Dominicanen Leuven Zondagspreken
  8 augustus  - hoogfeest van Sint-Dominicus Afdrukken
 

 

Lezingen:

2 Timotheüs 4,1-8
Matteüs 28,16-20

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar


In dienst van de Waarheid


Goede Vrienden,

De evangelietekst die ik heb voorgelezen  is het slot van het Mattheüsevangelie. Jezus verlaat onze aarde, maar Hij laat ons niet alleen: "Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld", zei Hij. Maar zijn werk moet voortgezet worden, zijn boodschap moet uitgedragen worden, alle volkeren moeten tot zijn leerlingen gemaakt worden. "Tot zijn leerlingen": want, zo zei Hij, "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde". En deze woorden zijn geen aanspraak van een heerser, maar de verzekering van een blijvende bijstand van de Heer voor iedereen die niet in zijn eigen naam, maar in de naam van de Heer optreedt, om ook andere mensen tot die eenheid te brengen van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die in het doopsel wordt meegedeeld.

Die boodschap heeft Dominicus begrepen, de stichter van onze Orde die wij vandaag vieren. Dominicus was zijn naam waardig: hij was inderdaad een man 'van de Heer'. De taak die hij zichzelf en zijn volgelingen en medebroeders opdroeg werd door Sint-Thomas zeer treffend samengevat met de woorden ‘Contemplari et contemplata aliis tradere’: aan beschouwing doen en de vrucht daarvan aan anderen meedelen. Men kan immers niet over de Heer spreken, als men Hem zelf niet eerst in zichzelf heeft opgenomen. Maar dat vraagt een voortdurend opnieuw op zoek gaan naar God, want de Heer is onuitputtelijk en steeds weer nieuw voor wie Hem opzoekt. Hij is zo rijk en zo verrassend voor ons kleine verstand en ons schamel kunnen. En toch is alleen Hij "de weg en de waarheid en het leven." (Johannes 14,6) en niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.

Is het misschien daarom dat 'Waarheid' als leuze van onze Orde gekozen werd? Maar hoe komen wij tot de waarheid? Niemand heeft ze in pacht, steeds weer moeten we trachten ze te benaderen, in de kritische bereidheid om onze eigen vooroordelen en ingevingen in vraag te stellen en uit te zuiveren. Niet zonder reden waarschuwde Sint-Paulus in de eerste lezing van deze viering voor mensen die hun oren sluiten voor de waarheid "om te luisteren naar allerlei mythen". Wie echter steeds opnieuw God gaat opzoeken, bevrijdt zich van die mythen en neemt Gods boodschap in zijn hart, om die boodschap, die 'gezonde leer' zoals Paulus het noemt, ook op de lippen te nemen en aan anderen te verkondigen.

Het is dan ook tekenend dat van de heilige Dominicus gezegd wordt dat hij slechts 'met of over God' sprak. En de durf en ondernemingszin waarmee hij zijn predikersorde gevormd heeft zijn maar te verklaren vanuit zijn diepe overtuiging, dat alles Gods werk is, dat Gods genade er is om dat werk te doen slagen, als wij die genade maar genoeg ruimte geven, als wij ons werk maar genoegzaam in dienst van God verrichten.

Dominicus' gebed was dan ook niet op de eerste plaats tót God gericht; het ging hem om een binnentreden in Gods wezen en wil. Zijn gebed was één en al ontvankelijkheid; niet zijn woorden tot God waren belangrijk, maar zijn zwijgen voor God, zijn openheid voor Hem wie "alle macht gegeven is in de hemel en op aarde". Bij hem gebeurde wat de dominicaanse mysticus Tauler, later leerde: "Je zult vervuld worden van God in de mate waarmee je zelf leeg loopt van jezelf". En het bevoorrecht schietgebed van de heilige (!) Dominicus was dan ook: "Heer Jezus Redder, wees mij zondaar genadig". In zo'n nederig hart kòn de Heer dan ook spreken en zijn boodschap mededelen.

En alleen zo kon Dominicus met een blijmoedig hart op tocht gaan om anderen mee te delen waar zijn hart vol van was. Blijmoedig en gezwind trok hij erop uit, zodat zelfs ketters die eens aan de rand van de weg zaten om hem te belagen, door zijn blijheid getroffen werden en hem ongedeerd lieten gaan.

Goede vrienden, ik wens u allen, en ook mezelf, die diep gegronde blijmoedigheid, die gestoeld is op de slotzin van het Matteüsevangelie: "Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld". Maar werken wij er dan ook aan, om die bron van onze vreugde steeds opnieuw op te zoeken en ruimte te geven in ons leven van elke dag. Want pas op die manier groeit onze wereld tot zijn voleinding, dat wil zeggen: tot het moment waarop God alles in allen zal zijn.

Joris Backeljauw o.p.

   Terug