Dominicanen Leuven Zondagspreken
   21  maart  -vijfde vastenzondag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Jesaja 43,16-21
Filippenzen 3,8-14
Johannes 8,1-11

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Gods barmhartige liefde


De kerngedachte in de viering van vandaag kunnen we als volgt samenvatten: geloven is ten volle durven vertrouwen, mogen en kunnen hopen op Gods barmhartige liefde. Praktisch volgt hieruit: wees barmhartig zoals je hemelse vader barmhartig is.

In de eerste lezing, zoals trouwens op vele plaatsen in de Bijbel lezen we: "zie ik maak alles nieuw". En met enthousiasme schrijft Sint Paulus in de tweede lezing over Christus, in wie en door wie alles nieuw en veranderd is in zijn leven. Immers niet het verleden van een mens telt, maar zijn of haar nieuwe begin is van belang.

Inderdaad, daar waar wetgeleerden en Farizeeën Jezus willen vastpinnen met een strikvraag, hem voor een dilemma zetten waar moeilijk onder uit te komen is, biedt Jezus  met schranderheid een bevrijdende nieuwe kijk aan. De mensen zeiden van Jezus dat hij sprak zoals nog nooit een mens gesproken had (Johannes 7,46). Jezus sprak met een schranderheid en genialiteit die voor elke christen zijn goddelijke inspiratie en goddelijke afkomst verraadt.

Reeds geruime tijd zochten wetgeleerden en Farizeeën een gelegenheid om Jezus uit hun midden te doen verdwijnen, want hij was een echte stoorzender. Met het aanbrengen van een overspelige vrouw meenden ze eens te meer hun kans schoon te hebben. Als Jezus nu zei dat die vrouw moest gestenigd worden, ging hij in tegen de wet van de Romeinen die verbood dat de Joden de doodstraf uitspraken en voltrokken. En zei hij neen, dan handelde hij tegen de Joodse wetten. Jezus stond hier voor een onoplosbare tweespalt.

Feministische exegeten beginnen hier een heel verhaal over het feit dat de wetgeleerden en Farizeeën de overspelige man vergeten waren.
Sommigen vragen zich af wat Jezus nu eigenlijk in het zand geschreven heeft.
Anderen hebben het over de oudsten die het eerst wegg
inge
n, niet zozeer omdat ze het meest gezondigd hadden maar omdat ze, ouder geworden, vlugger met mildheid hun fouten toegaven dan de onstuimige jeugd.
Anderen wijzen erop dat het handelen van de wetgeleerden en Farizeeën ingegeven was door angst. Men was bang dat de grote mildheid van Jezus tot misbruik zou leiden.
Weer andere
n vragen zich af of die ooggetuigen wel recht in hun sandalen stonden. Immers, ruikt mensen betrappen op overspel niet naar voyeurisme?

Al deze bedenkingen zijn achtenswaardige gedachten, maar ze houden ons af van waar het in het verhaal werkelijk om gaat.
Met één enkele zin doet Jezus de opgezette kaartenpiramide van de wetgeleerden en
F
arizeeën in elkaar stuiken. "Laat diegene onder u die zonder zonde is, het eerst een steen op haar werpen." Jezus verplichtte zijn tegenstanders in eigen hart te kijken. En toen ze, na wat drentelen, allen weggegaan waren haalde Jezus de overspelige vrouw uit de kring van de ter dood veroordeelden. Zij die reeds dood verklaard was door de Farizeeën werd door Jezus weer tot leven gebracht. Hij beschouwde haar niet als een geval maar als een iemand, een persoon, een mens met een gelaat.
Jezus sch
o
nk haar nieuw leven door de bevrijdende woorden: "Ook ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer." Jezus toonde haar Gods barmhartige liefde, de liefde waar zij en wij steeds vertrouwvol op mogen hopen.

Naar aanleiding van dit verhaal schreef Guillaume van der Graft een gedichtje:

Laat al mijn fouten staan
getekend in het zand;
maar schrijf voor goed mijn naam
mijn naam in de palm van je hand.

Zich geborgen weten in Gods hand is aangeraakt worden door zijn barmhartige liefde.

E. Costermans o.p.

 
   Terug