Gods barmhartige liefde
De kerngedachte
in de viering van
vandaag kunnen we als volgt samenvatten: geloven is ten volle durven
vertrouwen, mogen en kunnen hopen op Gods barmhartige liefde. Praktisch
volgt hieruit: wees barmhartig zoals je hemelse vader barmhartig is.
In de eerste lezing, zoals trouwens op vele plaatsen in
de
Bijbel lezen we: "zie ik maak alles nieuw". En met
enthousiasme schrijft Sint Paulus in de tweede lezing over Christus, in
wie en door wie alles nieuw en veranderd is in zijn leven. Immers niet het
verleden van een mens telt, maar zijn of haar nieuwe begin is van belang.
Inderdaad, daar waar wetgeleerden en Farizeeën Jezus
willen vastpinnen met een strikvraag, hem voor een dilemma zetten waar
moeilijk onder uit te komen is, biedt Jezus met schranderheid een
bevrijdende nieuwe kijk aan. De mensen ze
iden van Jezus dat hij sprak
zoals nog nooit een mens gesproken had (Johannes 7,46). Jezus sprak met een
schranderheid en genialiteit die voor elke christen zijn goddelijke
inspiratie en goddelijke afkomst verraadt.
Reeds geruime tijd zo
chten wetgeleerden en Farizeeën
een gelegenheid om Jezus uit hun midden te doen verdwijnen, want hij
was een
echte stoorzender.
Met het aanbrengen van een overspelige vrouw
meenden ze
eens te meer hun kans schoon te hebben.
Als Jezus nu zei dat
die vrouw
moest gestenigd worden,
ging
hij
in tegen de wet van de Romeinen die
verbood dat de Joden de
doodstraf uitspraken en
voltrokken. En
zei hij
neen, dan
handelde hij
tegen de Joodse wetten. Jezus stond hier voor een onoplosbare tweespalt.
Feministische exegeten beginnen hier een heel verhaal
over
het feit dat de wetgeleerden en Farizeeën de overspelige man vergeten
waren.
Sommigen vragen zich af wat Jezus nu eigenlijk in het
zand geschreven heeft.
Anderen hebben het over de oudsten die het eerst weggingen, niet zozeer omdat ze het meest gezondigd
hadden maar omdat ze,
ouder geworden, vlugger met mildheid hun fouten
toegaven
dan de onstuimige
jeugd.
Anderen wijzen erop dat het handelen van de
wetgeleerden en Farizeeën ingegeven was door angst. Men was bang dat de
grote mildheid van Jezus tot misbruik zou leiden.
Weer anderen vragen zich af of die ooggetuigen wel recht
in hun sandalen stonden. Immers, ruikt mensen betrappen op overspel niet
naar voyeurisme?
Al deze bedenkingen zijn
achtenswaardige gedachten, maar
ze houden ons af van waar het in het verhaal werkelijk om gaat.
Met één enkele zin doet Jezus de opgezette
kaartenpiramide van de wetgeleerden en
Farizeeën in elkaar stuiken.
"Laat diegene onder u die zonder zonde is, het eerst een steen op
haar werpen." Jezus verplichtte zijn tegenstanders in eigen hart te
kijken. En toen ze, na wat drentelen, allen weggegaan waren haalde Jezus de
overspelige vrouw uit de kring van de ter dood veroordeelden. Zij die
reeds dood verklaard was door de Farizeeën
werd
door Jezus weer tot
leven
gebracht.
Hij
beschouwde haar niet als een geval maar als een iemand, een persoon,
een mens met een gelaat.
Jezus schonk haar nieuw leven door de bevrijdende
woorden: "Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet
meer." Jezus toonde haar Gods barmhartige liefde,
de liefde waar zij en wij
steeds vertrouwvol op mogen hopen.
Naar aanleiding van dit verhaal schreef Guillaume van
der Graft een gedichtje:
Laat al mijn fouten staan
getekend in het zand;
maar schrijf voor goed mijn naam
mijn naam in de palm van je hand.
Zich geborgen weten in Gods hand is aangeraakt worden
door zijn barmhartige liefde.
E.
Costermans
o.p.