Dominicanen Leuven Zondagspreken
  18 pril  - Derde paaszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 5,27-41
Apocalyps 5,11-14
Johannes
20,19-31

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


'Het is de heer!'


Goede Vrienden,
Wat een tegenstelling tussen de eerste lezing en het begin van het evangelieverhaal. In het Sanhedrin zien we een Petrus die niet is tegen te houden, overtuigd als hij is van de boodschap die Jezus hem heeft meegegeven. Bij het begin van het evangelie maken we kennis met ontmoedigde leerlingen. Hun Heer is weg, Jezus is dood en begraven. En zij die eens hun netten verlaten hadden om Jezus te volgen, keren naar hun oud bedrijf terug. "Ik ga vissen", zegt Petrus. "Dan gaan we mee" zeggen degenen die medeleerlingen waren met hem. En ze vangen niets … in de nacht van hun ongeloof.

Maar dan komt de morgen. En Johannes vertelt wat er dan gebeurd is en wat Petrus tot zijn vurige overtuiging heeft opgewekt. Jezus is verschenen! Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft!
Maar hoe? Niet zoals de leerlingen het verwachtten en wij het ons misschien nog altijd voorstellen: de mens Jezus die triomfantelijk uit het graf opstaat en terug de oude is om met zijn apostelen opnieuw op te trekken. Daarvan vinden wij geen enkele beschrijving in het evangelie. Wel krijgen we verhalen over een ledig graf, over de veelzeggende woorden van engelen: "Hij is niet hier" of "Waarom zoekt ge de levende onder de doden
?"

Maar is die Levende wel dezelfde ? Ja en neen. En dat leert ons nu juist de evangelielezing van vandaag. Jezus, jawel Jezus, staat aan het strand. Maar de leerlingen herkennen Hem niet, net zoals de Emmaüsgangers Hem niet herkenden en Maria Magdalena hem voor een tuinman aanzag. En Hij dient zich aan als een vragende medemens: "Hebben jullie wat vis?" Letterlijk staat er: hebben jullie wat toespijs. Hij vraag dus niet veel. Maar de leerlingen moeten antwoorden. En ze bekennen dat ze niets gevangen hebben. En dan zegt die vreemdeling daar: werp uw net uit en wel aan uw rechterkant. De leerlingen, hoe ervaren ook, spreken niet tegen: ze voelen iets dwingends aan dat woord en voeren het gevraagde uit. En met welk resultaat: alle mogelijke vis is er, honderddrieënvijftig stuks, zegt Johannes, waarmee hij zinspeelt op het toen aantal gekende vissoorten.

En dan gaan de ogen van de leerlingen open: natuurlijk eerst die van Johannes, die in het hart van Jezus leest. "Het is de Heer" zegt hij. En dan die van de onstuimige leider van de groep: Petrus, die onmiddellijk in het water springt. Nu zien ze in de vreemdeling hun Heer. En ze begrijpen dat Jezus hen uit zijn 'heer'-lijkheid is komen opzoeken. Veelzeggend vertelt het evangelie: "Wetend dat het de Heer was, durfde geen van de leerlingen Hem vragen: wie bent u?" Want de man die zij voor zich zagen was anders dan de Jezus die zij gekend hadden, en toch dezelfde.

Ze wisten nu dat Hij 'uit de doden was opgestaan', maar verheerlijkt, zoals we het  hoorden beschrijven in het boek der Openbaring, en zoals Petrus het zal getuigen in het Sanhedrin: "God heeft Hem verheven aan zijn rechterhand".

En vandaar uit zendt Hij de Geest, die Geest die van God en Jezus getuigt wanneer men aan Jezus' woord gehoorzaamt, zoals Petrus het zei. Gehoorzamen aan Jezus' woord hadden de apostelen gedaan aan het meer, en de Geest had hun Jezus geopenbaard.

In die Geest zendt Jezus nu ook zijn leerlingen uit. Zij zullen nu zijn aardse gestalte moeten aannemen om zijn leer te verkondigen, maar ook zijn lijden delen om eens met Hem verheerlijkt te worden. En dat kan maar als die Geest er ook werkelijk aanwezig is. Daarom die drievoudige vraag aan Petrus: Bemint ge mij? En die vraag wordt ons allen gesteld, want in Petrus worden wij als één kerk, als één leerlingengroep van Jezus gezien, klaar om Jezus' werk voort te zetten en zo de wereld tot een levende gemeenschap te bewerken.

Christus is verrezen, jawel: dat wil zeggen: Hij leeft bij de Vader tot wie Hij naar eigen voorzegging is opgestegen en: hij leeft onder ons, als wij ons hart openen voor zijn Geest en doen wat Hij van ons vraagt.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug