Dominicaans leven
Tijdschrift van en voor de Vlaamse dominicaanse familie
Geliefde gebeden (2006/2)
Bestellen
Terug
 
 
 

De redactie van Dominicaans leven heeft een aantal mensen van de dominicaanse familie uitgenodigd aan de lezers van het blad iets te vertellen over een gebed (gebeden) dat (die) hun bijzonder dierbaar is (zijn). Gevraagd werd ook dat ze kort zouden zeggen om welke reden. Hier leest u hun antwoorden.

'Als je je keert tot God en opstaat uit je zonde,
dan doet de trouwe God alsof je nooit gezondigd had!
Hij heeft je even lief als ieder ander.
Als Hij je nù maar bereid vindt,
dan let Hij niet op wat vroeger is geweest.
God is een God van het nù: zoals Hij je vindt, zo neemt Hij je en laat Hij je, als je nù bent.
Hij wil graag jarenlang op je wachten,
opdat je dan toch van zijn eindeloze liefde zoudt weten.'

Meester Eckhart

Het nooit met elkaar opgeven is geloven dat jijzelf, de ander, je kinderen nog elke dag groeien, dat jij en elke ander in zich de schat van 'goddelijkheid' draagt, en dat 'iets' in elk van ons verwijst naar Hem naar wiens beeld wij zijn gemaakt. Het nooit opgeven van God met mij, moet voor mij een aansporing zijn om het ook nooit op te geven met de ander. Zo wordt de rijkdom van Gods geheim, Christus zelf, wakker in mij en in iedereen met ik omga.
'Elk kind brengt de blije boodschap dat God nog niet ontmoedigd is over zijn mensen'
(R. Tagore).
Gods bemoedigend omgaan met mij moet me de wil en de moed en de kracht geven, door alle ontgoochelingen heen, ook bemoedigd om te gaan met de anderen. Deze gedachte geeft me een onverklaarbare vonk om intenser contact te zoeken met Hem die de oorsprong en het finale doel van mijn leven is.

Georges Devinck

Ik stak een kaars aan (in de CANTERBURY CATHEDRAL)

Ik wist niet hoe ik moest bidden
Ik wist niet wat ik moest zeggen
Ik had niet veel tijd.
HET LICHT dat ik aanbood
was iets van het weinige dat ik heb
een beetje van mijn tijd
een beetje van mijzelf.
Ik liet het branden voor de Heer
voor de heilige Maagd
voor iedereen in de hemel.
DE VLAM was mijn gebed
dat altijd bij mij is

(Michael Preston)

Dit is mijn lievelingsgebed. Het is eenvoudig en uitnodigend. Mensen hebben wel eens moeite met bidden en dan kan een uitnodiging tot stilte al voldoende zijn. Je hebt geen woorden, je weet echt niet wat te zeggen, en toch wil je bidden tot die verre God, die niet altijd duidelijk is. Een brandende kaars getuigt dan van de intentie om te bidden: je laat je gedachten daar achter en je komt wel terug. Het beeld van de brandende kaars, het blijft je bij en het spoort je weer aan, en zo blijft bidden je dichtbij.

Alexander Goetgebuer


Leid, vriendelijk licht, door 't duister om mij heen,
leid gij mij voort!
De nacht is donker en 'k ben ver van huis,
leid gij mij voort!
Richt gij mijn schreden. Neen, ik vraag u niet
de horizon te zien: ‚‚n stap is me genoeg.

Zo was ik niet altijd, noch vroeg ik u:
leid gij mij voort!
Graag koos ik zelf mijn weg, maar nu:
leid gij mij voort!
Ik hield van schittering; ondanks mijn vrees
dreef me de trots. Denk niet meer aan die tijd.

Gij zijt zo lang mijn heil geweest. Wijs dan ook nu
mij nog de weg,
door bos of drasland en ravijn, tot weer de morgen gloort
(...)
J. H. Newman

Mij uit het hart gegrepen.
(niet ondertekend)

HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
u weet het als ik zit of sta,
u doorziet van verre mijn gedachten,
ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.

Al zei ik: laat het duister mij opslokken,
het licht om mij heen veranderen in nacht,
ook dan zou het duister voor u niet donker zijn
de nacht zou oplichten als de dag,
het duister helder zijn als het licht.

Dit zijn twee strofen uit psalm 139.
Als kind heb ik me achtervolgd gevoeld door het alziende oog van God, afgebeeld in de bekende driehoek met het onderschrift: 'God ziet mij, hier vloekt men niet.' Wie voelt zich gaarne voortdurend bespied, en dan nog wel door God? Ik heb moeten leren met het evangelie vertrouwd te raken om die angst van mij af te kunnen schudden. God is liefde. In het Nederlands zeggen we: hij ziet ons gaarne. Als iemand naar me kijkt en zegt: ik zie je gaarne, letterlijk, dan laat ik me gaarne zien, letterlijk. Ik probeer me niet te verstoppen. Als hij of zij gaarne, liefhebbend naar me kijkt, weet ik me erkend en bevestigd zoals ik ben. Met mijn mooie en ook mijn lelijke kanten.
God ziet me gaarne, en ik heb dat graag. Daarom bid ik graag uit psalm 139.

Dit is de laatste strofe van de psalm:
Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde wegen ga
en leid mij over de weg die eeuwig is.

(niet ondertekend)