Dominicanen Leuven Zondagspreken
   1  april  - Witte Donderdag Afdrukken
 

 

Lezingen:

Exodus, 12,1-8.11-14
Johannes 13,1-15

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Jezus' tochtgenoten


Goede vrienden,

Daags voor Hij, de Heer Jezus, de driedaagse van zijn lijden, dood en opstanding zou ingaan, heeft hij met zijn leerlingen nog even samen gegeten en hen uitgelegd hoe een leven in de droom van de Heer onze God er wel zou uitzien. ‘Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat jij zou doen zoals ik gedaan heb’, zo zegt Hij. Wij moeten die Jezus volgen. Maar wie zijn wij eigenlijk?

Vele schilders hebben in de loop van de tijd dit laatste avondmaal neergeschilderd. Misschien is het beroemdste wel dat van de dominicanenkerk Santa Maria della Gracie in Milaan. Daar penseelde Leonardo da Vinci tussen 1495 en 1498 zijn beroemd geworden tafereel. Beroemd omdat het zo mooi is. Beroemd omdat de tand van de tijd er wat heeft van afgevreten. Mij spreekt het bijzonder aan omdat in de figuren hier en daar vale vlekken te ontdekken zijn en ons doen aanvoelen dat de aanvankelijke mooi afgeborstelde apostelen ook verdoken grijze menselijke kanten hadden. Jezus vierde geen laatste avond maal met de allerheiligste heiligen die ooit zijn Israel bevolkten. Hij deed geen voetwassing van voeten die voorheen door de handen van een gediplomeerde pedicure waren gepasseerd.
Te veel afbeeldingen van dit laatste Avondmaal schetsen iets te nette apostelen waartussen enkel Judas met verholen blik en de hand op de beurs loens meekijkt. Dit laatste avondmaal is een afscheidsmaal waarin Jezus het beste van zichzelf geeft aan doodgewone mensen onder de vorm van wat wijn en wat brood maar met een handeling die toentertijd opzien baarde: iemand de voeten wassen. Mochten we nu de opdracht hebben een laatste avondmaal uit te beelden met mensen van deze tijd dan zouden we wellicht een raar geheel bij mekaar hebben.

Op deze dagen wordt er in Mariekerke aan de Schelde verschillende keren een passiespel opgevoerd. En de regisseur heeft het goede idee gehad zijn apostelen te voorzien van de scheuren van de huidige tijd. Als het maal begint valt het op dat er geen enkele apostel aanwezig is: allemaal te laat!! Een voor een komen ze binnen en hebben de excuses van nu: ‘Eerst nog even gauw iets af maken: eerst nog even , (excuseer Jezus)’; ‘wat staan kletsen; en ach, die drukte in het station; en weet je, Jezus, dat eindeloos moeten aanschuiven in de file tussen thuis en hier’. En weet je, Jezus, daarbij nog allemaal norse gezichten die je humeur naar beneden halen. En ik, Jezus, wou toch nog gauw even dat artikel in de krant lezen: was zo interessant zegden ze. En Judas kon de beurs van zijn beleggingen maar niet vinden: weet je, Jezus, die crisis knijpt een mens de financiële keel toe. Een andere apostel komt met rood aangelopen kaken: ‘weet je Jezus, ze kunnen nogal een zaag spannen!’ Of dit nu de juiste dialoog van het spel is betwijfel ik zeer want alles wordt in mooie verzen aangedragen. Maar het gaat om mensen van vandaag.

Naast de ietwat afgebladderde Da Vinci van Milaan keek ik naar een schilderij van het Laatste avondmaal, geschilderd door Elisabeth Olson en die in de kathedraal van Uppsala hangt. Ik heb er geen enkele man op ontdekt: wel een serie travestieten, wat ‘anders geaarden’ om het soft te zeggen, vrouwen van een havenkwartier en make-up gezichten die zo uit een laag gequoteerde Hollywoodfilm kon gekomen zijn (Ik heb de afbeelding bij maar je kan ze wellicht niet goed zien). De schilderes schrijft er als commentaar zelf bij: "Dit is een hulde - om het onrecht goed te maken dat gepleegd werd tegenover hen over wie een aantal mensen zich schamen….. Voor mij was die Jezus een rebel die aan de zijde durfde zitten van de kwetsbaren".

En hoe je het draait of keert: geven we maar toe dat we op onze eigen manier heel kwetsbaar zijn: de eenzaamheid die als een te vroege smog tussen mensen hangt en die ons naar eigen adem doet snakken . Of de iets te mooi door Lancôme geparfumeerde huid die niet toelaat dat de eenzaat ze aanraakt. Of zijn we soms niet ijdel, dat kleine ietsje ijdelheid? Of soms wat te gierig? Of op onszelf betrokken? En sluiten we de beelden van dodende rebellen op de avond-TV niet af met een gemelijke zucht van: ‘Erg…maar wat kan ik daaraan doen?’. En met de gedachte dat de brouwerij Inbev het een beetje moeilijk heeft halen we een flesje uit de frigo die wel met groene stroom op lage temperatuur wordt gehouden. En daar zijn we dan een beetje fier op. Of spelen jaloeziegevoelens soms niet op de rand van ons hart? En wat doe je met de bedelaar die echt bedelaar is?

Ben ik met dit alles een christelijke aartspessimist? Ik denk het niet. Ik probeer de waarheid te zien, hoe moeilijk soms ook. Want we zouden hier niet samen rond de Heer zijn, verbonden met Hem, als we niet ooit eens, vandaag misschien, diep door zijn authentiek leven zouden zijn aangegrepen.. Het is goed te weten dat die Jezus allen in zijn armen neemt, hoe ze er ook uitzien, met al hun psychische en morele kwalen. Hij ziet ze allemaal even graag: hij wast ze de voeten. Of ik kan evengoed zeggen: hij drukt ze allemaal aan zijn hart. En wie door hem omarmd wordt krijgt een glans van Paaseeuwigheid op het gelaat. Dat is ons geloof.

In de eerste lezing hoorden we het verhaal van de uittocht van de Joden uit Egypte. Zou Witte Donderdag voor ons geen uittocht kunnen zijn uit de zorgvuldig opgebouwde toren rond ons eigen ik?

Deze viering, hier met ons allen, zo uit Da Vinci gestapt of uit Olson, brengt ons samen rond die Heer Jezus die ons allen de voeten wast. Of ons aan het hart drukt. Zo heeft hij alles voorgedaan. Ik beeld me in dat de blik van de Judas van die tijd hem diep doet adem halen en hem innerlijk doet beseffen dat de tijd rijp is om doorheen de dood naar hét Leven te gaan. De komende drie dagen doen ons die mysterieuze tocht meegaan. Maar eerst willen we nu uitdrukkelijk beseffen wat het betekent: Jezus' tochtgenoot te mogen en moeten zijn.

A. Vaganée o.p.

 
   Terug