| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 4 april - Pasen |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Er zijn mensen die regelmatig op het kerkhof naar het
graf van een geliefde gaan om er met hem of haar te praten. Het is me al
gebeurd dat ik zo iemand half luidop hoorde mompelen. Toen Maria
Magdalena naar Jezus' graf ging om daar troost te vinden, zag ze tot
haar ontsteltenis dat de grafsteen was weggehaald. Ze heeft er twee
apostelen bij geroepen. En toen die weer naar huis waren getrokken,
heeft ze Jezus door haar tranen heen voor haar zien verschijnen. Ze zei
maar één woord tegen hem. Iedere evangelist vertelt de gebeurtenissen bij het
lege graf op zijn eigen manier. Volgens Marcus vluchtten de vrouwen die
de boodschappers hadden gezien en gehoord geschrokken weg en zwegen ze
in alle talen over wat ze hadden meegemaakt. Bij Lucas gaan ze het aan
de apostelen vertellen, maar die geloven hen niet. Matteüs schrijft dat
ze het nieuws haastig en opgetogen aan de apostelen gingen meedelen en
onderweg Jezus voor hen zagen verschijnen.
In het Johannesevangelie staat Maria Magdalena
centraal. Ik heb het u voorgelezen: zij was de enige die 's morgens
vroeg naar Jezus' graf kwam. Toen ze het leeggehaalde graf zag, liep ze
alleen naar Petrus en Jezus' geliefde leerling. 'Ze hebben hem
weggenomen!' Grafschennis, lijkroof: het is van alle tijden. Niet te
geloven! De twee leerlingen liepen met haar mee naar het graf. Ze
constateerden het feit.
Over Petrus wordt verder niets gezegd. Over de
geliefde leerling staat er dat hij het zag en geloofde. Je vraagt je af
wàt hij geloofde, want de evangelist voegt eraan toe dat hij net zomin
als Petrus al begrepen had dat Jezus uit de dood zou opstaan. Ze gingen
beiden terug naar huis. Zonder zich van Maria iets aan te trekken lieten
ze haar alleen achter bij het graf. Ze stond te wenen. We kunnen ons
goed indenken dat ze een doorwaakte nacht vol verdriet achter de rug had
en met de ogen vol tranen naar Jezus' graf ging. Door haar tranen heen
zag ze dat het graf leeg was.
Tranen zijn de moeder van levenswijsheid. Ze
vertekenen de werkelijkheid, maar wie weent, leert ernaar kijken zoals
ze door lijdende mensen wordt ervaren. Een vader of een moeder die
kunnen huilen om het verlies van een kind of een ouder, zullen nooit
meer losraken van de ervaringen van het moment waarop het huilen
doorbrak. Ze zien het graf van hun geliefde anders dan mensen die niet
kunnen of willen huilen. Ze verstarren niet in hun verdriet, ze kunnen
er gelouterd en getroost over praten.
Nu ze alleen bij het graf stond, bukte Maria zich om
naar binnen te kijken. In het licht van de opkomende zon zag ze door
haar tranen heen twee engelen in het wit. Ze hadden geen boodschap. Ze
vroegen alleen waarom ze weende. 'Ze hebben mijn Heer weggehaald.' Toen
ze zich oprichtte, meende ze de tuinman te zien. Hij vroeg hetzelfde als
de engelen en zij gaf hetzelfde antwoord. 'Zeg me waar u hem hebt
neergelegd. 'Maria!' zei de tuinman. En toen brak het licht helemaal
door. Ze herkende hem door haar tranen heen. 'Rabboeni!' 'Lieve
meester'. Het heeft de klank van een troetelwoord. Misschien liet ook
Jezus wel een traan. Waarschijnlijk wilde ze hem omhelzen, maar hij
weerde haar af. 'Houd me niet vast. Ik ga hier weg. Ik moet naar mijn
Vader en uw aller Vader.' En ze zag hem niet meer.
Maria liep snel naar de leerlingen om alles te
vertellen. 'Ik heb de Heer gezien, heel eventjes maar. Hij is nu weg.'
Petrus had het verkeerd voor toen hij liet verstaan dat Jezus na zijn
dood het eerst aan de apostelen was verschenen (zie de eerste lezing).
Hij verscheen het eerst aan Maria Magdalena. In de traditie wordt ze de apostola
apostolorum genoemd, de apostel van de apostelen. Van haar hebben
zij alles vernomen.
Hier stopt het paasverhaal. In de openheid van het
geopende graf. Misschien zouden we minder van het kruis dan van het lege
graf het symbool van het christelijk geloof moeten maken. Men beweert
dat Paulus daaraan gedacht heeft. Geen ander teken zal aan deze
generatie gegeven worden dan het teken van Jona, zei Jezus tegen een
aantal schriftgeleerden en Farizeeën (Matteüs 12,39). Uitgespuwd door
het zeemonster. De buik van het zeemonster was leeg. Op paasmorgen
stonden Jezus' leerlingen en Maria Magdalena voor een leeg graf. Een
sterk teken van ons geloof: Jezus ontsnapt ons, telkens weer. Telkens
als we de verrezen Heer zoeken, is hij ons vooruit.
Tot de ongelovige Thomas zei Jezus: nu je me ziet,
geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven (Johannes
20,29). Maar mensen kunnen pas geloven als hun de boodschap wordt
verkondigd. Het kruis, het lijden en de dood hebben niet het laatste
woord. De dode is weg uit zijn graf. Hij leeft, en hij zal ons doen
leven. Daarover mogen we niet zwijgen, tegen niemand. Dat is
belangrijker dan op Pasen Alleluia's zingen.
B.J. De Clercq o.p.
|
| |