bezie ik de overlijdensprentjes van die vrienden leiders (ook een paar dagen geleden deed ik dat) en vraag me af hoe ze zich in dat Rijk van de beminde Zoon wel voelen.

Want één ding is zeker: het gaat hier niet over koningschap ‘van deze wereld’: zo staat dat in de evangelietekst. Maar over een ander koningschap dat ‘niet van deze wereld’ is. De koning die we vandaag vieren is bepaald niet machtig en succesvol zoals je dat in een burgerlijke maatschappij zou dromen. En dan is het moeilijk om scherp omlijnde woorden te vinden die juist op snee zijn om dat hemels koninkrijk voor onze verbeelding enige allure te geven. Vooral als we de doodgewone geschiedenis bezien. Ik moet geen film van hedendaagse mistoestanden afdraaien: hij zou eentonig zijn met kladden grauwheid van armoe, dofheid van vereenzaming en vale mist waarin alle goede dingen schijnen te verdwijnen.

Ben ik pessimist? Ach nee, ik kan evengoed flarden van goddelijke goedheid bij mekaar brengen en er een lang verhaal van maken dat wellicht als film een financiële flop zou worden. En toch.
Godsrijk en het koningschap van onze Christus heeft te maken met toekomst doorheen alle pijn. We hoorden in de brief aan de Kolossenzen: "In Hem (dat is : in Jezus) heeft God willen wonen in heel zijn volheid; om door Hem het heelal te verzoenen en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten om alles in de hemel en op aarde te verzoenen, door Hem alleen". Toekomst doorheen alle pijn: is dit geen naïeve uitdrukking van een wereldvreemde?

Zijn degenen die hun werken aan een toekomst met hun leven betaald hebben dan wereldvreemden geweest? Is Oscar Romero naïef geest? En Martin Luther King? Zijn al de vrijwilligers die, naamloos haast, zich geven aan verpauperden en hulpbehoevenden, aan gehandicapten en stervenszieken, mensen met een intelligentiegraad beneden het gemiddelde? Mijn vraag is een antwoord. Het zijn zij die eigenlijk de koningen zijn van die andere wereld waarover Jezus sprak. Met de Heer stichten zij vrede en verzoening. Ik geloof dat we tussen onze doodgewone gelovigen van alle dagen een rits heilige handlangers hebben van Diegene die we vandaag als Christus Koning vieren. Het zijn de mensen die het woord Toekomst met een hoofdletter durven schrijven, uit christelijke overtuiging; hoe moeilijk ook de dag van vandaag en morgen kan zijn. Het feest van Christus Koning is eigenlijk een feest van nooit te versmachten hoop. Je weet wel: die fameuze kleine hoop van Charles Péguy die de kinderen ‘geloof’ en’ liefde’ aan de handen houdt.

Men moet dichter zijn om die toekomst te omschrijven. Ik wil dit doen met een gedicht van Huub Oosterhuis:

Aan de toekomst

Ooit, in schaduw van rozen
langs snelvlietend water
zullen wij wandelen, vreemde-
lingen bekenden,
zingen, liefkozen, lachen
in alle talen.
Dat zal een droom zijn

Daar, aan wijd open vensters,
in menigte stemmen
zullen wij wonen, honderd
worden en sterven
zoals graankorrels sterven:
niets zal verloren
niemand voor niets zijn.

Hart vermoedt het, verstand wikt
en weegt het, God geve het –
of zeg niet God, zeg bron
van vrijheid, genade.
Noem hem komende, liefde
eerste en laatste
alles in allen.

Amen. Het zij zo.

A. Vaganée o.p.

   Terug