|
Godsdienst en
geweld
Het is tegenwoordig alles
'globalisering' wat de klok slaat.
Elke dag, zegt men, wordt onze wereld
nog meer een global village,
één groot dorp.
Ook op het generaal kapittel van de dominicanen was dit
een voornaam thema van bezinning en discussie.
Het begon al met de
uiteenzetting van prof. R. Schreiter, titularis van de Nijmeegse leerstoel
Schillebeeckx.
Titel van zijn lezing: 'Het evangelie prediken in de 21ste
eeuw'.
Een opmerkelijk onderdeel ervan was het hoofdstuk dat handelde over
het geweld dat met de globalisering gepaard gaat en waarin godsdienst een
belangrijke rol lijkt te spelen.
"Waar ligt de verklaring van zo veel
geweld dat verbonden is met godsdienst?"
Hierna volgt een (uit het
Engels vertaald) uittreksel.
Tot nu toe heeft nog niemand een bevredigende
verklaring kunnen geven van het verband van godsdienst met geweld. Iedere
religieuze traditie kan terecht de boodschap van vrede, harmonie en
welzijn onderstrepen die in haar leerstellingen besloten ligt, maar moet
tegelijk erkennen hoe diezelfde opvattingen zijn aangegrepen om geweld aan
te stoken en te voeden. Zijn godsdiensten dan zo onlosmakelijk verbonden
met geweld dat - zoals sommige atheïsten beweren - onze enige hoop erin
bestaat er voorgoed mee af te rekenen?
Wat men nu ook mag denken over de verhouding van
godsdienst en geweld op het theoretische vlak, we weten dat in de praktijk
veel mensen vandaag in gevaar verkeren omdat ze geweld lijden. Dat zien we
vooral in die gevallen waar religieuze groepen een minderheid zijn, zoals
bv. christenen in verschillende delen van Indonesië en India, maar
evenzeer ook mensen van andere godsdiensten in andere delen van de wereld.
Leden van onze religieuze instituten in deze gemeenschappen lopen dezelfde
risico's. Een theorie over het verband van godsdienst met geweld zal dit
geweld niet doen stoppen, maar ze kan de weg wijzen naar een mogelijke
oplossing in de toekomst.
In de huidige stand van zaken kan de verhouding
godsdienst-geweld verhelderd worden vanuit drie gezichtshoeken. Vanuit de
eerste valt de nadruk het feit dat godsdienst gebruikt wordt als
voorwendsel voor andere doeleinden. In het geweld van
Hindoe-gemeenschappen tegen moslims en christenen in India gaat het in
werkelijkheid vaak om het behoud van de politieke heerschappij van de
Hindoes waar ze bedreigd lijkt de worden door de groei van andere
religieuze minderheden. Een vergelijkbaar geval is de langdurige
burgeroorlog van de moslims in het noorden van Sudan tegen de aanhangers
van traditionele godsdiensten en christenen in het zuiden, of de strijd
van de Tamils in Sri Lanka.
De verdenking dat politieke doeleinden worden
nagestreefd met religieuze middelen geldt in het bijzonder de plaatsen
waar verschillende religieuze gemeenschappen erin slaagden samen te leven
(zij het soms niet zonder moeilijkheden), maar waar nu uitbarstingen van
geweld gebeuren. In deze en soortgelijke situaties moet naar diepere
motieven gegraven worden om uit te maken of religieus gedachtegoed wordt
ingeroepen om andere soorten acties te rechtvaardigen. In dezelfde lijn
mag men ook vermoeden dat in bevolkingsgroepen waar godsdienst het
duidelijkste verschil is tussen mensen die op andere punten weinig van
elkaar verschillen, religieuze elementen veeleer een bijkomend
verschijnsel zijn dan een oorzaak van rijzend geweld.
Een tweede benadering van het verband van godsdienst
met geweld beschouwt de krachten die in godsdienst besloten liggen als een
schild tegen modernisering en globalisering. In het zicht op de wereld, op
die manier opgevat, verschijnt de wereld als een arena of een slagveld
waar de machten van het goede (God en de zaak van God zoals die in elke
religieuze traditie wordt gezien) strijd leveren tegen de machten van het
kwaad (secularisering, modernisering, het Westen, enz.). Grijpen naar
geweld om de zaak van God te verdedigen of te bevorderen tegen de machten
van het kwaad mobiliseert dan de bronnen van een religieuze traditie van
oorlog tegen de machten die haar dreigen te vernietigen. Deze bronnen
kunnen geëxploiteerd worden door een provocateur van buiten af, maar het
kan ook gebeuren door leiders binnen de gemeenschap. Hier is religie meer
dan een etiket voor de eigen identiteit ten opzichte van anderen. Ze
articuleert diep gevoelde bedreigingen van het eigen bestaan.
Martelaarschap voor de zaak van de godsdienst wordt dan aanvaard en zelfs
aangeprezen in de strijd tegen de kwade machten.
De derde gezichtshoek is misschien de meest
gecompliceerde maar ook de belangrijkste. Hij belicht de mechanismen die
zelf geweld kunnen doen ontbranden, als een vuur aan de lont. Zulke
mechanismen hebben te maken met geweld dat in de religieuze traditie zelf
ligt ingebed, ondanks al haar nadruk op harmonie en vrede. Bij joden
kunnen dat de vloekpsalmen zijn die de vernietiging van vijanden
rechtvaardigen. In het christendom is het de taal van gewelddadige dood en
zelfopoffering die in het hart zelf van de interpretatie van de zending
van Jezus staat geschreven. In andere godsdiensten kan het de visie op de
kosmische orde zijn (sommige varianten van het hindoeïsme), of het
inzicht dat geweld slechts de keerzijde is van het lijden dat voortkomt
uit de illusie (boeddhisme).
Uitingen van geweld kan men historisch proberen te
verklaren als een kentrek van gemeenschappen die in gewelddadige tijden
moesten vechten om te overleven: de joden in de loop van hun geschiedenis,
of de jonge islam. Maar men komt altijd uit bij de vraag hoe godsdiensten
omgaan met de verhouding tussen leven en dood, hoe ze de aanwezigheid van
het kwaad in de wereld uitleggen en wat je daartegen moet doen. Tot op
vandaag reikt geen opvatting over de aanwezigheid van het kwaad of de
noodzaak van zelfopoffering ver genoeg om de instemming van brede groepen
binnen welke religieuze traditie ook te verwerven, laat staan
overeenstemming tussen die tradities.
Het is de ingrijpende ervaring van de opstoten van
geweld in de jongste jaren, zowel als de inbedding van geweld in
samenlevingen door de mechanismen van racisme en andere vormen van sociale
onderdrukking die het theologisch thema van de verzoening zo sterk
op de voorgrond heeft gebracht in het begin van deze eeuw. Verzoening
heeft een breed gamma van mogelijkheden: van conflictbeheersing en
conflictvermindering over de genezing van de herinneringen tot morele
heropbouw van de gemeenschap. Maar hoe ook opgevat en nagestreefd, ze is
van cruciaal belang voor alle religieuze tradities die erop gericht zijn
de huidige tijd met al zijn kwalen en tekortkomingen te overstijgen en al
hun middelen uit te putten om een betere wereld temidden van alle
teisterend geweld tot stand te helpen brengen. De litanie van de kwalen is
bijna eindeloos. Hoe moeten al diegenen die door geweld zijn gestorven in
ere houden? Hoe kunnen we gerechtigheid doen heersen voor de levenden? Hoe
kunnen we samenlevingen gestalte geven waar zulke wreedheden geen nieuwe
kansen meer krijgen?
Voor christenen krijgt de Blijde Boodschap van Jezus
Christus wellicht haar meest dringende vorm voor onze tijd in de boodschap
van God die de wereld verzoent.
Robert Schreiter
|