R. Van Wassenhove, Karel V
en de dominicanen
Naar
aanleiding van het herdenkingsjaar van keizer Karel verschenen tal van
publicaties, studies, catalogi enz. Daarin duiken herhaaldelijk ook de
namen op van dominicanen.
Dit artikel doet een greep uit de resultaten van een
eerste zoektocht.
Heel wat dominicanen bekleedden ambten waardoor zij
vertoefden in de onmiddellijke omgeving van de vorst. Hun aanwezigheid aan de
hoven was ten tijde van Karel V niet nieuw. Die traditie begon al een hele tijd
voordien. Die traditie begon al een hele tijd vroeger. Aan het Bourgondische
hof, maar ook elders in Europa, vinden we er meermaals terug. In toenemende mate
zien we ze verschijnen in het dagelijkse leven van Karels ouders en grootouders.
Aan het hof van Filips de Goede treffen we pater Jacobus van Mechelen (+1458)
aan als biechtvader, terwijl pater Raoul Lefevre als hofkapelaan fungeert. Later
ontmoeten we de paters Seignart en Simon de Laude als hofprelaten. Een
opgemerkte Vlaamse confrater was pater Nicolaas Brugman, paleisbisschop aan het
hof van Karels vader. Aan het grafelijke hof van Vlaanderen te Gent was pater
Jacobus de La verbonden.
Het lag dus in zekere zin in de lijn van de traditie om in de
tijd van Karel V een dominicaan tot hofaalmoezenier of in een andere geestelijke
functie te benoemen. De reeds bestaande gewoonte om een 'episcopus palatii' aan
te stellen werd praktisch uitgebreid tot alle vorstelijke residenties van het
grote rijk van Karel V. Die paleisbisschop was dan vaak tegelijk de biechtvader
van de vorst. Daarnaast nam hij ook het ambt van raadgever van de vorst, van
mislezer, hofpredikant en ook allerlei bestuurlijke taken op zich. Toch was de
paleisbisschop er in de eerste plaats voor het geestelijk welzijn van de vorst,
zijn familie en allen die direct met het hof verbonden waren. Hierdoor waren de
vorst en al zijn hovelingen aan de rechtsmacht van de residerende bisschop
ontrokken.
Gedurende zijn jeugd en opvoeding aan het hof te
Mechelen,
bij zijn tante, leerde de jonge Karel de dominicanen kennen als o.m. zijn
leraren en opvoeders. Als sinds 1492, onder Karels vader, was pater Jean Lampier
aan het hof verbonden als paleisbisschop. In die functie nam hij deel aan de
doopselviering van de kleine Karel in Gent. Ook na de dood van Karels vader
bleef hij in zijn functie behouden.
Een van de belangrijkste en meest invloedrijke dominicanen
was ongetwijfeld Garcia de Loaysa, magister-generaal van 1518 tot 1524. In 1522
trad hij op als persoonlijk biechtvader en raadgever. Ook later bleef hij een
vertrouwensman van de keizer. In 1530 kapittelde hij in een brief vanuit Rome de
keizer: Karel moest zich eens goed bezinnen over zijn al te buitensporig
liefdesleven...
Aan het hof van Karel zowel als in de verschillende
vorstelijke residenties droegen veel domincanen verschillende taken en ambten.
Sommige, zoals Adriaan van Cutssem van het klooster te Brussel, waren gewoon
hofpredikant en biechtvader. Anderen waren raadgever, hoger ambtenaar in
staatszaken of persoonlijk legaat van de keizer. Zij vergezelden hun vorst op
zijn vele reizen, plechtige intredes, rijksdagen en tijdens zijn veldslagen.
Petrus de Sotho, door de keizer als zijn persoonlijke
biechtvader gekozen, werd nadien zijn bevoorrechte raadsman in godsdienstzaken.
Hij vergezelde de keizer op zijn reis naar de Nederlanden en Duitsland. In
Duitsland zag hij het als zijn taak de lutherse hervormers te bestrijden. Hij
kreeg van de keizer de toestemming om met het oog daarop een universiteit te
stichten en er theologie te doceren. Het is bij magister Petrus in Dillingen dat
de vermaarde en geleerde Gentse dominicaan Petrus de Backere (1517) zijn
studies deed. Petrus de Sotho nam in zijn hoedanigheid van legaat van de keizer
ook deel aan de zittingen van het Concilie

Over de rol die dominicanen gespeelde hebben in het overzeese gebied van het rijk, de pas ontdekte 'nieuwe wereld', moet ik hier niet uitweiden. Ik vermeld alleen de meest bekende: Bartolomé de las
Casas, de grote advocaat van de Indianen. Hij ging de keizer in Spanje persoonlijk opzoeken en kraag het van hem gedaan dat belangrijke verordeningen werden uitgevaardigd betreffende een humane behandeling van de Indianen en meer respect voor hun menselijke waardigheid.
Bij de benoeming in hogere kerkelijke ambten genoten domincanen niet zelden de voorspraak van Karel vóór ze door Rome in hun ambt werden bevestigd. Overigens had de keizer een verregaande inspraak bij de aanwijzing van kandidaten voor de vele bisschopszetels in zijn rijk. Veel prelaten kregen op grond van hun bisschopsambt ook het recht te zetelen in diverse hogere besturen van het rijk.
Een niet gering te schatten keizerlijk ambt was dat van 'nuntius
apostolicus', zoveel als de gevolmachtigde ambassadeur van de paus en de curie aan de bestuurlijke hoven van het keizerrijk. Ook voor deze functie kwamen dominicanen in aanmerking. Een van de bekendste nuntii, verbonden aan het hof van Brussel was de Italiaan Hieronimus
Muzzarelli. Hij bleef in functie bij de Staten-Generaal tot aan Karels troonsafstand.
Geheel in de lijn van hun ambt als theologisch adviseur traden die dominicanen op als boekkeurders in dienst van de keizer. In documenten heet het dat de keizer pas toestemming tot drukken verleende nadat de teksten door dominicanen waren onderzocht en goedgekeurd. In het kader van de keizerlijke inquisitie werden in Vlaanderen de paters Johannes Mahieu en Frans Titelmans aangesteld om te waken en te oordelen over de rechtgelovigheid en de aanhankelijkheid aan paus en keizer.
Dit beknopt en erg onvolledig relaas is bedoeld om duidelijk te maken dat de dominicanen door keizer Karel werden bevoorrecht. De orde mocht Karels voorkeur genieten. Duidelijk is ook dat dominicanen een rol gespeeld hebben in de politieke besluitvorming van die tijd, vooral in de eerste helft van de 16de eeuw. Het is een hoofdstuk uit onze geschiedenis dat nog moet geschreven worden. Maar eerst zal nog veel en geduldig speurwerk moeten gebeuren.
Korte bibliografie
A. Bogaerts,
Bouwstoffen voor de geschiedenis van de dominicanen in de Nederlanden
Carolus, catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling, Gent, 1999
W. Blockmans, Keizer Karel, de utopie van het keizerschap, Leuven, 2000
|