Dominicaans leven 2005/4

 

Het beeld van de keizer en het beeld van God

Goed burgerschap, geld en belastingen: het zijn niet onmiddellijk godsdienstige thema's. Als we onze belastingformulieren moeten invullen slaan we niet eerst een kruis en prevelen ook geen gebed. Dat doen we ook niet in het stemhokje. Geld en belasting en politiek schijnen ver van het evangelie te staan. Maar we lezen dan toch bij drie evangelisten het bekende gevleugelde woord: "Geef aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat aan God toekomt."
Men heeft dat woord gebruikt om de scheiding tussen geloof en politiek en tussen kerk en staat te verantwoorden. Men heeft het woord ook misbruikt en het voor eigen kar gespannen. Zoals in 1914, toen de Duitse keizer jongens ronselde als soldaten voor zijn oorlog met een verwijzing naar die evangeliewoorden. Hij zei: "Geef aan mij, de keizer, soldaten, want dat komt mij toe." Maar met de woorden van Jezus zitten we volop in de joodse politiek van toen, en niet van nu.
Farizeeën en Herodianen kwamen naar Jezus om hem te vangen en te kunnen betrappen op een woord dat hem kon compromitteren. Is hij voor of tegen de keizer? De Herodianen, aanhangers van koning Herodes, waren slippendragers van de keizer en de Romeinen. De farizeeën hielden zich gedeisd. En wat was de mening van Jezus? Hij sprak die niet dadelijk uit. Hij doorzag hun valsheid, staat er, en daarom wilde hij hun een lesje leren. Hij begon met een muntstuk te vragen. Dat bracht hen al in verlegenheid. Want vrome joden hadden dat nooit op zak. Ze mochten er zelfs niet eens naar kijken. Ze vermeden dat geld als de pest. Want op het muntstuk stond de afbeelding van de keizer. En op het randschrift kon je lezen: 'Keizer Tiberius, zoon van de goddelijke Augustus.' Dat was voor de joden een gruwel, want het was godslasterlijk. De goddelijke keizer! Hij was bovendien de gehate bezetter van Palestina. Hij was een meedogenloze potentaat en dictator.

Dat gevleugelde woord van Jezus is eigenlijk geen goede vertaling. Uit het Grieks vertaald staat er letterlijk: "Geef de keizer terug wat van hem is." Jezus bedoelde daarmee: geef de keizer zijn smerige godslasterlijke geld terug. Maak je handen er niet aan vuil. Dat de Herodianen zo'n verfoeilijk geldstuk konden tonen, maakte hen natuurlijk tot zondaars en tot gehate medeburgers. Wie het opnam voor de keizer en de Romeinse bezetters, was een slechte jood. En wie er publiek tegenin ging riskeerde arrestatie en foltering. Zij die naar Jezus kwamen met hun strikvraag over de keizer begonnen met Jezus' oprechtheid te loven. "U laat u aan niemand gelegen liggen en ziet de mensen niet naar de ogen", zeiden ze. Hij moest het maar eens klaar en duidelijk zeggen. Hij die zich aan niemand stoorde. Hij moest maar de kastanjes uit het vuur halen!
En Jezus schipperde niet. Hij zette de Herodianen op hun nummer. Als ze zo'n smerig geldstuk tonen en er voor uitkomen dat ze zich inlaten met de wereld van de keizer, als ze munt slaan uit de bezetting door met de Romeinen handel te drijven, dan moeten ze er ook maar de gevolgen van dragen. Dat ze dan ook maar belasting betalen.

Maar Jezus maakte van de gelegenheid gebruik om te wijzen op de mens die het eigenlijke beeld is van God. En die God is niet de keizer maar hij die Jezus 'Abba', lieve Vader noemde. En die God behoren we toe. Hem zij de lof, de eer en de dankbaarheid. Want deze God is de bevrijder. Niet de dwingeland, de baas boven baas, zoals de keizer, voor wie we denken te moeten beven en kruipen. God is Liefde. En op deze God mogen we gelijken. Door op onze beurt niet te knechten en uit te buiten, maar te bevrijden tot heil en geluk.
Wij mensen zijn gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis. We zijn de plaatsbekleders van God. We mogen zijn weg gaan, zijn woord doen. We geven God wat hem toekomt als we hem uitbeelden in ons leven.
Verderop in zijn evangelie zal Matteüs het opnieuw hebben over de machthebbers en heersers. Hij zegt dan dat ze regeren met ijzeren vuist en misbruik maken van hun macht. "Dat mag bij jullie niet het geval zijn. Wie onder jullie groot wil zijn moet dienaar zijn".
Als het gaat om keizers, koningen en politici is dit het evangelisch criterium: dienstbaarheid aan het geluk van mensen. Geef je medewerking aan de wereldlijke heersers als ze levenskansen scheppen voor mensen, het onrecht terugdringen, gerechtigheid bevorderen. Maar spreek ze tegen, protesteer, kom in opstand, als ze onrecht bedrijven of bevorderen.
Jezus nam het heel zeker niet op voor de keizer. 'Geef hem zijn vuile geld terug' is echt bedoeld als afwijzing van zijn uitbuitende heerschappij. Jezus wilde het visioen hooghouden van een samenleving zonder onrecht, die heilzaam is voor allen, vooral voor de zwakken en weerlozen. Alles wat politiek is en betrekking heeft op wetten en op ordening en regeling van onze maatschappij, moeten we tegen het licht van het evangelisch visioen van het Rijk Gods houden. Ieder politiek programma en ieder politiek ingrijpen vanuit dit licht beoordelen, dat is God geven wat hem toekomt. Dat is o.m. Gods liefde uitbeelden in dit leven. Ook als het gaat om geld, belasting en politiek.

Rob Moens o.p.

 
=> Terug  => Startpagina