| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 14 februari - zesde zondag |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Kerkgangers die vertrouwd zijn met
de beter bekende versie van de gelukwensen ('zaligsprekingen') in het
Matteüsevangelie, zullen verbaasd, misschien wat verbijsterd luisteren
als ze die van Lucas horen voorlezen. Misschien zuchten ze wel (en ook de
predikant): 'Geef ons maar Matteüs!' Bij hem vind je geen weeklachten,
maar vier bijkomende gelukwensen. Gelukgewenst worden de 'armen van
geest'. Ook als je rijk bent, kan je arm van geest zijn, niet gehecht aan
je geld en goederen. 'Zij die nederig van hart zijn' volgens die Nieuwe
Bijbelvertaling. Arme mensen kunnen weinig anders dan nederig zijn. Maar
ook als je rijk bent, moet je niet pochen op je rijkdom, je kunt er
bescheiden mee omgaan, nederig bekennend dat je geluk gehad hebt in het
leven en armen laten delen in je geluk. Gelukgewenst worden zij die
'honger en dorst hebben naar gerechtigheid'. Ook daar kunnen we perfect
inkomen.
Bij Matteüs zijn het mensen met een prijzenswaardige
morele houding die gelukwensen verdienen. Niet alleen zij die nederig maar
ook zuiver van hart zijn, barmhartige en zachtmoedige mensen, mensen ook
die vrede stichten. Ideale christenen, zouden we kunnen zeggen. Geen
wonder dat dit evangelie gelezen wordt op het feest van Allerheiligen.
'Groot is hun loon in de hemel.'
De eigen teneur van Lucas wordt het duidelijkst in het
licht van het contrast met Matteüs. Jezus gaat niet de berg op, hij daalt
de berg af en komt bij de menigte mensen staan die zich in de vlakte
verzameld hebben. Er zijn er die armoe lijden, die wenen van honger,
uitgelachen worden en omwille van hem worden gehaat en uitgestoten. Hij
feliciteert hen niet omdat ze de juiste morele instelling hebben, maar om
de trieste situatie waarin ze verkeren. Het klinkt erg vierkant: 'gelukkig
jullie omdat je arm bent'. En ook brutaal. Hij lijkt de armen de armen en
de rijken tegen elkaar op te zetten.
Maar het kan natuurlijk niet de bedoeling van Lucas
geweest zijn in Jezus' naam de armen in een soort klassenstrijd op te
jagen tegen de rijken. Hij staat wel bekend als iemand die arme mensen in
zijn hart droeg. In zijn ogen zijn armen Gods lievelingen. In zijn ogen
mag je armen gelukkig noemen in de mate dat ze gemakkelijker openstaan
voor wat mensen echt gelukkig maakt, en uiteindelijk is dat Gods
koninkrijk. Ze durven gemakkelijker iets nieuws omdat ze weinig te
verliezen hebben.
Voor Lucas is rijkdom een handicap. Hij liet,
bijvoorbeeld, Jezus zeggen dat een kameel gemakkelijker door het oog van
een naald raakt dan een rijke in Gods koninkrijk (Lucas 18,25). 'Wee,
jullie rijken' mogen we zo verstaan: je bent niet te beklagen omdat je
alles hebt wat je hartje lust, maar wel als je de waarde van een mens
afmeet aan wat hij heeft of zich kan kopen. Je bent te beklagen als je zo
hard voor het behoud van je bezit moet werken dat je niet aan echt leven
toe komt. Dat je geen tijd hebt voor jezelf en jouw mensen. En je rijkdom
is een echte ramp als hij onmenselijk wordt, vergaard ten koste van
anderen.
Als wij vandaag nu het evangelie lezen, komen we voor
de vraag te staan: ben ik in Jezus' naam te beklagen? Of mag ik me rekenen
tot diegenen die hij gelukkig heeft genoemd? Laten we elkaar toewensen en
ervoor bidden dat ieder van ons, met de nodige inspanning, tot de tweede
groep mag behoren.
Geïnspireerd door Kees Pannekoek, Verwijlen in
Emmaüs, C-jaar, Gooi & Sticht 2003, p. 129-131
B.J. De Clercq o.p.
|
| |