Dominicanen Leuven Zondagspreken
   7  februari  - vijfde zondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 6,1-8
1 Korintiërs 15,1-11
Lucas 5,1-11

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Duc in altum


Goede vrienden,

In een tijd van schaars wordende roepingen en leeglopende kerken, denken vele katholieken wellicht met nostalgie terug aan de vanzelfsprekendheid waarmee enkele decennia terug de Kerk in onze streken aanwezig was en haar stempel drukte op onze samenleving. En toch is de crisis die we doormaken misschien wel nodig om God terug ter sprake te brengen. Het gaat hem immers niet om òns succes maar om de realisatie van zijn heilsplan. En dat kan maar als we hem terug als de initiatiefnemer en de meester van de situatie erkennen. Anders kunnen we maar, zoals in het evangelie Simon en zijn medevissers, aan de kant gaan staan met de ervaring dat wij niets gevangen hebben.

Maar ondertussen wordt het woord Gods toch nog tot ons gesproken? Als wij er naar leven, zullen we gewaar worden hoe wonderlijk Gods werking voortgaat, ook in onze tijd. Maar dan moeten we er ook volop naar leven. "Vaar uit naar de diepte", zei Jezus. En wellicht kennen wij de Latijnse vertaling van die zin die soms als oproepleuze in de jeugdbeweging werd gebruikt: ‘Duc in altum!’

Maar hoe kunnen wij Gods wonderwerking dan ervaren? Wellicht zal ze ons niet voorkomen als een hemels visioen zoals bij Jesaja uit de eerste lezing van vandaag. Nochtans zingen ook wij nog in de mis 'Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der hemelse machten Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.' Maar menen wij dat? En ook een verschijning zoals Paulus er een meemaakte zal eerder uitzonderlijk zijn. Meestal komt God tot ons en spreekt hij ons aan in dagelijkse ervaringen en ontmoetingen zoals de mens Jezus het deed bij die vissers. Het komt er alleen op aan ons open te stellen voor wat God in de uitdagingen van vandaag van ons vraagt, al schijnt dat niet realiseerbaar. Wij moeten geloven in Gods mogelijkheden en belijden dat wij het alleen niet aankunnen, dat wij arme zondaars zijn, zoals Jesaja uitriep: "Ik ben een mens met onreine lippen", of zoals Paulus die zich een misgeboorte noemde, of zoals Petrus die verbijsterd uitriep: "Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens".

Want juist in zulke erkenning van menselijke onmacht kan God ingrijpen, zoals zijn engel de lippen van Jesaja reinigde, zoals Paulus kon uitroepen "Door de genade van God ben ik wat ik ben" of zoals wij Jezus tot Simon Petrus hoorden zeggen: "Wees niet bevreesd".

Wees niet bevreesd, want het is God die u oproept met zijn genadige kracht. En Hij roept ons op om mensen te redden, 'mensen te vangen', staat er in het evangelie. Maar letterlijk moet men vertalen : 'mensen ten leven op te vangen'. Want niet zonder reden heeft Lucas het gewone woordje 'vissen' of vangen dat nog bij Matteüs en Marcus voorkomt, vervangen door een heel specifieke technische vissersterm die juist betekent 'opvissen ten leven'. En die technische term maakt ons duidelijk waar het om gaat bij de wel eigenaardige uitdrukking 'mensen vangen' waartoe Jezus Simon en zijn metgezellen oproept.

Van ons wordt dus gevraagd op deze roepstem in te gaan. Te zeggen, zoals Jesaja, 'hier ben ik, zend mij, of zoals Paulus harder is gaan werken voor de goede zaak of zoals Simon en zijn gezellen die alles achter lieten om Jezus te volgen en zo zijn apostelen zijn geworden.

Laten wij dus niet zuchten over de wereld die zo slecht is en over het geloof dat om zeep zou gaan. Maar laten we zelf geloven in Gods kracht en vandaar uit onze verantwoordelijkheid opnemen om op Gods genadige kracht in blijheid voort te werken aan het echte leven dat God de mensen wil schenken en waarvoor wij hen moeten opvangen uit alles wat dat echte leven bedreigt. Echt geloof kan niet anders dan aanstekelijk werken.

Joris Backeljauw o.p.

 
   Terug