Dominicanen Leuven Zondagspreken
   31  januari  - vierde zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jeremia 1,4-5.17-19
Lucas 4,21-30

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


God blijft bij ons.


Vrienden,

In de eerste lezing zegt God tegen Jeremia: ‘Omgord dan uw lenden; sta op en zeg tot het volk alles wat ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken, anders jaag ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land. Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen. Want ik ben bij u om u te redden'.
Hoorde Jeremia in zijn hart God deze woorden tot hem spreken? Nee, Jeremia legt ze God in de mond.

Doet hij dat zomaar? Of heeft hij er een reden voor? Met deze woorden vertolkt hij wat hij als mens ervaart in en buiten zichzelf. Hij drukt uit wat God in en met hem doet. De Nederlandse hervormde theoloog Harry Kuitert schreef in Zeker weten: alles wat van boven komt, komt van beneden. De woorden die de profeten God doen zeggen (van boven), zijn eigenlijk hun eigen menselijke inzicht in de situatie, vanuit hun door God geraakte hart (van beneden). Zo ontdekten ze, in en buiten zichzelf, dingen die ze niet vanuit eigen krachten konden verklaren. Daarin zagen ze de vinger van God.

Ze kenden de geringe krachten van de mens afzonderlijk en in groep. Maar toch zagen ze dat er met die geringe krachten dikwijls ook grootsere dingen werden gerealiseerd dan ze hadden verwacht. Ze lieten hun blik niet vernauwen tot de beperkte menselijke mogelijkheden. Ze hielden de mogelijkheid open dat God in de wereld en in hun hart kon optreden. Waren ze in schier onoplosbare moeilijkheden, dan hoopten ze op onvermoede mogelijkheden in die complexe situaties. En als die onvermoede mogelijkheden zich effectief aandienden, dan redeneerden ze die niet weg, door te denken dat ze onmogelijk waren. Ze hadden de soepelheid nieuwe mogelijkheden in de oude gegevens in te kunnen passen. Daarin vermoedden ze de leidende hand van God. Als ze dat deden, voelden de profeten zich gemachtigd om God woorden in de mond te leggen die deze mogelijkheden konden verklaren.

Hoe deed Jeremia dat concreet in de tekst die ik citeerde? Wat weten we van Jeremia in zijn tijd? In Jerusalem waren er toen onder de leidende klasse invloedrijke religieuze leiders, die de koning van het kleine Juda tegen de oprukkende overmacht uit het grote Babylon wilden laten strijden, in een heroïsche strijd. Jahwe zou hen de overwinning schenken. Jeremia van zijn kant was realistisch, en zag in dat de joden kansloos waren tegen de Babyloniërs. Uit zorg voor de arme bevolking, die ook nu de dupe zou zijn, verkondigde Jeremia daarom: edelen en priesters, God zegt dat ge u moet overgeven. Ge moogt God niet tarten. Dat werd hem door de oorlogspartij als landverraad aangewreven. Hij werd verschillende keren gemarteld en tenslotte door samenzweerders in een diepe put geworpen. Zo was Jeremia een verwijzing haar het lot van Jezus.

Hoe ontstonden nu de geciteerde woorden van God in de gemoedsgesteltenissen van Jeremia? Vanaf het begin boezemde de hele beschreven situatie Jeremia schrik in. Hij laat dan ook God tot hem zeggen: ‘Laat u door hen niet afschrikken, anders jaag ik u voor hun ogen de schrik op het lijf’. Toch ervaart hij innerlijk ook dat hem, ondanks zijn wankel hart, moed wordt gegeven. Hij beseft immers dat het in die situatie gaat om een opdracht van God. Wanneer iets wordt geëist dat moeilijk is, en men krijgt de kracht om het toch te realiseren, dan is God in de buurt. Daarom laat Jeremia God tot hem zeggen: ‘zeg tot het volk alles wat ik u opdraag’. Diep in zijn hart ervaart hij zelfs een onvermoede kracht. Jeremia drukt dit uit door God te laten zeggen, dat ‘hij hem maakt tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur’. Vanwaar tenslotte de zekerheid van Jeremia? Uit zijn groeiende besef dat, hoe moeilijk de situatie ook is, ze toch niet zonder uitkomst is. Er is een lichtpunt. God verlaat hem niet. Jeremia laat God dan ook zeggen: ‘Ik ben bij u om u te redden’.

God blijft ook bij ons. Blijven wij dan ook bij God, zoals Jeremia.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug