| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 23 mei - Pinksteren |
|
|
Lezingen:
|
|||
|
Pinksteren, een woord ontleend aan het Griekse pentekosta,
wat vijftigste dag betekent, net zoals Sinksen wortelt in het Franse cinquante.
Maar wat voor bijzonders is er dan aan die vijftigste dag?
In de Joodse traditie had hij een bijzondere betekenis
omdat hij de volheid van zeven maal zeven dagen afsloot en u weet dat het
getal zeven, het weekgetal, als heilig werd aangezien.
In het boek Leviticus schrijft men dan ook voor dat op
de dag die volgde op de zevende sabbat nadat men de eerste oogstschoof aan
de priester had overhandigd, de volheid van de oogst moest gevierd worden
met een groots feest, dat trouwens ook wel het wekenfeest werd genoemd. De
natuur had nu zijn vruchten afgeworpen en daarvoor moest men Jahwe danken
en feest vieren.
Mettertijd werd op die dag ook de afkondiging van de
wet op de Sinaïberg gevierd. Die afkondiging was toch wel de bekroning
van de uittocht uit Egypte en dus van het hele paasgebeuren. En we lezen
in het boek Exodus hoe die afkondiging gebeurde onder zware donderslagen
en bliksemvuur dat allen beroerde.
Heel die achtergrond roept Lucas nu op wanneer hij in
de Handelingen de nederdaling van de heilige Geest vertelt, zoals wij het
hoorden in de eerste lezing. Het was een duidelijke aanduiding van het
belang van deze gebeurtenis, een duidelijke beschrijving van het goddelijk
gebeuren dat hier aanwezig was, een duidelijke verwijzing naar de
vijftigste dag als voltooiing van de het paasgebeuren.
En jawel, er wordt over hevig gedruis en vuur
gesproken, maar deze keer gebeurde dat niet omdat Jahwe zijn wet
afkondigde, maar omdat zijn Geest neerdaalde, die Jezus beloofd had te
zenden van bij zijn Vader als een kracht die van boven komt en die de oude
wet zou voltooien. De Geest van God zelf zou nu Zijn wet opnieuw bezielen
en de uitgesponnen letterwet van de Joden overwinnen. Geen uiterlijke
voorschriften, maar de bezieling in het hart zou ons helpen de Boodschap
van Jezus verder gestalte te geven.
En dat hoorden wij nog duidelijker verklaren in het
evangelie. Jezus zegt niet: door mijn geboden te onderhouden hebt ge mij
lief, maar: "Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd
bij u te blijven" of sterker nog: "Als iemand Mij liefheeft, zal
hij mijn woord onderhouden. Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen
tot hem komen en verblijf bij hem nemen."
Met andere woorden: het is niet met het krampachtig
volbrengen van de wetsvoorschriften dat wij tot God komen, al is die wet
voor ons dikwijls een noodzakelijk hulpmiddel. Maar als we ons hart voor
Gods liefde openen in wederliefde, dan zullen wij vanzelf goed handelen,
want dan vestigt God zelf zijn woon in ons hart en gaan wij spontaan zoals
Jezus leven, die ook bezeten was door zijn Vader. Het is juist deze
bezetenheid die wij de heilige Geest noemen en die zich openbaarde op de
pinksterdag. Hoorden wij Paulus niet verkondigen: Niemand kan zeggen
'Jezus is de Heer' tenzij door de heilige Geest?
En hoe openbaarde zich die heilige Geest? Als een vuur
dat het hart der apostelen ontbranden deed. Als een volheid die hun mond
in talen opende om God te loven, maar ook om Gods grote daden te
verkondigen, ieder naargelang de Geest hun te vertolken gaf en iedereen
aansprekend die hen hoorde, zoals Lucas ons vertelt. En Paulus verklaart:
"Aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot
welzijn van allen".
Want ook dat wordt ons in het pinksterverhaal duidelijk
gemaakt. Zoals de Geest de wet overstijgt en de Liefde het haalt op enge
zelfbekommernis, zo doorbreekt het feit dat wij allen "gedrenkt zijn
met één Geest" elke godsdienstige bekrompenheid binnen een bepaald
ras of volk of taal of natie. Voorzeker, we hebben elk onze eigen cultuur
waarmee wij God zullen vereren en beleven, net zoals de Apostelen dat
deden in hun cultuur, net zoals Jezus trouwens maar op één plaats
tegelijk als mens kon vertoeven, maar als de liefde meespreekt zal
iedereen ons verstaan in zijn eigen taal. Want de taal van de liefde is
universeel, zoals ook onze Kerk katholiek moet zijn, dat wil zeggen:
grensoverschrijdend, open voor de hele wereld, voor alle mensen van goede
wil.
Met Pinksteren wordt het tijdperk van de historische
Jezus afgesloten, maar door de zending van de Geest overgedragen aan ons
allen opdat wij er zouden aan meewerken dat God alles in allen wordt en de
mensen één worden met Hem en met elkander, waarvoor Jezus bad in zijn
afscheidsrede en waarvan de voltooiing uiteindelijk de hemel zal zijn
Moge de Heilige Geest u tot dat alles bezielen.
Joris Backeljauw o.p.
|
| |