Dominicanen Leuven Zondagspreken
  25 april  - vierde paaszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 13,14.43-52
Johannes 10,27-30

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Peidooi voor christelijke loslippigheid


Goede vrienden,

In de tijd na Pasen zijn de eerste lezingen genomen uit de handelingen van de apostelen: ze lezen als een rijk gestoffeerde avonturenroman van een beginnende kerk waar men meer dan eens op tegenstellingen en duidelijk afwijkende meningen stoot. Het is duidelijk dat het gekrakeel en de ruzies in de Kerk niet uitgevonden zijn na Vaticanum II of na de wel echte schandalen die de pers zo rijkelijk venijnig uitpuurt en drapeert over de hele Kerk als een gitzwarte bruidssluier. Tegenstellingen zijn van alle tijden. Vroege kerkvaders hebben gesproken over de kerk als een schip dat steeds de schipbreuk nabij is. Persoonlijk zou ik eerder onrustig worden als de Kerk een effen vlak en stil meer bij koele zomeravond is: dat zou erop wijzen dat we ingedommeld zijn.

Het is vandaag roepingenzondag. De Kerk bedoelt dan heel speciaal dat mensen luisteren naar de roepstem van de Heer om priester of religieus te worden. Inderdaad: een Kerk kan niet zonder priesters, zonder religieuzen, maar zeker ook niet zonder de gewone niet-priester of religieus die gepakt is door het verhaal van de verrezen Heer. Maar men kan zich wel inbeelden dat er een duidelijke aarzeling komt om zich in te zetten voor een Kerk die in al haar goddelijkheid zo menselijk en breekbaar blijkt te zijn. Maar is het niet heerlijk dat onze Kerk ook zo menselijk is zodat we geen andere woorden en daden hoeven te gebruiken dan woorden die uit onszelf geboren zijn en die door anderen kunnen begrepen worden?

Het is de situatie van Paulus in de eerste lezing: vlak voor de tekst die we hoorden vernemen we uit de handelingen dat Petrus de heidense honderdman Cornelius gedoopt heeft. Dat ook de heidenen konden gedoopt worden, werd beslist op het eerste apostelconcilie. Wat niet in goede aarde viel bij de Joden van die tijd. In deze lezing horen we eigenlijk de maidenspeech van Paulus: voor het eerst spreekt de bekeerde Saulus tot een grote menigte en zegt hij dat hij Gods roeping duidelijk gehoord heeft: "Ik heb u, Paulus, bestemd als een licht voor de heidenen opdat gij redding zoudt brengen tot aan het uiteinde van de aarde."
Op die roeping is Paulus ingegaan en hij zal niet gespaard blijven van gemor en jaloezie die als een hete vulkaanaswolk over zijn werk blijft drijven. Kunnen we naspeuren wat Paulus eigenlijk deed? Er is natuurlijk een levensverhaal te puren uit de handelingen van de apostelen, maar uiteindelijk gaat het hem over de bezieling die hem in de greep hield. Gedreven door de Geest blijven verhalen over Jezus, de vader, de Zoon en de Geest. Dat zijn hele reisleven door; tot in Rome, waar hij uiteindelijk sterven zal.

Er moet ons één ding opvallen: de kerk wordt geboren in het verhaal van allen die spreken over het leven van Jezus. Zonder verhalen gaat de kerk dood. Gebouwen en kathedralen zijn immens mooi en daar kan men eventueel stilte vinden. Maar zonder het vertellen en getuigen, waar dan ook, krijgt de kerk geen gestalte. Het zou me verleiden tot de uitspraak dat het aantal kerkgangers misschien van minder belang zou zijn als er maar wat meer verteld en verhaald werd over die Verrezene.
Maar daarin zijn we dikwijls zo monddood en vinden we geen woorden om iets duidelijk te maken aan anderen van wat ons eigenlijk bezielt. Of zijn we te schroomvol geworden, wat ik dan als een verkeerde gemelijke schroom zou bestempelen. Niet dat we niet aan liturgie moeten doen waarin we het verhaal van de Verrezene telkens weer vieren. Maar ik houd een pleidooi voor christelijke loslippigheid waarin getuigd wordt. Ik houd een pleidooi voor christelijk geroezemoes waarin men woorden als 'Geest', 'christelijke spirit', 'barmhartigheid', vergiffenis', 'God', 'opkomen voor de kleinen' en 'die Jezus van het evangelie heeft mij geraakt', telkens weer hoort, al klinken ze wellicht tegendraads in een glitterwereld.

Geroepen worden nù is niet alleen geroepen worden tot priesterschap, hoezeer we natuurlijk priesters nodig hebben, maar geroepen worden om in elke omgeving waar we werken en leven, iets van het grote verhaal over God te durven vertellen. Het roept ons op om in niet-theologische woorden te durven zeggen wat in het evangelie van vandaag staat: 'Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan". Het gaat dan over de schapen van de Goede Herder. Niet dat we moeten vertellen dat we allemaal mak moeten zijn om door de Goede herder geleid te worden. Wel dat we, in opdracht van de Heer zelf, deze onze wereld tot een leefbare wereld moeten omvormen; een wereld waar liefde niet alléén de betekenis heeft van seks maar de gestalte krijgt van uiterste zorg zoals de Goede herder ons dat voordeed.

Als we aan dat christelijk geroezemoes toekomen krijgt God weer zijn plaats. Geen statische plaats maar een dynamische. Dan leeft God in de werken als Poverello, als zoveel andere groepen die niet schuilen onder een kerkdak maar waar het verhaal verteld wordt en waarnaar er gehandeld wordt.

Roepingenzondag: priester worden of permanente diaken? Waarom zou dat geen taak zijn voor sommigen van ons? Maar 'verteller' worden, het christelijk geroezemoes niet laten uitsterven en zo God een plaats geven als bijna dakloze omdat het niet in kerkgebouwen alleen gebeurt: dat is een roeping voor ieder van ons. Leer opnieuw vertellen !!Dat is roeping!

Mensen worden pas gelukkig als ze de wens van God uitvoeren: verbonden met elkaar leven, mekaar goed doen, elkaar tot geluk zijn en daarbij soms een aangrijpend (evangelie)verhaal vertellen. Zo blijft God een dynamische Geest weer leven in ons land en overal ter wereld. Daarbij zou ik de vraag stellen: "Voelen wij ons allen voldoende geroepen?"

Vaganée o.p.

 
   Terug