Dominicaans leven

2001/3


Terug



  Godsdienst en geweld

Het is tegenwoordig alles 'globalisering' wat de klok slaat.
Elke dag, zegt men, wordt onze wereld nog meer een
global village, één groot dorp.
Ook op het generaal kapittel van de dominicanen was dit een voornaam thema van bezinning en discussie.
Het begon al met de uiteenzetting van prof. R. Schreiter, titularis van de Nijmeegse leerstoel Schillebeeckx.
Titel van zijn lezing: 'Het evangelie prediken in de 21ste eeuw'.
Een opmerkelijk onderdeel ervan was het hoofdstuk dat handelde over het geweld dat met de globalisering gepaard gaat en waarin godsdienst een belangrijke rol lijkt te spelen.
"Waar ligt de verklaring van zo veel geweld dat verbonden is met godsdienst?"
Hierna volgt een (uit het Engels vertaald) uittreksel.


Tot nu toe heeft nog niemand een bevredigende verklaring kunnen geven van het verband van godsdienst met geweld. Iedere religieuze traditie kan terecht de boodschap van vrede, harmonie en welzijn onderstrepen die in haar leerstellingen besloten ligt, maar moet tegelijk erkennen hoe diezelfde opvattingen zijn aangegrepen om geweld aan te stoken en te voeden. Zijn godsdiensten dan zo onlosmakelijk verbonden met geweld dat - zoals sommige atheïsten beweren - onze enige hoop erin bestaat er voorgoed mee af te rekenen?

Wat men nu ook mag denken over de verhouding van godsdienst en geweld op het theoretische vlak, we weten dat in de praktijk veel mensen vandaag in gevaar verkeren omdat ze geweld lijden. Dat zien we vooral in die gevallen waar religieuze groepen een minderheid zijn, zoals bv. christenen in verschillende delen van Indonesië en India, maar evenzeer ook mensen van andere godsdiensten in andere delen van de wereld. Leden van onze religieuze instituten in deze gemeenschappen lopen dezelfde risico's. Een theorie over het verband van godsdienst met geweld zal dit geweld niet doen stoppen, maar ze kan de weg wijzen naar een mogelijke oplossing in de toekomst.

In de huidige stand van zaken kan de verhouding godsdienst-geweld verhelderd worden vanuit drie gezichtshoeken. Vanuit de eerste valt de nadruk het feit dat godsdienst gebruikt wordt als voorwendsel voor andere doeleinden. In het geweld van Hindoe-gemeenschappen tegen moslims en christenen in India gaat het in werkelijkheid vaak om het behoud van de politieke heerschappij van de Hindoes waar ze bedreigd lijkt de worden door de groei van andere religieuze minderheden. Een vergelijkbaar geval is de langdurige burgeroorlog van de moslims in het noorden van Sudan tegen de aanhangers van traditionele godsdiensten en christenen in het zuiden, of de strijd van de Tamils in Sri Lanka.

De verdenking dat politieke doeleinden worden nagestreefd met religieuze middelen geldt in het bijzonder de plaatsen waar verschillende religieuze gemeenschappen erin slaagden samen te leven (zij het soms niet zonder moeilijkheden), maar waar nu uitbarstingen van geweld gebeuren. In deze en soortgelijke situaties moet naar diepere motieven gegraven worden om uit te maken of religieus gedachtegoed wordt ingeroepen om andere soorten acties te rechtvaardigen. In dezelfde lijn mag men ook vermoeden dat in bevolkingsgroepen waar godsdienst het duidelijkste verschil is tussen mensen die op andere punten weinig van elkaar verschillen, religieuze elementen veeleer een bijkomend verschijnsel zijn dan een oorzaak van rijzend geweld.

Een tweede benadering van het verband van godsdienst met geweld beschouwt de krachten die in godsdienst besloten liggen als een schild tegen modernisering en globalisering. In het zicht op de wereld, op die manier opgevat, verschijnt de wereld als een arena of een slagveld waar de machten van het goede (God en de zaak van God zoals die in elke religieuze traditie wordt gezien) strijd leveren tegen de machten van het kwaad (secularisering, modernisering, het Westen, enz.). Grijpen naar geweld om de zaak van God te verdedigen of te bevorderen tegen de machten van het kwaad mobiliseert dan de bronnen van een religieuze traditie van oorlog tegen de machten die haar dreigen te vernietigen. Deze bronnen kunnen geëxploiteerd worden door een provocateur van buiten af, maar het kan ook gebeuren door leiders binnen de gemeenschap. Hier is religie meer dan een etiket voor de eigen identiteit ten opzichte van anderen. Ze articuleert diep gevoelde bedreigingen van het eigen bestaan. Martelaarschap voor de zaak van de godsdienst wordt dan aanvaard en zelfs aangeprezen in de strijd tegen de kwade machten.

De derde gezichtshoek is misschien de meest gecompliceerde maar ook de belangrijkste. Hij belicht de mechanismen die zelf geweld kunnen doen ontbranden, als een vuur aan de lont. Zulke mechanismen hebben te maken met geweld dat in de religieuze traditie zelf ligt ingebed, ondanks al haar nadruk op harmonie en vrede. Bij joden kunnen dat de vloekpsalmen zijn die de vernietiging van vijanden rechtvaardigen. In het christendom is het de taal van gewelddadige dood en zelfopoffering die in het hart zelf van de interpretatie van de zending van Jezus staat geschreven. In andere godsdiensten kan het de visie op de kosmische orde zijn (sommige varianten van het hindoeïsme), of het inzicht dat geweld slechts de keerzijde is van het lijden dat voortkomt uit de illusie (boeddhisme).

Uitingen van geweld kan men historisch proberen te verklaren als een kentrek van gemeenschappen die in gewelddadige tijden moesten vechten om te overleven: de joden in de loop van hun geschiedenis, of de jonge islam. Maar men komt altijd uit bij de vraag hoe godsdiensten omgaan met de verhouding tussen leven en dood, hoe ze de aanwezigheid van het kwaad in de wereld uitleggen en wat je daartegen moet doen. Tot op vandaag reikt geen opvatting over de aanwezigheid van het kwaad of de noodzaak van zelfopoffering ver genoeg om de instemming van brede groepen binnen welke religieuze traditie ook te verwerven, laat staan overeenstemming tussen die tradities.

Het is de ingrijpende ervaring van de opstoten van geweld in de jongste jaren, zowel als de inbedding van geweld in samenlevingen door de mechanismen van racisme en andere vormen van sociale onderdrukking die het theologisch thema van de verzoening zo sterk op de voorgrond heeft gebracht in het begin van deze eeuw. Verzoening heeft een breed gamma van mogelijkheden: van conflictbeheersing en conflictvermindering over de genezing van de herinneringen tot morele heropbouw van de gemeenschap. Maar hoe ook opgevat en nagestreefd, ze is van cruciaal belang voor alle religieuze tradities die erop gericht zijn de huidige tijd met al zijn kwalen en tekortkomingen te overstijgen en al hun middelen uit te putten om een betere wereld temidden van alle teisterend geweld tot stand te helpen brengen. De litanie van de kwalen is bijna eindeloos. Hoe moeten al diegenen die door geweld zijn gestorven in ere houden? Hoe kunnen we gerechtigheid doen heersen voor de levenden? Hoe kunnen we samenlevingen gestalte geven waar zulke wreedheden geen nieuwe kansen meer krijgen?

Voor christenen krijgt de Blijde Boodschap van Jezus Christus wellicht haar meest dringende vorm voor onze tijd in de boodschap van God die de wereld verzoent.

Robert Schreiter