| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 7 maart -derde vastenzondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Het eerste beeld is dat van het vuur. Vuur, vlammen: ze
fascineren bijna iedereen Mozes ziet een bijzonder vuur, want het is een vuur dat
brandt maar niet verteert. De doornstruik blijft onaangetast. God is
laaiend aanwezig, als een helder vuur waar je je kunt aan warmen, maar
waarbij je je ook veilig kunt voelen. Dit vuur wordt geen vernietigende
brand, God maakt niets kapot. God komt ons tegemoet als een helend vuur.
Het tweede krachtige beeld dat we zien is
Naast deze twee beelden onderstrepen ook de woorden die
gebruikt worden nog een extra hoe God betrokken is op zijn mensen. Als je
van iemand wilt zeggen wie hij of zij is, vertel je wat die persoon
allemaal heeft gedaan en nog doet. Van God wordt verteld dat Hij onze
ellende ziet, onze jammerklachten hoort, ons lijden kent, uit de hemel
afdaalt en ons bevrijdt. Onze God is geen God die vanuit de hemel op ons
neerkijkt. Hij is geen onbewogen beweger, geen abstract soort 'zijn’
maar de naam van onze God is ‘Ik-ben-die-is’, ‘Ik-was-die-was’,
‘Ik zal er zijn voor jou’, ’hemel, verleden en toekomst’. Op deze
God kun je altijd rekenen. Hij laat zich in de hemel raken door de aarde.
Hij komt letterlijk in beweging. Onze God gaat een verbinding aan met ons,
mensen. Onze God komt ons tegemoet zonder oordeel. God stelt slechts één
voorwaarde: je moet er voor open staan. In bijbelse termen uitgedrukt: je
moet je willen bekeren.
En wat echt openstaan betekent, wat bekering inhoudt,
dat horen we in het evangelie van vandaag. Een vreemd verhaal. Eerst gaat
het over lijden, dood en schuld en dan over een vijgenboom die wel of niet
moet omgehakt worden. Jezus verzet zich met klem tegen de opvatting dat
het lijden een straf is van God voor iemands zondig gedrag. Lijden als een
soort vergeldingsmaatregel. Gods werkelijke bedoeling schets Hij op drie
manieren.
Als eerste geeft Hij een voorbeeld van lijden dat
samenhangt met fundamenteel onrecht en machtsmisbruik. De terechtstelling
van de Gallileërs door de Romeinen heeft niets te maken met hun
persoonlijke levenswandel maar met de Romeinse bezetter die zijn macht
misbruikt. Het evangelie zegt niet dat we fouten
moeten bagatelliseren, maar wel dat we mensen die in de fout zijn gegaan
niet mogen afschrijven. De vijgenboom, die middenin een wijngaard staat,
heeft al drie jaar geen vrucht gedragen. Dat betekent in Israël dat er al
zes keer niet geoogst is; een forse verliespost. De eigenaar is
teleurgesteld en wil hem omhakken. Maar de tuinman wil hem nog een kans
geven gedurende één jaar. Een heel jaar lang zal hij de boom met liefde
en kunde omringen.
Met dit verhaal roept Jezus op tot bekering, tot
openheid, tot zelfonderzoek, tot eerlijk kijken naar eigen oordeel én
aandeel omdat er al genoeg onherstelbare zaken op de wereld zijn. Bekeren
is het geduld en de mildheid opbrengen van de tuinman. Om lijden waar we
wel iets kunnen aan doen te veranderen in vreugde. Mensen willen zijn die
goed kijken, aandachtig luisteren, begrip hebben, afdalen en bevrijden!
Wim Schreyen o.p. |
| |