| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 7 februari - vijfde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Goede vrienden,
In een tijd van schaars wordende roepingen en
leeglopende kerken, denken vele katholieken wellicht met nostalgie terug
aan de vanzelfsprekendheid waarmee enkele decennia terug de Kerk in onze
streken aanwezig was en haar stempel drukte op onze samenleving. En toch
is de crisis die we doormaken misschien wel nodig om God terug ter sprake
te brengen. Het gaat hem immers niet om òns succes maar om de realisatie
van Maar ondertussen wordt het woord Gods toch nog tot ons
gesproken? Als wij er naar leven, zullen we gewaar worden hoe wonderlijk
Gods werking voortgaat, ook in onze tijd. Maar dan moeten we er ook volop
naar leven. "Vaar uit naar de diepte", zei Jezus. En wellicht
kennen wij de Latijnse vertaling van die zin die soms als oproepleuze in
de jeugdbeweging werd gebruikt: ‘Duc in altum!’
Maar hoe kunnen wij Gods wonderwerking dan ervaren?
Wellicht zal ze ons niet voorkomen als een hemels visioen zoals bij Jesaja
uit de eerste lezing van vandaag. Nochtans zingen ook wij nog in de mis 'Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der hemelse machten Vol zijn
hemel en aarde van uw heerlijkheid.' Maar menen wij dat? En ook een
verschijning zoals Paulus er een meemaakte zal eerder uitzonderlijk zijn.
Meestal komt God tot ons en spreekt hij ons aan in dagelijkse ervaringen
en ontmoetingen zoals de mens Jezus het deed bij die vissers. Het komt er
alleen op aan ons open te stellen voor wat God in de uitdagingen van
vandaag van ons vraagt, al schijnt dat niet realiseerbaar. Wij moeten
geloven in Gods mogelijkheden en belijden dat wij het alleen niet
aankunnen, dat wij arme zondaars zijn, zoals Jesaja uitriep: "Ik ben
een mens met onreine lippen", of zoals Paulus die zich een
misgeboorte noemde, of zoals Petrus die verbijsterd uitriep: "Heer,
ga van mij weg want ik ben een zondig mens".
Want juist in zulke erkenning van menselijke onmacht
kan God ingrijpen, zoals zijn engel de lippen van Jesaja reinigde, zoals
Paulus kon uitroepen "Door de genade van God ben ik wat ik ben"
of zoals wij Jezus tot Simon Petrus hoorden zeggen: "Wees niet
bevreesd".
Wees niet bevreesd, want het is God die u oproept met
zijn genadige kracht. En Hij roept ons op om mensen te redden, 'mensen te vangen', staat er in het evangelie. Maar letterlijk
moet men vertalen : 'mensen ten leven op te vangen'. Want niet
zonder reden heeft Lucas het gewone woordje 'vissen' of vangen
dat nog bij Matteüs en Marcus voorkomt, vervangen door een heel
specifieke technische vissersterm die juist betekent 'opvissen ten
leven'. En die technische term maakt ons duidelijk waar het om gaat
bij de wel eigenaardige uitdrukking 'mensen vangen' waartoe
Jezus Simon en zijn metgezellen oproept. Van ons wordt dus gevraagd op deze roepstem in te gaan.
Te zeggen, zoals Jesaja, 'hier ben ik, zend mij, of zoals Paulus
harder is gaan werken voor de goede zaak of zoals Simon en zijn gezellen
die alles achter lieten om Jezus te volgen en zo zijn apostelen zijn
geworden.
Laten wij dus niet zuchten over de wereld die zo slecht
is en over het geloof dat om zeep zou gaan. Maar laten we zelf geloven in
Gods kracht en vandaar uit onze verantwoordelijkheid opnemen om op Gods
genadige kracht in blijheid voort te werken aan het echte leven dat God de
mensen wil schenken en waarvoor wij hen moeten opvangen uit alles wat dat
echte leven bedreigt. Echt geloof kan niet anders dan aanstekelijk werken.
Joris Backeljauw o.p.
|
| |