Dominicanen Leuven Zondagspreken
  2 mei  - vijfde paaszondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 14,21-27
Johannes 13,31-35

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Een nieuw gebod


Vrienden,

Jezus geeft ons vandaag een nieuw gebod: ge moet elkaar liefhebben. Dat hoorden we in het evangelie volgens Johannes. Ge moet elkaar liefhebben, lijkt wel heel belangrijk te zijn. Want, aan die liefde voor elkaar zal men ons als leerlingen van Jezus herkennen, horen we op het einde van datzelfde evangelie. Dat klinkt ons vertrouwd in de oren. Maar proberen we toch maar de ernst van dit gebod tot ons te laten doordringen.

Jezus stelt de liefde op de eerste plaats. Wat komt daardoor maar op de tweede plaats? Op de tweede plaats komt daardoor zoiets als de opdracht, onwrikbaar trouw te blijven in de geloofsbelijdenis van de Kerk, die we elke zondag bidden. Jezus vraagt dus niet op de eerste plaats, dat we vast zouden geloven in één God, de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde. Ook niet in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. Daarom gaat het Jezus niet, hoewel dat toch wel voor gelovige mensen vérstrekkende uitspraken zijn, die ons van andere gelovigen onderscheiden. Wat hem het belangrijkste lijkt, is iets dat we moeten doen, iets dat we moeten leven: van elkaar houden.

De God voor wie en uit wie Jezus leefde, stierf en uit de dood werd opgewekt, wil vooral dat wij ons leven zouden veranderen. We zijn zo geneigd ons leven knus verder te leiden. Maar nu wordt ons gevraagd niet meer onverschillig naast elkaar te leven. We moeten voor de ander en zijn noden openstaan. Ons laten derangeren, en dankbaar kunnen zijn voor wat andere mensen, dikwijls ongevraagd, voor ons zijn en doen. Als we eerlijk willen zijn, moeten we toegeven, dat dit geen gemakkelijke opgave is. We beveiligen ons, maken ons onkwetsbaar. We vinden dat we ons deel hebben gedaan, als we de ander niets in de weg leggen, als we de ander niet benadelen. Maar misschien voelen we soms toch wel aan, dat dat wat mager uitvalt.

Ge moet elkaar liefhebben, vraagt ons immers dat we onszelf blijmoedig zouden wegschenken aan de ander. Jezus voegt aan dit gebod immers toe: zoals ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hoe deed hij dat? Vanuit de liefde voor ons van God. Hoe God ons bemint, leren ons de mystici, die God in hun leven hebben ervaren. Ze hebben hem niet ervaren als de zoete Jezus, die al onze wensen en grillen wil vervullen. Maar wel als degene, die hen kracht verleende om ongemak en lijden voor andere mensen op zich te nemen. In de eerste lezing uit de Handelingen van de apostelen hoorden we dat we ‘door vele kwellingen het rijk Gods moeten binnengaan’. Als we de ander werkelijk beminnen, moeten we de risico’s, die daarmee verbonden zijn, er ook bij nemen. Als we nadeel kunnen hebben van het feit dat we iemand helpen, mogen we ons daardoor niet laten afschrikken. Jezus is daarin ver gegaan. Maar hier mogen we ons troosten met de gedachte van Teresa van Avila: dat ‘de hele weg naar de hemel reeds hemel is’, juist omdat hij moeilijk is. In het leed voor de ander ligt een onverklaarbare zoetheid en aantrekkingskracht.

Jezus nu kon zo ver gaan, omdat hij door God werd gedragen. Diezelfde God wil ook ons innerlijk dragen in liefde en pijn voor de ander. De realiteit is niet zozeer dat wij in God zijn, maar dat God met zijn grote liefde voor de mensen in ons wil zijn. Niet wij zijn het eerst, maar God. Gods liefde breekt ons van binnenuit open. De middeleeuwse mysticus Eckhart zegt dat God op de mensen verzot is. Hij werkt met ons mee, en sleurt ons zelfs mee naar de ander toe. Dichter bij ons heeft de Joodse wijsgeer Martin Buber de samenwerking tussen God en mens als volgt omschreven: ik ben de beker, van God is de drank, en God is degene die dorst heeft naar ons antwoord op zijn liefde voor de ander. Wij mogen en moeten ons laten meeslepen. We moeten niet zelf de weg naar de ander uitstippelen. God voorziet erin, op onvermoede wijze.
Laten we onbezorgd zijn.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug