Dominicanen Leuven Zondagspreken
   4  april  - Pasen Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 10,34-43
Johannes
20,1-18

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Een liefdesverhaal


Er zijn mensen die regelmatig op het kerkhof naar het graf van een geliefde gaan om er met hem of haar te praten. Het is me al gebeurd dat ik zo iemand half luidop hoorde mompelen. Toen Maria Magdalena naar Jezus' graf ging om daar troost te vinden, zag ze tot haar ontsteltenis dat de grafsteen was weggehaald. Ze heeft er twee apostelen bij geroepen. En toen die weer naar huis waren getrokken, heeft ze Jezus door haar tranen heen voor haar zien verschijnen. Ze zei maar één woord tegen hem.
Dit is het mooiste paasverhaal van de vier evangelies. Een liefdesverhaal.

Iedere evangelist vertelt de gebeurtenissen bij het lege graf op zijn eigen manier. Volgens Marcus vluchtten de vrouwen die de boodschappers hadden gezien en gehoord geschrokken weg en zwegen ze in alle talen over wat ze hadden meegemaakt. Bij Lucas gaan ze het aan de apostelen vertellen, maar die geloven hen niet. Matteüs schrijft dat ze het nieuws haastig en opgetogen aan de apostelen gingen meedelen en onderweg Jezus voor hen zagen verschijnen.

In het Johannesevangelie staat Maria Magdalena centraal. Ik heb het u voorgelezen: zij was de enige die 's morgens vroeg naar Jezus' graf kwam. Toen ze het leeggehaalde graf zag, liep ze alleen naar Petrus en Jezus' geliefde leerling. 'Ze hebben hem weggenomen!' Grafschennis, lijkroof: het is van alle tijden. Niet te geloven! De twee leerlingen liepen met haar mee naar het graf. Ze constateerden het feit.

Over Petrus wordt verder niets gezegd. Over de geliefde leerling staat er dat hij het zag en geloofde. Je vraagt je af wàt hij geloofde, want de evangelist voegt eraan toe dat hij net zomin als Petrus al begrepen had dat Jezus uit de dood zou opstaan. Ze gingen beiden terug naar huis. Zonder zich van Maria iets aan te trekken lieten ze haar alleen achter bij het graf. Ze stond te wenen. We kunnen ons goed indenken dat ze een doorwaakte nacht vol verdriet achter de rug had en met de ogen vol tranen naar Jezus' graf ging. Door haar tranen heen zag ze dat het graf leeg was.

Tranen zijn de moeder van levenswijsheid. Ze vertekenen de werkelijkheid, maar wie weent, leert ernaar kijken zoals ze door lijdende mensen wordt ervaren. Een vader of een moeder die kunnen huilen om het verlies van een kind of een ouder, zullen nooit meer losraken van de ervaringen van het moment waarop het huilen doorbrak. Ze zien het graf van hun geliefde anders dan mensen die niet kunnen of willen huilen. Ze verstarren niet in hun verdriet, ze kunnen er gelouterd en getroost over praten.

Nu ze alleen bij het graf stond, bukte Maria zich om naar binnen te kijken. In het licht van de opkomende zon zag ze door haar tranen heen twee engelen in het wit. Ze hadden geen boodschap. Ze vroegen alleen waarom ze weende. 'Ze hebben mijn Heer weggehaald.' Toen ze zich oprichtte, meende ze de tuinman te zien. Hij vroeg hetzelfde als de engelen en zij gaf hetzelfde antwoord. 'Zeg me waar u hem hebt neergelegd. 'Maria!' zei de tuinman. En toen brak het licht helemaal door. Ze herkende hem door haar tranen heen. 'Rabboeni!' 'Lieve meester'. Het heeft de klank van een troetelwoord. Misschien liet ook Jezus wel een traan. Waarschijnlijk wilde ze hem omhelzen, maar hij weerde haar af. 'Houd me niet vast. Ik ga hier weg. Ik moet naar mijn Vader en uw aller Vader.' En ze zag hem niet meer.

Maria liep snel naar de leerlingen om alles te vertellen. 'Ik heb de Heer gezien, heel eventjes maar. Hij is nu weg.' Petrus had het verkeerd voor toen hij liet verstaan dat Jezus na zijn dood het eerst aan de apostelen was verschenen (zie de eerste lezing). Hij verscheen het eerst aan Maria Magdalena. In de traditie wordt ze de apostola apostolorum genoemd, de apostel van de apostelen. Van haar hebben zij alles vernomen.

Hier stopt het paasverhaal. In de openheid van het geopende graf. Misschien zouden we minder van het kruis dan van het lege graf het symbool van het christelijk geloof moeten maken. Men beweert dat Paulus daaraan gedacht heeft. Geen ander teken zal aan deze generatie gegeven worden dan het teken van Jona, zei Jezus tegen een aantal schriftgeleerden en Farizeeën (Matteüs 12,39). Uitgespuwd door het zeemonster. De buik van het zeemonster was leeg. Op paasmorgen stonden Jezus' leerlingen en Maria Magdalena voor een leeg graf. Een sterk teken van ons geloof: Jezus ontsnapt ons, telkens weer. Telkens als we de verrezen Heer zoeken, is hij ons vooruit.

Tot de ongelovige Thomas zei Jezus: nu je me ziet, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven (Johannes 20,29). Maar mensen kunnen pas geloven als hun de boodschap wordt verkondigd. Het kruis, het lijden en de dood hebben niet het laatste woord. De dode is weg uit zijn graf. Hij leeft, en hij zal ons doen leven. Daarover mogen we niet zwijgen, tegen niemand. Dat is belangrijker dan op Pasen Alleluia's zingen.

B.J. De Clercq o.p.

 
   Terug