Dominicanen Leuven Zondagspreken
  23 mei  - Pinksteren Afdrukken
 

 

Lezingen:

Handelingen 2,1-11
1
Korintiërs 12
Johannes 14,15-16.23b-26

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De tijd van de voltooïng


Pinksteren, een woord ontleend aan het Griekse pentekosta, wat vijftigste dag betekent, net zoals Sinksen wortelt in het Franse cinquante. Maar wat voor bijzonders is er dan aan die vijftigste dag?

In de Joodse traditie had hij een bijzondere betekenis omdat hij de volheid van zeven maal zeven dagen afsloot en u weet dat het getal zeven, het weekgetal, als heilig werd aangezien.

In het boek Leviticus schrijft men dan ook voor dat op de dag die volgde op de zevende sabbat nadat men de eerste oogstschoof aan de priester had overhandigd, de volheid van de oogst moest gevierd worden met een groots feest, dat trouwens ook wel het wekenfeest werd genoemd. De natuur had nu zijn vruchten afgeworpen en daarvoor moest men Jahwe danken en feest vieren.

Mettertijd werd op die dag ook de afkondiging van de wet op de Sinaïberg gevierd. Die afkondiging was toch wel de bekroning van de uittocht uit Egypte en dus van het hele paasgebeuren. En we lezen in het boek Exodus hoe die afkondiging gebeurde onder zware donderslagen en bliksemvuur dat allen beroerde.

Heel die achtergrond roept Lucas nu op wanneer hij in de Handelingen de nederdaling van de heilige Geest vertelt, zoals wij het hoorden in de eerste lezing. Het was een duidelijke aanduiding van het belang van deze gebeurtenis, een duidelijke beschrijving van het goddelijk gebeuren dat hier aanwezig was, een duidelijke verwijzing naar de vijftigste dag als voltooiing van de het paasgebeuren.

En jawel, er wordt over hevig gedruis en vuur gesproken, maar deze keer gebeurde dat niet omdat Jahwe zijn wet afkondigde, maar omdat zijn Geest neerdaalde, die Jezus beloofd had te zenden van bij zijn Vader als een kracht die van boven komt en die de oude wet zou voltooien. De Geest van God zelf zou nu Zijn wet opnieuw bezielen en de uitgesponnen letterwet van de Joden overwinnen. Geen uiterlijke voorschriften, maar de bezieling in het hart zou ons helpen de Boodschap van Jezus verder gestalte te geven.

En dat hoorden wij nog duidelijker verklaren in het evangelie. Jezus zegt niet: door mijn geboden te onderhouden hebt ge mij lief, maar: "Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven" of sterker nog: "Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden. Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen."

Met andere woorden: het is niet met het krampachtig volbrengen van de wetsvoorschriften dat wij tot God komen, al is die wet voor ons dikwijls een noodzakelijk hulpmiddel. Maar als we ons hart voor Gods liefde openen in wederliefde, dan zullen wij vanzelf goed handelen, want dan vestigt God zelf zijn woon in ons hart en gaan wij spontaan zoals Jezus leven, die ook bezeten was door zijn Vader. Het is juist deze bezetenheid die wij de heilige Geest noemen en die zich openbaarde op de pinksterdag. Hoorden wij Paulus niet verkondigen: Niemand kan zeggen 'Jezus is de Heer' tenzij door de heilige Geest?

En hoe openbaarde zich die heilige Geest? Als een vuur dat het hart der apostelen ontbranden deed. Als een volheid die hun mond in talen opende om God te loven, maar ook om Gods grote daden te verkondigen, ieder naargelang de Geest hun te vertolken gaf en iedereen aansprekend die hen hoorde, zoals Lucas ons vertelt. En Paulus verklaart: "Aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen".

Want ook dat wordt ons in het pinksterverhaal duidelijk gemaakt. Zoals de Geest de wet overstijgt en de Liefde het haalt op enge zelfbekommernis, zo doorbreekt het feit dat wij allen "gedrenkt zijn met één Geest" elke godsdienstige bekrompenheid binnen een bepaald ras of volk of taal of natie. Voorzeker, we hebben elk onze eigen cultuur waarmee wij God zullen vereren en beleven, net zoals de Apostelen dat deden in hun cultuur, net zoals Jezus trouwens maar op één plaats tegelijk als mens kon vertoeven, maar als de liefde meespreekt zal iedereen ons verstaan in zijn eigen taal. Want de taal van de liefde is universeel, zoals ook onze Kerk katholiek moet zijn, dat wil zeggen: grensoverschrijdend, open voor de hele wereld, voor alle mensen van goede wil.

Met Pinksteren wordt het tijdperk van de historische Jezus afgesloten, maar door de zending van de Geest overgedragen aan ons allen opdat wij er zouden aan meewerken dat God alles in allen wordt en de mensen één worden met Hem en met elkander, waarvoor Jezus bad in zijn afscheidsrede en waarvan de voltooiing uiteindelijk de hemel zal zijn

Moge de Heilige Geest u tot dat alles bezielen.

Joris Backeljauw o.p. 

 
   Terug