Dominicanen Leuven Zondagspreken
   7  maart  -derde vastenzondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Exodus 3,1-8.13-15
Lucas 13,1-9

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Gods nabijheid


Het roepingsverhaal van Mozes, de eerste lezing, schildert in sprekende beelden en krachtige woorden wie God is.

Het eerste beeld is dat van het vuur. Vuur, vlammen: ze fascineren bijna iedereen, of je nu jong of oud bent. Vuur heeft een grote aantrekkingskracht. Vuur doet denken aan warmte en gezelligheid, maar vuur heeft ook altijd iets in zich van vernietiging. Hoeveel keren werd een gezellig brandende kaars al niet de oorzaak van een uitslaande brand die door geen brandweer meer te blussen viel.

Mozes ziet een bijzonder vuur, want het is een vuur dat brandt maar niet verteert. De doornstruik blijft onaangetast. God is laaiend aanwezig, als een helder vuur waar je je kunt aan warmen, maar waarbij je je ook veilig kunt voelen. Dit vuur wordt geen vernietigende brand, God maakt niets kapot. God komt ons tegemoet als een helend vuur.

Het tweede krachtige beeld dat we zien is dat van de doornstruik. Soms wordt er vertaald ‘braamstruik’, maar hoe dan ook, het is in ieder geval een gewas met stekels waaraan je je zeer kunt doen. Als je ooit eens braambessen hebt geplukt, weet je hoe handen en benen er nadien kunnen uitzien. Hoe voorzichtig je ook te werk gaat, als je tussen de stekelige ranken loopt krijg je schrammen, soms tot bloedens toe. God begeeft zich vrijwillig in een dergelijke situatie: waar Hij dan ook geraakt wordt. God maakt zich kenbaar vanuit het pieken. Vanuit deze netelige situatie maakt God duidelijk hoe Hij zich verbonden weet met zijn volk dat zich ook in een netelige situatie bevindt. Hij blijft niet onverschillig.

Naast deze twee beelden onderstrepen ook de woorden die gebruikt worden nog een extra hoe God betrokken is op zijn mensen. Als je van iemand wilt zeggen wie hij of zij is, vertel je wat die persoon allemaal heeft gedaan en nog doet. Van God wordt verteld dat Hij onze ellende ziet, onze jammerklachten hoort, ons lijden kent, uit de hemel afdaalt en ons bevrijdt.

Onze God is geen God die vanuit de hemel op ons neerkijkt. Hij is geen onbewogen beweger, geen abstract soort 'zijn’ maar de naam van onze God is ‘Ik-ben-die-is’, ‘Ik-was-die-was’, ‘Ik zal er zijn voor jou’, ’hemel, verleden en toekomst’. Op deze God kun je altijd rekenen. Hij laat zich in de hemel raken door de aarde. Hij komt letterlijk in beweging. Onze God gaat een verbinding aan met ons, mensen. Onze God komt ons tegemoet zonder oordeel. God stelt slechts één voorwaarde: je moet er voor open staan. In bijbelse termen uitgedrukt: je moet je willen bekeren.

En wat echt openstaan betekent, wat bekering inhoudt, dat horen we in het evangelie van vandaag. Een vreemd verhaal. Eerst gaat het over lijden, dood en schuld en dan over een vijgenboom die wel of niet moet omgehakt worden. Jezus verzet zich met klem tegen de opvatting dat het lijden een straf is van God voor iemands zondig gedrag. Lijden als een soort vergeldingsmaatregel. Gods werkelijke bedoeling schets Hij op drie manieren.

Als eerste geeft Hij een voorbeeld van lijden dat samenhangt met fundamenteel onrecht en machtsmisbruik. De terechtstelling van de Gallileërs door de Romeinen heeft niets te maken met hun persoonlijke levenswandel maar met de Romeinse bezetter die zijn macht misbruikt.
Als tweede geeft Hij een voorbeeld van lijden waarbij niemand schuldig is. Door een aardbeving stort de toren van Siloam is en 18 toevallige voorbijgangers komen daarbij om het leven.

Het evangelie zegt niet dat we fouten moeten bagatelliseren, maar wel dat we mensen die in de fout zijn gegaan niet mogen afschrijven. De vijgenboom, die middenin een wijngaard staat, heeft al drie jaar geen vrucht gedragen. Dat betekent in Israël dat er al zes keer niet geoogst is; een forse verliespost. De eigenaar is teleurgesteld en wil hem omhakken. Maar de tuinman wil hem nog een kans geven gedurende één jaar. Een heel jaar lang zal hij de boom met liefde en kunde omringen.

Met dit verhaal roept Jezus op tot bekering, tot openheid, tot zelfonderzoek, tot eerlijk kijken naar eigen oordeel én aandeel omdat er al genoeg onherstelbare zaken op de wereld zijn. Bekeren is het geduld en de mildheid opbrengen van de tuinman. Om lijden waar we wel iets kunnen aan doen te veranderen in vreugde. Mensen willen zijn die goed kijken, aandachtig luisteren, begrip hebben, afdalen en bevrijden!

Wim Schreyen o.p.

 
   Terug