| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 18 mei - Drievuldigheidszondag |
|
|
Lezingen:
Exodus 34,4-9
|
|||
|
Indien Gij u verborgen houdt... Wij vieren vandaag Drievuldigheidszondag. Met enige verwondering zult u gemerkt hebben dat in de
twee Schriftlezingen met geen woord sprake is over de Heilige
Drievuldigheid. Wat we dan toch hadden mogen verwachten. Bij Mozes hoorden
we dat Jahweh naast Mozes komt staan en zegt: "Jahweh is een barmhartige
en medelijdende God, groot in liefde en trouw." Bij Sint -Jan hoorden we:
"Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft
gegeven."
Net alsof God slechts laat zien wat de intieme relatie
binnen zichzelf, die wij Heilige Drievuldigheid zijn gaan noemen,
uiteindelijk te weeg brengt: aan het handelen van de Heer kunnen we iets
vermoeden van wat de religieuze psychologie van de enige God is. Slechts
in de loop van de tweede en derde eeuw na Christus zijn de religieuze
gelovige psychologen die relatie in woorden gaan neerschrijven en op die
eerste concilies is er gezegd dat die onverstaanbare innerlijkheid van God
wel best te begrijpen is met woorden die een sterke relatie uitdrukken.
Indachtig wellicht wat Augustinus in die tijd ooit zei: ‘Een gelovige op
zijn eentje is geen gelovige’. Kerkvaders en gelovigen hebben vermoed en
spits aangevoeld dat het woord Drievuldigheid nog het meest verstaanbare
van de onverstaanbare woorden was. Daarom tekenen wij nu gelovig de psyche
van God met de tastende woorden: ’Innige betrokkenheid van Vader, Zoon en
Geest'. Wel ontvouwen we iets: De Vader, Jahweh, is een barmhartige en
medelijdende God die niets anders kan dan zijn goedheid in een schepping
tastbaar maken. Zijn barmhartigheid kreeg de gestalte van de Zoon die Hij
naar de wereld zond om wereld en mens nabij te zijn. De innigheid tussen
Vader en mensgeworden barmhartigheid hebben gelovigen verzelfstandigd als
zo innig dat ze het best Heilige Geest genoemd wordt.
Hebben we daarmee het mysterie ontrafeld? Neen,
natuurlijk niet, maar ooit eens gelovig neergeschreven en aan elkaar
uitgesproken woorden verwijzen altijd naar een heilig iets dat verder ligt
dan de woorden zelf. In de lezingen tekenen de auteurs iets van wat die
drie-eenheid teweeg brengt: nabijheid, trouw, barmhartigheid, redden wat
verloren was, vrede. Je zou kunnen zeggen dat ze laten aanvoelen dat je
aan de daden van God vermoeden kunt welke gloed Hem innerlijk verteert.
Wie over Drievuldigheid moet spreken, staat per
definitie met de mond vol tanden en denkt onwillekeurig aan de
Oudtestamentische profeet Jeremia die bij zijn roeping tot profeet aan
Jahweh zegt: "A…A……ik kan niet spreken : ik ben veel te jong". En toch
krijgt hij de kracht om brokstukken van de boodschap van Jahweh duidelijk
te maken. Zo zullen alle getuigen over de Drie-eenheid altijd moeten
blijven klagen met Jeremia: ‘Ach…ik ben veel te jong….’. Totdat ooit eens
aan het einde der dagen alle zien weg valt en een mens zal schouwen en
plotseling geen woorden meer nodig heeft: zo beeld ik mij dat in.
Maar beelden kunnen ons iets verhelderen: in een met
zonlicht doorschenen kristal merk ik maar de verschillende kleuren als ik
zelf even van plaats verander. Het kristal bleef zichzelf maar óns
standpunt geeft andere kleuren.
Zelf wanneer we helemaal rond het kristal zijn gegaan,
komen we opnieuw op het punt waar de kleuren opgekropt lijken te zijn in
het hart van het kristal. Aan de vele facetten van Een God in de wereld
vermoeden we wat die onverstaanbare Drie-eenheid in de kern is. Maar
slechts nu en dan zien we een heftige kleur die het volgende ogenblik weer
verandert. Zo gaat dit door met onze belijdenis in het credo van het
concilie van Nicea die we straks zullen bidden. Of nog een beeld dat
wellicht nog meer bij ons dagelijks aanvoelen ligt: wie slechts de eerste
strofe van een mooi gedicht leest, blijft met vragen zitten. Slechts de
daaropvolgende regels brengen toelichting die het geheel tot een kunststuk
maken. Een voorbeeld met een gedicht van Felix Timmermans:
Ik hoor Uw stem, nu hier, dan daar, Deze eerste wonderbare strofe doet ons nog niet
vermoeden wat er met de arme kranke zal gebeuren. Daarom verder: Uw schoonheid heeft mijn rust verstoord En dan: als hij niet wil genezen? De laatste strofe
laat ons binnenkijken in het hart van de dichter zelf.
Indien Gij U verborgen houdt, Als geloofsgetuigenis kan dit tellen. Zelfs indien God
zich verborgen houdt wil de dichter in zijn liefde sterven. Zo zijn we
rondom het kristallen gedicht gegaan en hebben alle facetten gezien en
gesmaakt. In die ongrijpbare goede Drievuldigheid willen we leven en ook
sterven. Amen.
A. Vaganée o.p. |
| |