Dominicanen Leuven Zondagspreken
   24  januari  - derde zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Nehemia 8,1-4.5,6-10
Lucas 1,1.4.14-21

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Vandaag in vervulling


Jezus was, in hedendaagse termen gezegd, een trouwe kerkganger. Het staat in het evangelie. Het was zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge te gaan. Hij zal dat wel van zijn ouders geleerd hebben, zoals ieder van ons van zijn of haar ouders geleerd heeft dat je 's zondags naar de kerk moet gaan. Van jongs af heeft hij in de synagoge de Schrift horen voorlezen en uitleggen. Sommige belangrijke teksten stonden zeker in zijn geheugen gegrift.Ook mensen die allang niet meer naar de kerk gaan onthouden nog geruime tijd sommige evangelieteksten. Bij bepaalde gelegenheden zullen ze een tekst uit het hoofd citeren of een verhaal navertellen waar dit pas geeft. Er staan woorden en verhalen in het evangelie die een zo groot belang hebben dat we ze altijd opnieuw in herinnering moeten roepen.

Toen Jezus in de synagoge van zijn vaderstad binnenkwam, was zijn faam hem al voorafgegaan. Als voorname gast werd hem door het hoofd van de synagoge de boekrol van Jesaja overhandigd om eruit voor te lezen. Hij was gesterkt door de Geest, noteert de evangelist. Het was ongetwijfeld de Geest die hem de boekrol deed afrollen tot hoofdstuk 61.

De uitleg van Jezus was misschien wel de kortste preek die ooit is gehouden. Eén enkele zin: vandaag is wat ik u heb voorgelezen in vervulling gegaan. Vandaag gaat in vervulling dat er een genadejaar wordt uitgeroepen. Dat is een jaar na 7 maal 7 sabbatjaren waarin volgens het voorschrift van de Heer met alle scheve toestanden schoon schip wordt gemaakt, slaven worden vrijgelaten, schulden worden kwijtgescholden. Een jaar waarin het volk met een schone lei begint. Vandaag gaat in vervulling dat een profeet die door de Heer is gezalfd aan armen goed nieuws komt melden, aan gevangenen hun vrijlating bekendmaakt, aan blinden dat ze zullen zien, aan onderdrukten hun vrijheid geeft.

Wie dit evangelie voorleest, zal door zijn uitleg de sceptische reactie van zijn toehoorders moeten overwinnen. Ik doe een poging.

Een genadejaar vandaag, wie kan het geloven? Een bespotting is het van mensen die in de schuld zitten, van blinden en gevangenen en onderdrukten. We zouden die bladzijde van het evangelie beter ongelezen laten, er komt toch niets van terecht. Iemand van u die zo reageert, zal allicht veel bijval vinden. Het is zoals met Antwerpenaren die hun stadsleuze: 't Stad is van iedereen, niet kunnen verteren. Een dikke leugen, weg ermee! Of met het oude motto van de Belgische Boerenbond, 'Ieder van allen, allen voor ieder'. Solidariteit van alle boeren met elkaar, op papier oogt het schitterend, maar de feiten spreken het al te dikwijls tegen. Laten we erover zwijgen!

In de lezing uit Nehemia staat dat het hele volk in tranen was uitgebarsten toen het de woorden van de wet van God hoorde voorlezen. Het waren tranen van schaamte en berouw omdat iedereen werd geconfronteerd met zijn tekortkomingen. Maar de priester Ezra zei: niet huilen, maakt een feestmaal klaar. Er moet vreugde heersen, want dit is een heilige dag. U hebt kennis genomen van de wet die God ons heeft gegeven, de richtingwijzer voor ons leven.

Niemand kan richtingwijzers op zijn levensweg missen. Waar ze ontbreken, staan mensen stuurloos en wordt iedereen ermee belast alles omtrent goed en kwaad opnieuw zelf uit te zoeken. Daarom moeten wijze woorden, leefregels en idealen van vader op zoon, van geslacht op geslacht doorgegeven worden, opdat ze niet in vergetelheid geraken. Denk aan de slagzin 'Liberté, égalité, fraternité': vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid, de idealen van de Franse revolutie, of aan artikel 10 van de Belgische Grondwet: 'De Belgen zijn gelijk voor de wet'. Ook al zijn er veel feiten mee in strijd, het moet regelmatig herhaald en mag niet vergeten worden.

Daarom ook moet het evangelie van vandaag altijd opnieuw gelezen en beluisterd worden. Elke dag waarop we het horen, worden we herinnerd aan zijn richtingwijzer. We horen weer wat ons te doen staat. Opnieuw een begin maken met een genadejaar. Handen en voeten geven aan de wetten die in dit jaar van kracht moeten worden. We zullen daar de wereld niet mee veranderen, onze macht en onze middelen zijn erg beperkt. Maar we stellen wel een teken: het kàn anders dan het nu is. voor zo'n teken is geen mirakel nodig. Het ligt binnen het bereik van onze handen. Van ieders handen. In elk gebaar van zorg voor een arme, van aandacht voor een blinde, overal waar een mens bevrijd wordt uit zijn verleden en uit onze vooroordelen, overal waar een schuld wordt kwijtgescholden, wordt zichtbaar gemaakt dat het genadejaar van de Heer 'vandaag' is aangebroken.

In het evangelie is het door Jezus afgekondigd, zoals eeuwen vóór hem door de profeet. Nu is het aan ons om het waar te maken: het 'vandaag' van elke dag.

B.J. De Clercq o.p.

 
   Terug