|
Het beeld van de keizer en het beeld van God
Goed burgerschap, geld en belastingen: het zijn
niet onmiddellijk godsdienstige thema's. Als we onze belastingformulieren
moeten invullen slaan we niet eerst een kruis en prevelen ook geen gebed.
Dat doen we ook niet in het stemhokje. Geld en belasting en politiek
schijnen ver van het evangelie te staan. Maar we lezen dan toch bij drie
evangelisten het bekende gevleugelde woord: "Geef aan de keizer wat van de
keizer is, en aan God wat aan God toekomt."
Men heeft dat woord gebruikt om de scheiding tussen geloof en politiek en
tussen kerk en staat te verantwoorden. Men heeft het woord ook misbruikt en
het voor eigen kar gespannen. Zoals in 1914, toen de Duitse keizer jongens
ronselde als soldaten voor zijn oorlog met een verwijzing naar die
evangeliewoorden. Hij zei: "Geef aan mij, de keizer, soldaten, want dat komt
mij toe." Maar met de woorden van Jezus zitten we volop in de joodse
politiek van toen, en niet van nu.
Farizeeën en Herodianen kwamen naar Jezus om hem te vangen en te kunnen
betrappen op een woord dat hem kon compromitteren. Is hij voor of tegen de
keizer? De Herodianen, aanhangers van koning Herodes, waren slippendragers
van de keizer en de Romeinen. De farizeeën hielden zich gedeisd. En wat was
de mening van Jezus? Hij sprak die niet dadelijk uit. Hij doorzag hun
valsheid, staat er, en daarom wilde hij hun een lesje leren. Hij begon met
een muntstuk te vragen. Dat bracht hen al in verlegenheid. Want vrome joden
hadden dat nooit op zak. Ze mochten er zelfs niet eens naar kijken. Ze
vermeden dat geld als de pest. Want op het muntstuk stond de afbeelding van
de keizer. En op het randschrift kon je lezen: 'Keizer Tiberius, zoon van de
goddelijke Augustus.' Dat was voor de joden een gruwel, want het was
godslasterlijk. De goddelijke keizer! Hij was bovendien de gehate bezetter
van Palestina. Hij was een meedogenloze potentaat en dictator.
Dat gevleugelde woord van Jezus is eigenlijk geen goede vertaling. Uit het
Grieks vertaald staat er letterlijk: "Geef de keizer terug wat van hem is."
Jezus bedoelde daarmee: geef de keizer zijn smerige godslasterlijke geld
terug. Maak je handen er niet aan vuil. Dat de Herodianen zo'n verfoeilijk
geldstuk konden tonen, maakte hen natuurlijk tot zondaars en tot gehate
medeburgers. Wie het opnam voor de keizer en de Romeinse bezetters, was een
slechte jood. En wie er publiek tegenin ging riskeerde arrestatie en
foltering. Zij die naar Jezus kwamen met hun strikvraag over de keizer
begonnen met Jezus' oprechtheid te loven. "U laat u aan niemand gelegen
liggen en ziet de mensen niet naar de ogen", zeiden ze. Hij moest het maar
eens klaar en duidelijk zeggen. Hij die zich aan niemand stoorde. Hij moest
maar de kastanjes uit het vuur halen!
En Jezus schipperde niet. Hij zette de Herodianen op hun nummer. Als ze zo'n
smerig geldstuk tonen en er voor uitkomen dat ze zich inlaten met de wereld
van de keizer, als ze munt slaan uit de bezetting door met de Romeinen
handel te drijven, dan moeten ze er ook maar de gevolgen van dragen. Dat ze
dan ook maar belasting betalen.
Maar Jezus maakte van de gelegenheid gebruik om te wijzen op de mens die het
eigenlijke beeld is van God. En die God is niet de keizer maar hij die Jezus
'Abba', lieve Vader noemde. En die God behoren we toe. Hem zij de lof, de
eer en de dankbaarheid. Want deze God is de bevrijder. Niet de dwingeland,
de baas boven baas, zoals de keizer, voor wie we denken te moeten beven en
kruipen. God is Liefde. En op deze God mogen we gelijken. Door op onze beurt
niet te knechten en uit te buiten, maar te bevrijden tot heil en geluk.
Wij mensen zijn gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis. We zijn de
plaatsbekleders van God. We mogen zijn weg gaan, zijn woord doen. We geven
God wat hem toekomt als we hem uitbeelden in ons leven.
Verderop in zijn evangelie zal Matteüs het opnieuw hebben over de
machthebbers en heersers. Hij zegt dan dat ze regeren met ijzeren vuist en
misbruik maken van hun macht. "Dat mag bij jullie niet het geval zijn. Wie
onder jullie groot wil zijn moet dienaar zijn".
Als het gaat om keizers, koningen en politici is dit het evangelisch
criterium: dienstbaarheid aan het geluk van mensen. Geef je medewerking aan
de wereldlijke heersers als ze levenskansen scheppen voor mensen, het
onrecht terugdringen, gerechtigheid bevorderen. Maar spreek ze tegen,
protesteer, kom in opstand, als ze onrecht bedrijven of bevorderen.
Jezus nam het heel zeker niet op voor de keizer. 'Geef hem zijn vuile geld
terug' is echt bedoeld als afwijzing van zijn uitbuitende heerschappij.
Jezus wilde het visioen hooghouden van een samenleving zonder onrecht, die
heilzaam is voor allen, vooral voor de zwakken en weerlozen. Alles wat
politiek is en betrekking heeft op wetten en op ordening en regeling van
onze maatschappij, moeten we tegen het licht van het evangelisch visioen van
het Rijk Gods houden. Ieder politiek programma en ieder politiek ingrijpen
vanuit dit licht beoordelen, dat is God geven wat hem toekomt. Dat is o.m.
Gods liefde uitbeelden in dit leven. Ook als het gaat om geld, belasting en
politiek.
Rob Moens o.p. |
|