Dominicanen Leuven Zondagspreken
  25 december  - Kerstmis Afdrukken
 

 

Lezing:


Johannes 1,1-18

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De opdracht van Kerstmis


Vrienden,
Kerstmis. Wie en wat vieren wij zo feestelijk vandaag? Vooreerst wie vieren wij vandaag? In eerste instantie de geboorte van de man Jezus van Nazareth in Galilea, 2000 jaar geleden. Maar deze Joodse man was niet zomaar gelijk welke Joodse man. Hij werd door de mensen, die in hem als volwassen man geloofden, Christus genoemd, de Gezalfde van God. Zelf noemde hij God zijn eigenlijke vader, aan wie hij zijn leven wou spiegelen. Hij was een mensenkind, én hij werd ook de gezalfde van God genoemd. Wij moeten dus twee personen vieren: een goddelijke persoon die zalft, God, en een menselijke persoon, die wordt gezalfd, Jezus. Beide kunnen ze lijden en liefhebben. Zij bouwen in liefde hun leven op. Eigenlijk kunnen we nooit één persoon op zich alleen beschrijven. Wij kunnen Jezus niet vieren, zonder onze God erbij te betrekken. Ook Jezus kon maar zijn wie hij was, omdat God zich naar hem toewendde. Hem met zijn eigen leven zalfde. De kracht van zijn eigen leven gaf.

Wat vieren we vandaag? Wat betekent die zalving van Jezus door God? Onze God heeft zich op vandaag voor het eerst heel innig met Jezus verbonden. Hij trok Jezus zo innig tot zich, dat hij in zijn leven op God ging gelijken, als mens een levend menselijk beeld van God werd. Dat deden God en Jezus om ons te kunnen inpalmen. Wij zijn hun oogappel. Om ons is het hun te doen. Het is waar dat God alleen ieder van ons direct in ons gelovig hart tot zich trekt. Als we bidden in de kerk, of stil in ons hart, hebben we direct toegang tot God. Maar die innerlijke aantrekking door God zelf is eerder een aantrekking in ons gelovig gemoed. We weten ons aangetrokken, maar we zien niet duidelijk de weg. Om ons op die weg te helpen, gaf onze goede God ons Jezus van Nazareth als voorbeeld. Jezus, die een mens was zoals wij, toonde ons in zijn leven, hoe wij, als mensen, kunnen leven zoals God. Zo goed als God kunnen zijn. God heeft niemand ooit gezien, maar Jezus konden we wel zien. Zo nemen dan nu God én Jezus , elk op zijn manier, intrek in ons hart. Dat is een bron van grote vreugde. Want iemand hebben naar wie we mogen opkijken, Jezus, en iemand die dat voorbeeld voor ons mogelijk maakte, God, dat maakt ons leven lichter en meer geborgen.

Die onbekommerdheid volgt vooral uit het feit dat Jezus en God intrek bij ons nemen door hun liefde. Zoals de middeleeuwse Dominicaanse mysticus Eckhart zegt: God en Jezus zijn verzot op ons, mensen. Zij komen met hun liefde en zorg reeds naar ons toe, nog vóór wij hen zoeken. Wie in zijn leven diepe liefde mocht ervaren, weet dat de mens die hem bemint, eigenlijk al altijd iets in hem ziet, nog vóór hij zelf van die eigen schoonheid weet heeft. Door zijn liefdevolle blik brengt die mens die mooie trek in hem teweeg. Op dezelfde wijze gaat het met God en Jezus in ons hart. Zij zijn er altijd al in ons leven, en sleuren ons mee om zo vrij en ongedwongen te leven zoals zij. Zij leven niet in onze plaats, maar zij rechten onze ruggengraat. Wij moeten dat leren ervaren.

God rekent ons niet af op algemene wetten, die eeuwig gelden, maar hij ziet de mogelijkheden tot vernieuwing, die in de eeuwenoude wetten schuilen. Als diepe mens is Jezus in staat geweest, met Gods kracht, diezelfde vrijheid op menselijke wijze in zijn leven gestalte te geven. We mogen ons leven dus aan hun leven spiegelen. Gods liefdevolle blik zal dan op ons leven rusten. In de blik van het kind in de kribbe rust de blik van God op ons. Want dat kind wordt eenmaal de volwassen man!

Wat leert die blik? De toekomst voor onszelf en voor de wereld leefbaar te houden. In een wereld met weinig perspectief, die in vooroordelen en onveranderlijke wetmatigheden - -de duisternis! --gevangen zit, moeten ook wij - zoals God en Jezus toentertijd - licht binnenbrengen. Licht: d.w.z. mogelijkheden om die wereld langzamerhand beter te maken, in en door een hart vol vrede. Moge God ook zijn stille gesprek in ons voeren, en mogen wij mensen van goede wil zijn, voor God en voor onze zusters en broeders.

Jaak Vandenbulcke o.p.

 
   Terug