| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 1 april - Witte Donderdag |
|
|
Lezingen: Exodus, 12,1-8.11-14
|
|||
|
Goede vrienden,
Daags voor Hij, de Heer Jezus, de driedaagse van zijn
lijden, dood en opstanding zou ingaan, heeft hij met zijn leerlingen nog
even samen gegeten en hen uitgelegd hoe een leven in de droom van de
Heer onze God er wel zou uitzien. ‘Ik heb u een voorbeeld gegeven
opdat jij zou doen zoals ik gedaan heb’, zo zegt Hij. Wij moeten die
Jezus volgen. Maar wie zijn wij eigenlijk? Vele schilders hebben in de loop van de tijd dit laatste avondmaal
neergeschilderd. Misschien is het beroemdste wel dat van de
dominicanenkerk Santa Maria della Gracie in Milaan. Daar penseelde
Leonardo da Vinci tussen 1495 en 1498 zijn beroemd geworden tafereel.
Beroemd omdat het zo mooi is. Beroemd omdat de tand van de tijd er wat
heeft van afgevreten. Mij spreekt het bijzonder aan omdat in de figuren
hier en daar vale vlekken te ontdekken zijn en ons doen aanvoelen dat de
aanvankelijke mooi afgeborstelde apostelen ook verdoken grijze
menselijke kanten hadden. Jezus vierde geen laatste avond maal met de
allerheiligste heiligen die ooit zijn Israel bevolkten. Hij deed geen
voetwassing van voeten die voorheen door de handen van een gediplomeerde
pedicure waren gepasseerd. Op deze dagen wordt er in Mariekerke aan de Schelde
verschillende keren een passiespel opgevoerd. En de regisseur heeft het
goede idee gehad zijn apostelen te voorzien van de scheuren van de
huidige tijd. Als het maal begint valt het op dat er geen enkele apostel
aanwezig is: allemaal te laat!! Een voor een komen ze binnen en hebben
de excuses van nu: ‘Eerst nog even gauw iets af maken: eerst nog even
, (excuseer Jezus)’; ‘wat staan kletsen; en ach, die drukte in het
station; en weet je, Jezus, dat eindeloos moeten aanschuiven in de file
tussen thuis en hier’. En weet je, Jezus, daarbij nog allemaal norse
gezichten die je humeur naar beneden halen. En ik, Jezus, wou toch nog
gauw even dat artikel in de krant lezen: was zo interessant zegden ze.
En Judas kon de beurs van zijn beleggingen maar niet vinden: weet je,
Jezus, die crisis knijpt een mens de financiële keel toe. Een andere
apostel komt met rood aangelopen kaken: ‘weet je Jezus, ze kunnen
nogal een zaag spannen!’ Of dit nu de juiste dialoog van het spel is
betwijfel ik zeer want alles wordt in mooie verzen aangedragen. Maar het
gaat om mensen van vandaag.
Naast de ietwat afgebladderde Da Vinci van
Milaan keek ik naar een schilderij van het Laatste avondmaal,
geschilderd door Elisabeth Olson en die in de kathedraal van Uppsala
hangt. Ik heb er geen enkele man op ontdekt: wel een serie travestieten,
wat ‘anders geaarden’ om het soft te zeggen, vrouwen van een
havenkwartier en make-up gezichten die zo uit een laag gequoteerde
Hollywoodfilm kon gekomen zijn (Ik heb de afbeelding bij maar je kan ze
wellicht niet goed zien). De schilderes schrijft er als commentaar zelf
bij: "Dit is een hulde - om het onrecht goed te maken dat gepleegd
werd tegenover hen over wie een aantal mensen zich schamen….. Voor mij
was die Jezus een rebel die aan de zijde durfde zitten van de
kwetsbaren".
En hoe je het draait of keert: geven we maar toe dat
we op onze eigen manier heel kwetsbaar zijn: de eenzaamheid die als een
te vroege smog tussen mensen hangt en die ons naar eigen adem doet
snakken . Of de iets te mooi door Lancôme geparfumeerde huid die niet
toelaat dat de eenzaat ze aanraakt. Of zijn we soms niet ijdel, dat
kleine ietsje ijdelheid? Of soms wat te gierig? Of op onszelf betrokken?
En sluiten we de beelden van dodende rebellen op de avond-TV niet af met
een gemelijke zucht van: ‘Erg…maar wat kan ik daaraan doen?’. En
met de gedachte dat de brouwerij Inbev het een beetje moeilijk heeft
halen we een flesje uit de frigo die wel met groene stroom op lage
temperatuur wordt gehouden. En daar zijn we dan een beetje fier op. Of
spelen jaloeziegevoelens soms niet op de rand van ons hart? En wat doe
je met de bedelaar die echt bedelaar is?
Ben ik met dit alles een christelijke aartspessimist?
Ik denk het niet. Ik probeer de waarheid te zien, hoe moeilijk soms ook.
Want we zouden hier niet samen rond de Heer zijn, verbonden met Hem, als
we niet ooit eens, vandaag misschien, diep door zijn authentiek leven
zouden zijn aangegrepen.. Het is goed te weten dat die Jezus allen in
zijn armen neemt, hoe ze er ook uitzien, met al hun psychische en morele
kwalen. Hij ziet ze allemaal even graag: hij wast ze de voeten. Of ik
kan evengoed zeggen: hij drukt ze allemaal aan zijn hart. En wie door
hem omarmd wordt krijgt een glans van Paaseeuwigheid op het gelaat. Dat
is ons geloof.
In de eerste lezing hoorden we het verhaal van de uittocht van de
Joden uit Egypte. Zou Witte Donderdag voor ons geen uittocht kunnen zijn
uit de zorgvuldig opgebouwde toren rond ons eigen ik?
Deze viering, hier met ons allen, zo uit Da Vinci
gestapt of uit Olson, brengt ons samen rond die Heer Jezus die ons allen
de voeten wast. Of ons aan het hart drukt. Zo heeft hij alles
voorgedaan. Ik beeld me in dat de blik van de Judas van die tijd hem
diep doet adem halen en hem innerlijk doet beseffen dat de tijd rijp is
om doorheen de dood naar hét Leven te gaan. De komende drie dagen doen
ons die mysterieuze tocht meegaan. Maar eerst willen we nu uitdrukkelijk
beseffen wat het betekent: Jezus' tochtgenoot te mogen en moeten zijn.
A. Vaganée o.p.
|
| |