| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 24 januari - derde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Jezus was, in hedendaagse termen gezegd, een trouwe
kerkganger. Het staat in het evangelie. Het was zijn gewoonte op sabbat naar
de synagoge te gaan. Hij zal dat wel van zijn ouders geleerd hebben, zoals
ieder van ons van zijn of haar ouders geleerd heeft dat je 's zondags naar
de kerk moet gaan. Van jongs af heeft hij in de synagoge de Schrift horen
voorlezen en uitleggen. Sommige belangrijke teksten stonden zeker in zijn
geheugen gegrift.Ook mensen die allang niet meer naar de kerk gaan
onthouden nog geruime tijd sommige evangelieteksten. Bij bepaalde
gelegenheden zullen ze een tekst uit het hoofd citeren of een verhaal
navertellen waar dit pas geeft.
Er staan woorden en verhalen in het evangelie die een zo
groot belang hebben dat we ze altijd opnieuw in herinnering moeten roepen.
Toen Jezus in de synagoge van zijn vaderstad binnenkwam,
was zijn faam hem al voorafgegaan. Als voorname gast werd hem door het hoofd
van de synagoge de boekrol van Jesaja overhandigd om eruit voor te lezen.
Hij was gesterkt door de Geest, noteert de evangelist. Het was ongetwijfeld
de Geest die hem de boekrol deed afrollen tot hoofdstuk 61.
De uitleg van Jezus was misschien wel de kortste preek
die ooit is gehouden. Eén enkele zin: vandaag is wat ik u heb voorgelezen
in vervulling gegaan. Vandaag gaat in vervulling dat er een genadejaar wordt
uitgeroepen. Dat is een jaar na 7 maal 7 sabbatjaren waarin volgens het
voorschrift van de Heer met alle scheve toestanden schoon schip wordt
gemaakt, slaven worden vrijgelaten, schulden worden kwijtgescholden. Een
jaar waarin het volk met een schone lei begint. Vandaag gaat in vervulling
dat een profeet die door de Heer is gezalfd aan armen goed nieuws komt
melden, aan gevangenen hun vrijlating bekendmaakt, aan blinden dat ze zullen
zien, aan onderdrukten hun vrijheid geeft.
Wie dit evangelie voorleest, zal door zijn uitleg de
sceptische reactie van zijn toehoorders moeten overwinnen. Ik doe een
poging.
Een genadejaar vandaag, wie kan het geloven? Een
bespotting is het van mensen die in de schuld zitten, van blinden en
gevangenen en onderdrukten. We zouden die bladzijde van het evangelie beter
ongelezen laten, er komt toch niets van terecht. Iemand van u die zo
reageert, zal allicht veel bijval vinden. Het is zoals met Antwerpenaren die
hun stadsleuze: 't Stad is van iedereen, niet kunnen verteren. Een dikke
leugen, weg ermee! Of met het oude motto van de Belgische Boerenbond, 'Ieder
van allen, allen voor ieder'. Solidariteit van alle boeren met elkaar, op
papier oogt het schitterend, maar de feiten spreken het al te dikwijls
tegen. Laten we erover zwijgen!
In de lezing uit Nehemia staat dat het hele volk in
tranen was uitgebarsten toen het de woorden van de wet van God hoorde
voorlezen. Het waren tranen van schaamte en berouw omdat iedereen werd
geconfronteerd met zijn tekortkomingen. Maar de priester Ezra zei: niet
huilen, maakt een feestmaal klaar. Er moet vreugde heersen, want dit is een
heilige dag. U hebt kennis genomen van de wet die God ons heeft gegeven, de
richtingwijzer voor ons leven.
Niemand kan richtingwijzers op zijn levensweg missen.
Waar ze ontbreken, staan mensen stuurloos en wordt iedereen ermee belast
alles omtrent goed en kwaad opnieuw zelf uit te zoeken. Daarom moeten wijze
woorden, leefregels en idealen van vader op zoon, van geslacht op geslacht
doorgegeven worden, opdat ze niet in vergetelheid geraken. Denk aan de
slagzin 'Liberté, égalité, fraternité': vrijheid, gelijkheid,
broederlijkheid, de idealen van de Franse revolutie, of aan artikel 10 van
de Belgische Grondwet: 'De Belgen zijn gelijk voor de wet'. Ook al zijn er
veel feiten mee in strijd, het moet regelmatig herhaald en mag niet vergeten
worden.
Daarom ook moet het evangelie van vandaag altijd opnieuw
gelezen en beluisterd worden. Elke dag waarop we het horen, worden we
herinnerd aan zijn richtingwijzer. We horen weer wat ons te doen staat.
Opnieuw een begin maken met een genadejaar. Handen en voeten geven aan de
wetten die in dit jaar van kracht moeten worden. We zullen daar de wereld
niet mee veranderen, onze macht en onze middelen zijn erg beperkt. Maar we
stellen wel een teken: het kàn anders dan het nu is. voor zo'n teken is
geen mirakel nodig. Het ligt binnen het bereik van onze handen. Van ieders
handen. In elk gebaar van zorg voor een arme, van aandacht voor een blinde,
overal waar een mens bevrijd wordt uit zijn verleden en uit onze
vooroordelen, overal waar een schuld wordt kwijtgescholden, wordt zichtbaar
gemaakt dat het genadejaar van de Heer 'vandaag' is aangebroken.
In het evangelie is het door Jezus afgekondigd, zoals
eeuwen vóór hem door de profeet. Nu is het aan ons om het waar te maken:
het 'vandaag' van elke dag.
B.J. De Clercq o.p. |
| |