'Ietsisme' is een splinternieuw woord. Tien jaar geleden
bestond het nog niet. Nu komt men het regelmatig tegen in discussies over
godsdienst en geloof. Volgens recent onderzoek zou een meerderheid van de
Nederlanders, onder wie ook veel katholieken, aanhanger zijn van het ietsisme. Ze
geloven niet in een persoonlijke God geloven, maar nemen wel aan dat er zo
'iets' moet bestaan als een hogere macht, een soort geest die mens, wereld
en natuur overstijgt en beheerst. Is het in Vlaanderen anders?
Als u dit leest, denkt u misschien: ik kan daar inkomen.
Geloven in een persoonlijke God spreekt ook voor mij niet vanzelf. Ben ik
dus een slechte katholiek?
Peter Nissen, professor kerkgeschiedenis in Nijmegen, zag
aanvankelijk in het ietsisme een vorm van religieus analfabetisme. Het grote
verhaal van het christendom heeft zijn overtuigingskracht verloren. Hierdoor
is mensen ook de taal uit handen geslagen waarmee ze nog zouden kunnen
spreken over God. Spreken tot God kunnen ze dan zeker niet meer. Tot Iets
kun je niet bidden, tot Iemand wel.
Maar professor Nissen heeft nu zijn mening herzien. Zijn
meewarigheid heeft plaats gemaakt voor begrip, herkenning en respect. Niet
alle ietsisten, zegt hij nu, weigeren het hogere nader te benoemen wegens
een religieus spraakgebrek of uit onvermogen en onwetendheid. Integendeel,
ze weigeren het nader te benoemen uit respect voor het mysterie en vanuit
het besef van de onuitsprekelijkheid ervan. Hun onwetendheid is een weten
van ons onvermogen om het goddelijke uitputtend te bevatten en te
beschrijven. Ze is de docta ignorantia van de grote mystici: de
geleerde onwetendheid, die zich bewust is van het tekortschieten van onze
taal, van onze begrippen en van ons weten.
Dat tekortschieten van de taal staat ons spreken over God niet in de weg, en
ook niet ons bidden. Ook tot Iets kan men zich persoonlijk verhouden. Maar
het spreken over en tot Iets is een stamelend spreken.
Als we een kruisteken maken in de naam van de drie-ene
God in wie we oprecht willen geloven, zouden we er dan niet goed aan die
woorden al stamelend uit te spreken? God gaat alle menselijk begrip te
boven. Misschien zegt een woordeloos gebaar nog beter wat we willen zeggen:
de hoogte, de breedte en de diepte waardoor we worden omvat.
B.J. De Clercq o.p.
In
de tram
Wat
waar is